Chirurgen op de apenrots

In België krijgen chirurgen de wind van voren omdat ze superverdieners zijn. In Nederland is heibel ontstaan na publicatie van een artikel waarin chirurgen onomwonden beschuldigd worden van machogedrag.

Een stalen hiërarchie in de operatiekamer en non-stop onderlinge hanengevechten. Dat is de machocultuur achter de schermen van het ziekenhuis. “Je moet een behoorlijke alfaman of -vrouw zijn om het tot chirurg te schoppen,” aldus journalist Sander Heijne in het blad Linda. Hij citeert Martijn,– niet zijn echte naam –, een vooraanstaand chirurg van in de veertig. “Hij is een alfaman in elke zin van het woord. Overtuigd van zijn eigen kunnen. Gek op vrouwen, mooie auto’s en snelle motoren. En bikkelhard, als het moet. Collega’s die het wagen aan zijn stoelpoten te zagen, krijgen er onverbiddelijk van langs.

Zo nam hij ooit een collega chirurg die hem achter zijn rug zwart maakte bij de directie van het ziekenhuis apart in een kamertje. Terwijl Martijn de deur op slot draaide, keek hij zijn collega priemend aan. “Ik heb last van jou”, zei Martijn. “En ik wil geen last van jou hebben. Dus wat gaan we daaraan doen?”” Herkenbaar? “Het ziekenhuis is gewoon een minimaatschappij waarin dezelfde dingen gebeuren als in de echte maatschappij.” Maar het is wel een maatschappij van uitersten. Enerzijds is veel van de apparatuur waarmee medisch specialisten werken state of the art. In die zin zijn ziekenhuizen hypermoderne bedrijven, en artsen hightech operators. Tegelijk zijn de onderlinge omgangsvormen in ziekenhuizen nog verrassend primitief. Niet voor niets kreeg de beroemde Nederlandse apenonderzoeker Frans de Waal een uitnodiging van een Amerikaanse anesthesioloog om het gedrag van chirurgen en hun assistenten in de operatiekamer onder de loep te nemen. De Waal nam de uitnodiging aan en observeerde tweehonderd operaties in drie​​​​ Amerikaanse academische ziekenhuizen. Wat bleek? De operatiekamer heeft verdacht veel weg van de apenrots.

Sander Heijne: “Dat de operatiekamer een sterke hiërarchie kent, mag geen verrassing heten. Chirurgen zijn langer en intensiever opgeleid dan iedere andere beroepsgroep. Zij hebben de meeste kennis van het menselijk lichaam en zijn eindverantwoordelijk. Natuurlijk hebben zij de leiding. Maar dat is niet voor iedere chirurg genoeg. In hun gedrag blijken veel chirurgen, net als chimpansees, voortdurend in de weer hun leiderschap richting de rest van de groep te bevestigen en verstevigen. Apenonderzoeker De Waal beschrijft hoe het meestal de chirurgen zijn die conflicten forceren met hun ondergeschikten, om zo hun status als leider te onderstrepen. In de meeste gevallen ging het om kleine aanvaringen, maar De Waal was ook getuige van ruzies die zo uit de hand liepen dat er met instrumenten werd gegooid en de operatie moest worden gestaakt.”

De apenonderzoeker constateerde nog iets opmerkelijks. Mannelijke chirurgen raakten vooral in conflict met mannelijke collega’s, terwijl vrouwelijke chirurgen vooral botsen met andere vrouwen. Zet daarentegen een man aan het hoofd van een team vrouwen – of andersom – en er wordt zelfs tijdens de operatie volop geflirt. Blijkbaar voelen chirurgen zich vooral bedreigd door hun eigen seksegenoten. Ook net als chimpansees. De Waal deed zijn onderzoek in Amerika. Natuurlijk valt de situatie niet een-op-een te vergelijken met die in Nederland. Of toch?

Heijne vroeg voor zijn artikel zestien Nederlandse artsen en verpleegkundigen naar hun ervaringen met de machocultuur in de Nederlandse zorg. Elf van hen werkten ook daadwerkelijk mee aan het artikel. De afhakers erkenden het bestaan van een machocultuur in ziekenhuizen eveneens, maar zagen niets in een interview. Wie wel willen praten, schetsen een beeld van een wereld waarin de onderlinge pikorde heilig is. Om te beginnen heerst er een strikte hiërarchie tussen de verschillende beroepsgroepen, legt een jonge vrouwelijke huisarts uit. Chirurgen staan aan de top van de voedselketen. Daarna komen de andere ziekenhuisspecialisten. Huisartsen staan al een stuk lager in aanzien. Onder aan de ladder staan de bedrijfs- en verzekeringsartsen.

De plek die een specialisme inneemt in de pikorde, heeft een grote invloed op het aantal macho’s. Chirurgen zijn met stip de grootste macho’s. Waar kinderartsen de reputatie genieten van uiterst vriendelijke zachtaardige types, staan orthopedisch chirurgen te boek als de bouwvakkers van de zorg. Met dito manieren.

Heijne citeert chirurg Martijn. Ooit was hij zelf ziekenhuispatiënt : “Ik was toen een beetje in de war van de morfine en zei tegen de psychiater dat ik nogal veel dronk.” Toen hij had uitgelegd dat hij dagelijks ‘maar’ een paar glazen drinkt, was de dokter gerustgesteld. “Ach, dat zijn toch gebruikelijke chirurgische hoeveelheden.” Het gebruik van drank en drugs onder artsen is sowieso hoog, zegt de psychiater. Verschillende andere artsen die hebben bijgedragen aan het artikel bevestigen het beeld.

Het artikel zorgt voor de nodige reuring in de Nederlandse medische en mediawereld. Maar niemand die bij naam dit verhaal tegenspreekt.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s