Wijze woorden in Huize Mariatroon

Ik ben op bezoek bij ons moeder die alle overbodige woorden uit haar vocabularium aan het schrappen is. Sommige zinnen maakt ze niet af. Andere meanderen eindeloos ver tot de richting van de stroom vergeten is en ze abrupt stopt. Dan volgt een waterval van maar toch, maar toch, maar toch.

We praten over de kinderen en kleinkinderen, over vriendinnen van haar die nog met de auto rijden en andere die “helemaal weg” zijn. Ze is als het weer van de laatste dagen: een uur of twee zon, een paar regendruppels, kouder wordend, dan weer onverwachts helder en zomers. Vroeg invallende duisternis.

Waar ze mee zit is het resultaat van de psychogeriatrische test. De dokter zei dat ze 70 op 100 antwoorden juist had. Zelf weet ze dat ze niet eens een derde haalde. “Ik ben gebuisd,” zegt de vrouw die me van in de derde kleuterklas tot de retorica alles leerde van het alfabet en schoonschrift tot Seneca, Livius, Horatius en Sophocles. Zij die Grieks las, als was het plat Deiremonds, en hele Latijnse gedichten uit het hoofd citeerde, kon nu niet meer op de naam van vier huisdieren komen. “Een hond,” zegt ze, die kende ze nog. “Die hadden we thuis. Maar poezen en kanaries hadden we toch ook, en die was ik kwijt. En ze begint een verhaal hoe ze als kind een kerststalletje in de fik had gestoken en hun Mirza alarm sloeg. En hoe boos haar pa was. “Toen heb ik de eerste en enige klap in mijn leven gekregen. ” Ons sloeg ze nooit. Daar hadden we ons vader voor. Zij zette de acht kinderen netjes op de wereld, gaf hen borstvoeding, leerde ze goede manieren en leerde ons ook hoe we het wisselvallige humeur van onze oppergod Zeus moesten manipuleren. Zo kreeg zij haar zin.

Ze schreef gedichten in de stijl van Alice Nahon, speelde toneel, was een uitstekende zwemster en kon kajakken als de beste. Zo bracht ze mijn vader het hoofd op hol. Een meisje van zeventien, vers uit de Ecole Moyenne, in de zomer van ‘ 44. Nu ligt ze in een vouwstoel, als een klein stukje mens en heeft ze moeite om in haar wagentje te gaan zitten.

“Neem een glas wijn,” zegt ze. “De politie staat nu nog niet langs de weg.” Zij drinkt water met een rietje.

De volgende ochtend leer ik dat ze uit bed geklommen is en zwervend door de gangen van het rusthuis gevonden werd. Ze kwam ten val, brak haar neus. “Ik zag je vader,” zegt ze, “maar hij liep weg. Nu weet ik dat het een droom was. Ik weet dat ik gaten in mijn geheugen krijg. Dat ik me dingen inbeeld.”

We praten over haar wilsbeschikking, dat ze niet aan euthanasie gedacht heeft omdat ze dacht dat ze ineens zou gaan. Ze wil wel geen ingrepen meer ondergaan. “Ik ben aan het eind,” zegt ze. Maar ze praat niet over God of de pastoor. Een heel leven christelijk, een voorbeeld voor de parochie, actief in de Katholieke Vrouwenbeweging en geen woord over de Kerk. Dan begint ze over de paus in Ierland. Ze gebruikt woorden die ik nooit eerder uit haar mond gehoord heb.

“Als ge mekaar graag ziet, dan moogt ge doen wat ge wilt,” zegt ze. “Maar graag zien, dat is het belangrijkste. Met de rest hebben ‘ze’ geen zaken. Schrijf dat maar eens in uw stukskes.”

Ik zie voor mij opnieuw het meisje van zeventien, op die foto in wit-zwart, aan de over van de Oude Dender, in een gebreid maillot. Ik begin mijn vader te begrijpen.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

Advertenties

Brief aan een eerstejaars

“Lieve schat, we zijn trots op jou dat je geslaagd bent in dat aartsmoeilijke toegangsexamen waarvan ik me afvraag wat dat eigenlijk bewijst. Elke arts die ik de voorbije maanden sprak, huisarts, specialist of academicus zei spontaan dat, had het examen in hun tijd bestaan, geen van hen ook maar begonnen zou zijn aan wat nu een succesvolle medische carrière blijkt te zijn.” Lees hierna de tips van een opa-patiënt aan zijn plus-kleindochter.

Nu het begin van een nieuw academiejaar nadert – jouw eerste jaar geneeskunde- wil ik je graag een aantal oprechte adviezen geven. Misschien heb je er wat aan, maar ik hoop dat je dit toch leest en er rekening mee houdt. Dit stukje is trouwens relevant voor elke arts, op elke leeftijd en in elk stadium van zijn carrière.

Het wordt jouw eerste dag in de wereld van de geneeskunde, welkom op de eerste dag van de rest van je leven om Charles Dederich te parafrazeren. Ik weet dat die kreet sinds 1968 een cliché geworden is, maar elk cliché heeft zijn wortels in de waarheid.

Als ik studenten geneeskunde off the record spreek, dan is niet wat ze leren het belangrijkste, niet wat ze in de toekomst zullen verdienen (allebei vaak dikke illusies) maar de witte doktersjas. Voor hen is dat een voorrecht. Iets waar je als student geneeskunde eerst hard moeten voor werken en die je pas tijdens je stage mag dragen. Zo’n jas geeft je respect, iets wat je je als je eenmaal echt dokter bent in deze barre tijden, vaak zult moeten missen. Jij krijgt dus een welverdiend respect van uw patiënten, maar ongeacht wat ook de afkomst, rang, stand, gender of kleur van je patiënt is, ook hij verdient respect.

De witte jas is een visuele herinnering voor iedereen (en voor jezelf, denk ik), aan wat jij geleerd hebt, de kleding van je patiënten daarentegen zal je geen visuele aanwijzing geven over hun kwaliteiten. Dat betekent dat je naar hen moet luisteren. Ik vind luisteren het meest aantrekkelijke aspect aan mijn vak, dus ook aan het jouwe.

Je betreedt nu een onbekend en soms misschien eng terrein. Dat geldt echt voor elke dokter. Bij elke medische akte zijn de resultaten onbekend, ongeacht of het je eerste dag of je laatste dag als arts is. Het onbekende maakt essentieel deel uit van het leven. Je zelfvertrouwen zal groeien naarmate je meer weet, ook al weet je dat je positieve en negatieve verrassingen zal hebben.

Ik maak een sprongetje naar Facebook: ook daar is een eerste indruk bepalend voor de rest van je virtueel sociaal leven. Kijk dus goed naar je patiënt en weet dat zij naar jou kijken. Als iemand in al zijn ellende weet dat men echt naar hem kijkt, is hij al voor de helft op weg naar beterschap. Ik heb de tijden meegemaakt dat huisartsen dachten dat ze in hun marcelleke of, bij kouder weer, in een houthakkershemd consultatie moesten voeren. Die tijden zijn gelukkig bijna voorbij. Let op je kleding en op je uiterlijk.

Weet ook dat patiënten steeds mondiger zijn maar dat niet iedereen toegang heeft tot het internet, laat staan dat iedere patiënt weet hoe hij dit zou moeten gebruiken. Je zou verbaasd zijn hoeveel mensen wel kunnen tweeten maar niet weten hoe ze op welke zoekmachine een lemma moeten intikken.

Er bestaat een hiërarchie in de volksgezondheid, en vaak maar niet altijd staan de artsen aan de top van de piramide. Probeer die geometrische vorm te herformuleren tot een rechte lijn, met iedereen op die lijn. Weet ook dat het ontzettend moeilijk is om een praktijk te runnen zonder uw ondersteunend personeel: de receptioniste, het secretariaat, andere professionals in de gezondheidszorg, enz. Bovendien zou het voor jou onmogelijk zijn om een medische praktijk te runnen zonder jouw patiënten (en je geduld.) Hoe meer van dat laatste, des te meer u van het eerste.

Een arts is een rechercheur. Neem nu hoofdpijn: die kan te wijten zijn aan stress, migraine, een hersentumor of een combinatie daarvan. Het is aan u om de aanwijzingen en aanwijzingen te ontcijferen. Vertrouw niet blindelings op trajecten en guidelines.

Je zult leren om alles te behandelen, van blindedarmontsteking tot een TIA, maar het belangrijkste van wat je leert (of hebt geleerd) is dat ‘wat’ je behandelt niet zo belangrijk is dan wel ‘wie’ je behandelt en ‘hoe’ je behandelt. Patiënten kunnen in eerste instantie naar jou toe komen voor je IQ, (meetbare intelligentie), maar ze komen terug voor je EQ, (emotionele intelligentie).

Vermijd ijdelheid. Niets is zo storend als een ijdele, zelfingenomen arts. Ik weet dat je eerder gereserveerd bent. Maar wees wel assertief. Sta op je strepen. Laat je niet ringeloren door je patiënten, de ziekenhuisverpleging, de adviserende geneesheren, de directies en de managers.

Je zult dagen hebben dat je zot van glorie zult zijn. Dagen die in een zucht voorbij gaan omdat de zaak die je behandelt zo meeslepend is als een goed verhaal. En er zullen dagen zijn dat je je belabberd voelt. Leer ervan.

Geef ook geen vrijblijvend advies, niet bij familiefeestjes, aan de toog of aan de passagier naast jou in het vliegtuig.

Vraag om hulp wanneer je die nodig hebt. Er zijn altijd uitstekende collega’s, morele of religieuze raadgevers, vrienden, familie, en als het erop aankomt Arts in Nood. Je mag me altijd bellen.

We leren allemaal van elkaar. Geneeskunde is als koken, jouw recept kan gebaseerd op recepten van vrienden. Een second opinion van een collega doet niets af aan jouw kennis, maar draagt daar wel toe bij. Dat geldt ook voor de meeste informatie die op Dr. Google beschikbaar is. Lees de vakpers, lees ons!

Je moet het met je plus-opa niet altijd eens zijn. Net zoals je het niet altijd eens moet zijn met wat de overheid je zegt. Ik denk dat we het daar wel over eens kunnen zijn.

En tenslotte nog dit: vergeet je niet te ontspannen. Ga uit. Leef! Zullen we volgende week eens lunchen?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Onderzoekers vinden aanknopingspunt voor immuuntherapie van ontsnapte tumor

Wetenschappers van het LUMC hebben een manier ontdekt om voor het afweersysteem onzichtbare tumorcellen toch vatbaar te maken voor immuuntherapie. Die cellen blijken namelijk niet helemaal incognito te zijn, in tegenstelling tot wat eerder werd gedacht. De onderzoekers publiceren hun resultaten in het Journal of Experimental Medicine.

Wereldwijd zijn de onderzoekers de eersten die kenmerkende vlaggetjes hebben gevonden op tumorcellen waarvan eerder werd gedacht dat ze onzichtbaar waren voor het afweersysteem. Dat is een belangrijke ontdekking, want het biedt mogelijkheden om een nieuwe vorm van immuuntherapie te ontwikkelen, gebaseerd op deze nieuwe vlaggetjes.

“Tumorcellen gebruiken een slimme truc om een aanval van het immuunsysteem af te slaan. Ze halen de vlaggetjes waaraan afweercellen hen herkennen weg van hun celoppervlak. De tumor is daardoor onzichtbaar voor het immuunsysteem en is niet vatbaar voor de huidige vormen van immuuntherapie”, aldus onderzoeksleider Thorbald van Hall van de afdeling Medische Oncologie.

Niet helemaal incognito

Nu blijkt dus dat kankercellen die deze onzichtbaarheidstruc toepassen toch niet helemaal incognito zijn. “We hebben zestien zogeheten peptiden ontdekt die alleen gepresenteerd worden op tumorcellen die de onzichtbaarheidstruc hebben toegepast en niet op gezonde cellen”, legt promovendus Koen Marijt uit. De onderzoekers kwamen de peptiden op het spoor met een computermodel, en bevestigden hun bevindingen in het lichaam. “In het bloed van gezonde mensen vonden we afweercellen die specifiek reageren op deze vlaggetjes. Sterker nog, deze afweercellen herkenden in het laboratorium cellen van huid-, nier- en darmtumoren die de onzichtbaarheidstruc hadden toegepast.”

Minder bijwerkingen

De volgende fase is het ontwikkelen en testen van een nieuwe vorm van immuuntherapie gebaseerd op dit nieuwe type vlaggetjes op ‘onzichtbare’ tumorcellen. Van Hall: “Immuuntherapie is de toekomst voor kankerbehandeling en onze ontdekking is een kleine bijdrage aan de toepassing hiervan voor patiënten voor wie het nu geen optie is.” Omdat de vlaggetjes alleen wapperen op diverse tumortypes en niet op gezonde cellen, zou een dergelijke behandeling waarschijnlijk minder bijwerkingen hebben dan de huidige immuuntherapie.” Maar zover is het nog niet, waarschuwt Van Hall. “Onderzoek bij patiënten moet goed en veilig gebeuren, dus voordat we de eerste patiënten gaan behandelen zijn we jaren verder.”

Het artikel ‘Identification of non-mutated neoantigens presented by TAP-deficient tumors‘ is te lezen op de website van Journal of Experimental Medicine.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Lynch-syndroom door PMS2-mutatie: geen aanwijzingen verhoogd risico andere kankersoorten

Mensen met het erfelijke Lynch-syndroom door mutatie in het PMS2-gen hebben een licht verhoogde kans op darm- en baarmoederkanker, maar de kans op andere kankersoorten is niet duidelijk verhoogd. Dat ontdekte een internationale groep wetenschappers onder leiding van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Ze publiceren hun bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Clinical Oncology.

De wetenschappers trekken hun conclusies na het bestuderen van de gegevens van 4878 leden van 284 families, waarin een mutatie in het PMS2-gen voorkomt. Deze mutatie is één van de oorzaken van het erfelijke Lynch-syndroom. Patiënten met deze aandoening hebben een licht verhoogde kans op het krijgen van darm- en baarmoederkanker op oudere leeftijd. Tot nu toe was onduidelijk hoe het zat met de kans op andere kankersoorten, zoals maag-, eierstok-, dunne darm-, blaas-, lever-, nier-, hersen-, borst-, en prostaatkanker.

Geen extra screenings

“Uit onze studie blijkt dat de kans op deze kankersoorten voor dragers van de PMS2-mutatie niet duidelijk hoger is dan voor de algemene bevolking. Zoals we al hadden verwacht zien we wel een licht verhoogde kans op darm- en baarmoederkanker”, aldus arts-onderzoeker Sanne ten Broeke. Ze deed het onderzoek onder leiding van klinisch geneticus Maartje Nielsen.

Het was voor het eerst dat wetenschappers zo’n grote groep PMS2-dragers onder de loep namen. De onderzoekers raden aan om Lynch-patiënten alleen extra te controleren op darm- en baarmoederkanker en geen extra screenings in het leven te roepen voor andere kankersoorten.

Minder vaak controle

Recent ontdekte dezelfde onderzoeksgroep ook dat darmtumoren van Lynch-patiënten met de PMS2-mutatie andere kenmerken hebben dan die van Lynch-patiënten met een mutatie in het MLH1-gen. “Dit verklaart mogelijk waarom tumoren van PMS2-mutatiedragers minder snel groeien. Dragers van de PMS2-mutatie hoeven dus niet zoals gebruikelijk is elke twee jaar gecontroleerd te worden, maar misschien maar elke drie tot vier jaar”, aldus Nielsen.

Het artikel ‘Cancer risks for PMS2-associated Lynch syndrome‘ is te lezen op de website van het Journal of Clinical Oncology.

Bent u onderzoeker of zorgverlener en geïnteresseerd in het Lynch-syndroom? Bezoek dan het symposium ‘Gene-specific epidemiological and molecular aspects of Lynch syndrome‘ op donderdag 20 september 2018.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Dokter of Jef? Hoe wil u aangesproken worden

Op weg naar een persconferentie hoor ik een arts op de radio die zijn beklag maakt over de onbeleefdheid van zijn patiënten: hij haat het om aangesproken te worden met de kreet ‘hoi’, of erger nog met zijn voornaam ‘Marc’. Een mooie voornaam vind ik, maar inderdaad, ik vind dat het geen pas geeft als je familiair wordt aangesproken als je een gezagsfunctie draagt. Studenten die me aanspreken met ‘Marco’ krijgen een standje. En wie volhoudt in de boosheid en ‘salukes’ zegt tot afscheid krijgt een minus.

Wat gewoon een conventie zou moeten zijn en gebaseerd is op essentiële beleefdheid dreigt, toch in Vlaanderen, een sociaal discussiepunt te worden. Hoe spreek je een arts aan? Dokter? Dokter Deltour? Dokter Luc? Luc? Luuukas? Ik denk dat het allemaal begonnen in de vroege jaren zeventig toen de geneesheren voor het volk, u weet wel: die jongensclub die het liefst op blote voeten en in een onderlijfje consultatie hield, zich zo laag mogelijk op het niveau van hun proletarische patiënten wou plaatsen. Ik ken een arts die Hendrik heet en die zich tot zijn pensioen Ri liet noemen. Dr. Gerard werd Gert, vervolgens Gerrie, en gaat nu nog altijd als ‘de Jerre’ door het leven. Vooral huisartsen waren daar goed in. Daarbij kwam de al eerder gemelde vestimentaire aanpassing: een onderlijfje, de vaste tenue van de Gentse Sleepstraat, een T-shirt met de komische kop van Guevara, het Canadese flanellen houthakkershemd, de zelfgebreide grove trui in liefst een onbestemde kleur, de jeans of de doorgezakte ribfluwelen broek. Ik ken een vrouwelijke huisarts die consultaties deed in een legging, wat waarschijnlijk het meest afschuwelijke kledingstuk is bij een vrouw. Niet onthoudt ze haar patiënten: de spataders op de kuiten, de cellulitisputjes in de bovenbenen en billen. Wat is er mis met de witte jas, vraag ik me dan af.

Wat is er mis met een deftige, modieuze broek, een net hemd, eventueel met das of een mooie rok met blouse, een mooie jurk? Met het vestimentair tenue verruwt ook het taalgebruik. Die artsen spreken doorgaans ook hun patiënten met de voornaam aan. Hoe wil je dan afstand creëren? Want enige afstand is, me dunkt toch nodig, om de zaken in perspectief te zien. Dat heb ik onthouden van mijn lessen aan de tekenacademie en dat geldt ook voor de geneeskunde.

De meeste patiënten, lees ik op de sociale media, gaan uit van het gelijkheidsbeginsel. Spreekt de arts hen met de voornaam aan, dan krijgt hij lik op stuk. Maar zou het niet van een groter zelfbewustzijn getuigen als de patiënt zo’n arts met zijn titel aanspreekt. Zo intiem is de relatie toch niet. En ik stel maar de vraag: spreken ze de juf of meester dan ook aan met de voornaam? Spreken ze een advocaat aan met de voornaam? Of de politieagent?

Ik stel maar vragen. Ik spreek het meisje in de supermarkt bij de afdeling verse groenten aan met ‘mevrouw’. De postbode is ‘facteur’. Een agent noem ik altijd ‘officier’. Dat doet soms wonderen. En een deurwaarder is een ‘meneer’, behalve mijn vriend die bovengenoemd beroep uitoefent, die heet onder ons gemeenzaam ‘de deur’.

De Orde van Artsen publiceerde nog altijd geen advies rond de omgangsvormen voor artsen. Ten onrechte. Wel heeft ze een mening over de digitale omgangsvormen. De Orde gaat daarbij uit van de regel dat er wederzijds respect moet zijn.

Edgard Eeckman, woordvoerder van de VUB, schreef daar een paar jaar geleden een interessant stukje over: “Een effectieve patiënt-artsrelatie wordt gekenmerkt door wederzijds vertrouwen en zeker bij de huisarts door een zekere mate van familiariteit. Tegelijk vraagt deze samenwerkingsrelatie ook een zekere afstand tussen patiënt en arts. De afstand die ervoor moet zorgen dat de medische expert een zekere autoriteit behoudt en de patiënt – in zijn of haar eigen belang! – de therapie volgt die na overleg tussen beiden werd afgesproken. Het betekent niet dat patiënt en arts niets van elkaar mogen weten. Het wil wel zeggen dat als de patiënt de arts niet meer erkent in zijn rol als medisch expert en coach, dit de doeltreffendheid van de patiënt-arts relatie kan schaden. Een heel grote groep van de 3.000 gezonde personen en patiënten die in het kader van mijn doctoraatsonderzoek aan een online-enquête heeft deelgenomen, heeft overigens aangegeven dat zij liever niet hun huisarts als vriend op hun Facebook-pagina hebben. En ook dat zij liever geen Facebook-vriend willen zijn van hun huisarts.”

Ik concludeer dat de patiënt liever wat afstand houdt. Overigens nog een laatste opmerking: in het hypothetische geval dat ik een onderzoek van mijn edele moet ondergaan, dan zou ik het appreciëren dat mijn huisarts een witte jas draagt en geen legging. U wel soms?

Ik vraag de geleerde vrouw om advies. Ze heeft voor dergelijke frivoliteiten geen tijd, zegt ze. Ze heeft wel leren leven met haar titel.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Uw handschrift doodt elk jaar tienduizenden patiënten

Ik krijg een voorschrift mee en probeer te ontcijferen wat de dokter me precies in de maag wil splitsen. Ik kan er niets van maken. Voor de apotheker blijkt dit schoonschrift te zijn. Heb ik geluk! Ik krijg het juiste medicijn. Maar dat is lang niet altijd het geval. Elk jaar sterven wereldwijd tienduizenden patiënten door een verkeerd gelezen voorschrift.

Gelukkig worden steeds meer voorschriften elektronisch ingegeven en uitgeprint, maar desalniettemin blijft de vraag waarom het handschrift van artsen zo uiterst slecht kan zijn? Volgens een Amerikaanse studie is slecht schrijven voor een dokter is een kwestie van overleven. In één etmaal kan hij vijftig tot honderd of meer keer alleen al zijn handtekening zetten op voorschriften, getuigschriften, vragen om consult of doorververwijzingen! Het probleem is dat voor elke patiënt stapels papierwerk verzet moet worden.

Want dan hebben we nog geen rekening gehouden met alles wat om administratieve redenen gedocumenteerd en geschreven moet worden. Komt daarbij dat de meeste artsen beseffen dat het grootste deel van deze papiermolen uiteindelijk eindigt in een archiefkast om nooit meer bekeken te worden en dat het grootste deel van dat werk in feite onzin is en alleen maar tijd opslorpt die de ze aan echt belangrijke dingen kunnen besteden: het zien en behandelen van patiënten!

Velen realiseren zich ook dat wat ze schrijven niet bedoeld is voor het publiek, maar alleen voor zichzelf en hun collega’s. wie weet wat hij zoekt kan ook veel gemakkelijker een handschrift lezen, vraag dat maar aan de eerste de beste apotheker. Als patiënten zijn we allemaal verbaasd over wat de artsen op zijn voorschrift gekrabbeld heeft. Er valt nauwelijks een woord te herkennen, vaak zelfs geen enkele letter. De resulterende medicatie zal echter in ons lichaam terechtkomen en wij vertrouwen erop dat de apotheker kan ontcijferen wat de artsen hebben geschreven. Dit wel eens van de meest onderschatte jobs ter wereld kunnen zijn.

Een onleesbaar handschrift ontstaat niet vanzelf. Op school hebben we allemaal geleerd keurig te schrijven. Het vraagt dus ook tijd om zich te ontwikkelen! Het begint met het gebruik van voor de hand liggende afkortingen , zoals ttz, tgv, igv, tot een eigen afkortingenjargon als KA voor ‘kortademigheid’. Een tweede fenomeen is het priegelen, het minuscule geschrift want klein schrijven bespaart afstand dus kost het minder tijd. Bij het sms is het doodnormaal om klinkers over te slaan, maar dokters doen dit al sinds decennia.

De meeste zinnen zijn immers zonder klinkers te lezen. Artsen gebruiken ook steeds dezelfde woorden, dus het geoefende oog heeft slechts één of twee letters in hun context nodig om een gespecialiseerd woord te herkennen. Op die manier ontwikkelt de arts zijn eigen steno. Het probleem met dit soort handschriften is dat wanneer artsen zo in die gewoonte van onleesbaar schrijven vastroesten ze alle berichten aan hun collega’s en het publiek in deze medische steno gaan schrijven en dat niemand anders – en vaak zij zelf ook niet- dit nog kan lezen. En dat heeft zo zijn gevolgen.

In juli 2006 publiceerde de Amerikaanse National Academies of Science’s Institute of Medicine (IOM) een onderzoek waaruit bleek dat jaarlijks 7000 doden vielen door de schuld van het slecht handschrift van dokters. Nog eens 1,5 miljoen Amerikanen werden er letterlijk ziek van en dat was een voorzichtige schatting. Veel van de ongelukken werden veroorzaakt door afkortingen die gewoon onduidelijk waren, onjuist begrepen doseringen, en dus een slecht handschrift.

De IOM gebruikt dat onderzoek om het elektronisch voorschrift te promoten, maar net als in ons land is de weerstand in de VS groot. Jaarlijks worden in de VS zo’n 3,2 miljard voorschriften geschreven, waarvan 1 procent ronduit onleesbaar is. Het onderzoek dat in 2006 verscheen, richtte zich alleen op de VS. Als men de Amerikaanse cijfers op de rest van de westerse wereld toepast komt men tot de onthutsende vaststelling dat de potentieel om verscheidene miljoenen patiënten gaat die door het slechte handschrift van hun arts schade oplopen worden berokkend, en dat het wereldwijd jaarlijks om tienduizenden sterfgevallen gaat.

Gelukkig, schrijf ik dit op een laptop want mijn handschrift lijkt ook wel Sanskriet.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

Arabische arts: “Vrouw heeft slechts een half brein en kan dus niet rijden”

Sinds juni mogen Saoedi-Arabische vrouwen zelf achter het stuur. Maar de bewustmakingscampagne pakt anders uit dan verwacht. Vrouwelijke chauffeurs worden bedreigd, hun wagen in brand gestoken, ze worden eindeloos gecontroleerd en publiekelijk uitgescholden.

Komt daarbij dat een aantal clerici en artsen op de staatstelevisie gezegd hebben dat autorijden voor vrouwen een uitnodiging tot promiscuïteit is, schade toebrengt aan hun eileiders en vruchtbaarheid, en dat vrouwen overigens niet in staat zijn tot een normaal rijgedrag omdat ze slechts over de helft van het brein van een man beschikken.

Saoedische autoriteiten zeggen dat sinds juni meer dan 120.000 vrouwen een rijbewijs aanvroegen, licenties, maar correspondenten zeggen dat er slechts een klein aantal vrouwen op de weg komt. De LA Times meldt dat dit is te wijten aan angst, niet aan gebrek aan vertrouwen.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality