N-VA heeft geheime agenda, zegt De Block

Maggie De Block vermoedt dat haar voorganger op Migratie, Theo Francken, een geheime agenda heeft. Die laatste had gezegd dat zij de begroting laat ontsporen door extra opvangcapaciteit te willen creëren. Een non-argument, volgens De Block. Volgens Francken, die zich de populairste politicus van het land weet –ook over de taalgrens- kon de N-VA de begroting niet goedkeuren, omdat die door het nieuwe asielbeleid van de minister dreigt te ontsporen. Eerder had zijn partij dat wel gedaan aan de regeringstafel en in de commissievergaderingen van het parlement.

“De creatie van meer opvangplaatsen voor asielzoekers gaat miljoenen kosten”, zegt Francken, “en dat geld zit niet in de begroting.” De tweede reden is van technische aard: nu de regering haar beleid wijzigt, is N-VA niet meer verplicht om dat beleid te steunen. “Een begroting is gekoppeld aan beleid. Daarvoor heb je ministers nodig die dat dag na dag monitoren.” Maar als N-VA geen ministers meer heeft om een oogje in het zeil te houden, waarom zou de N-VA dan nog de begroting steunen, redeneert Francken, die in het verleden niet uitblonk in begrotingsdiscipline en meer tijd besteedde aan zijn twittercampagne dan aan een actief beleid. Volgens De Block trof ze bij de overname 10 dagen geleden een puinhoop aan.

De Block gelooft de argumentatie van Francken niet, zei ze in Villa Politica. De begroting gaat helemaal niet ontsporen. “Bij elke begrotingscontrole kunnen er middelen uit de provisie worden gevraagd om de schommelingen in de asielstroom op te vangen. Francken deed dat zelf altijd, ik ga dat ook vragen”, zei ze. “Er zijn andere redenen waarom de N-VA de begroting niet zou goedkeuren. ‘Misschien wel omdat hij het niet meer eens is met ons sociaal-economisch beleid, of om stoer te zijn of in campagnemodus te gaan. Maar hij moet dat dan ook zeggen.”

Een van de gevolgen van de val van de regering is dat de uitvoeringsbesluiten voor een aantal maatregelen die De Block genomen heeft in het gedrang komen en dat deze daardoor een maat voor niets dreigen te worden. Zo dreigt de finale fase van de netwerkopbouw vertraagd te worden, want ziekenhuisnetwerken hebben ook bestuurlijke en politieke gevolgen en die kaarten zullen nu op 26 mei 2019 opnieuw geschud worden.

Marc van Impe

Bron: Mediquality

Advertenties

Ziekenfondsen worden duurder en blijven ondoorzichtig

De twee grootste ziekenfondsen van het land, de Christelijke Mutualiteit (CM) en de Socialistische Mutualiteit, worden volgend jaar een stuk duurder. Slechts één ziekenfonds laat zijn bijdrage zakken. Zowel de prijzen als de terugbetalingen worden stilaan geharmoniseerd, waardoor sommige leden hun bijdrage gevoelig zullen zien stijgen.

Gemiddeld moet een Vlaams gezin met één kind ten laste zo’n 176 euro per jaar betalen. Dat is bijna 6 procent meer dan in 2018. De stijging loopt op tot van ongeveer 20 tot 25 procent, die “noodzakelijk is om alles te kunnen blijven betalen.” Bovendien voert de CM vanaf januari een franchise in van 30 euro per jaar voor remgeld en schaft het heel wat extra tegemoetkomingen, zoals voor homeopathie, af. In Wallonië is vooralsnog geen sprake van een tariefverhoging maar daar ligt de ziekenfondsbijdrage voor een vergelijkbaar gezin op 235 euro per jaar.

Ter vergelijking: de honoraria voor een raadpleging van de huisarts, een huisbezoek of het globaal medisch dossier (gmd) stijgen vanaf januari met 3,33 procent. Maar de remgelden stijgen grosso modo evenredig mee, zodat de kosten voor de patiënt uiteindelijk nagenoeg gelijk blijven. Voor de chirurgen komt er geen indexering in 2019. Hetzelfde geldt voor een stuk voor technische prestaties, klinkt het. Voor andere prestaties geldt dan weer een indexering van 1,45 procent. Voor 2019 is een budget voorhanden van 131,8 miljoen euro om de erelonen van artsen te indexeren. Het gaat om een indexering van 1,45 procent op een totaalbudget van 8,4 miljard euro.

De conclusie ligt voor de hand: de grootste ziekenfondsen van ons land zijn niet in staat om een degelijk begrotingsbeleid te voeren. Tot die vaststelling komt ook het Rekenhof dat in september nog moest toegeven dat de overheid amper zicht heeft op hoe de ziekenfondsen hun werkingsmiddelen inzetten. Het Rekenhof dringt dan ook aan op meer transparantie.”Nu beschikken het Riziv en de Controledienst voor de ziekenfondsen (CDZ) over onvoldoende informatie om een doelmatige controle op de activiteiten van de ziekenfondsen te organiseren.”

Het is niet de eerste maal dat het Rekenhof tot die merkwaardige conclusie komt. In de eerste audit over de berekening van de administratiekosten van de ziekenfondsen had het Rekenhof het al over “een gebrek aan publiek beschikbare informatie”, waardoor het geen uitspraak kon doen over de “adequaatheid” van het bedrag. De recente audit was de laatste in een reeks van drie onderzoeken naar de werking van de ziekenfondsen, die het Rekenhof op vraag van het federaal parlement opstartte. De rode draad doorheen de drie studies is duidelijk: het gebrek aan beschikbare informatie maakt een grondige doorlichting van de ziekenfondsen de facto onmogelijk.

De ziekenfondsen die zo graag artsen onder vuur nemen, zwegen in alle talen. Nochtans hadden ze twee jaar voordien met minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open VLD) een Toekomstpact afgesloten om hun werking te moderniseren. In dat pact beloofden de ziekenfondsen om hun boekhouding transparanter en eenvormiger te maken tegen eind december 2018, maar voorlopig is het nog wachten op resultaat. De ziekenfondsen zouden volgens dat pact hun eigen interne controles in kaart brengen.

Rik Dessein, financieel manager bij de Christelijke Mutualiteit, gaf toe dat alles beter kon: “We geven nu al een oceaan aan informatie aan de controlediensten. We vinden dat we al goed gecontroleerd worden en niet te vergeten: onze leden boordelen ons ook aan het einde van de rit.” Maar die info blijkt volgens het Rekenhof “weinig bruikbaar”. Voor de toegang tot facturatie- en aanrekeningsgegevens hebben de ziekenfondsen “drempels ingebouwd”. Het gevolg, volgens de studie: “de controlediensten verzamelen de info momenteel vooral fragmentarisch”.

Er is echter zwaar weer op komst voor de ziekenfondsen. De N-VA wil na de verkiezingen –op zijn minst – de financiering van de ziekenfondsen volledig herzien. “We moeten eindelijk eens af van wat heilige huisjes”, zegt Kamerlid Valerie Van Peel, die mee aandrong op de drie audits door het Rekenhof. “De parameters waarmee nu berekend wordt hoeveel werkingskosten naar de ziekenfondsen gaan, goed voor één miljard euro per jaar, zijn compleet voorbijgestreefd.

In 1987 was er al een audit die daar vragen bij had. Dat doet het Rekenhof 31 jaar later opnieuw en er is nog altijd niets mee gebeurd. Als zelfs het Rekenhof niet kan weten wat er precies met die werkingsmiddelen gebeurt, wie dan wel? Niemand. Als ik in het parlement een vraag stel over een overheidsinstelling, krijg ik een transparant antwoord. Als ik iets vraag aan het ziekenfonds over haar wettelijke opdracht, niet.” Van Peel wil het niet allemaal op onwil steken. “Een deel van de huidige complexiteit is niet de schuld van de ziekenfondsen, maar van de historisch fout gegroeide wetgeving. Maar ik heb wel de indruk dat ze zelf niet staan te springen om mee te werken aan een betere controle. Ze blijven mist spuien, terwijl we volgens ons wel degelijk kunnen besparen op structuren.”

Dat gaat de Christelijke Mutualiteit nu inderdaad doen. Dit weekend lekte uit dat de CM stevig gaat afslanken. “We gaan op een gecontroleerde manier afbouwen. Nu niets doen is schuldig verzuim. De ganse sector is in verandering”, zegt Alain Florquin, personeelsdirecteur bij de CM. Die hervorming kreeg de naam “Plan Nova”. Middels een forse centralisering en digitalisering wil de directie van CM tegen 2022 intern orde op zaken stellen. Die omschakeling betekent dat er naar schatting 600 à 700 VTE”s (voltijdsequivalenten) zullen verdwijnen. “Daardoor kunnen er straks zelfs een paar duizend mensen een andere job krijgen binnen of buiten de CM”, zegt vakbondssecretaris Pieter Liagre van de huisvakbond LBC-NVK . Over concrete cijfers houdt de directie zich op de vlakte. “We willen nu geen ­paniekboodschappen uitsturen”, zegt ­Florquin, die de ongerustheid countert. “We gaan op een gecontroleerde manier afbouwen. Nu niets doen, is schuldig verzuim. De hele sector is in verandering”

Vooral in het middenkader zullen tegen 2022 jobs verdwijnen. Dat zorgt voor grote interne onrust. Veel mensen krijgen nu nieuwe functies aangeboden, maar op een lager niveau en met een lager loon. Bij tal van verschuivingen wordt het behoud van de loon- en arbeidsvoorwaarden ter discussie gesteld. “Daar is enorm veel bezorgdheid over”, zegt Liagre in de kranten van Mediahuis. Personeelsdirecteur Florquin geeft toe dat de CM uitgaat van het principe “de verloning volgt de functie”. “We willen een correcte verloning ten opzichte van de verantwoordelijkheid van de job. Bovendien willen we respect tonen voor het werk dat die mensen in het verleden voor ons ­gedaan hebben. We zoeken met de vakbond naar oplossingen. We hebben een grote groep loyale en goede werknemers, het is onze plicht om daar goed mee om te gaan.”

Komt daarbij dat het marktaandeel van de CM jaar na jaar afneemt. De verzekerden zijn lang niet allemaal trouw aan hun “zuil”. De Christelijke Mutualiteit blijft met een marktaandeel van 42 procent en meer dan 3 miljoen aangesloten Belgen de absolute marktleider. Maar van de klassieke ziekenfondsen groeien de Neutrale Ziekenfondsen elk jaar het sterkst. En nog sterker groeit de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV). Op 30 juni 2018 telde die Hulpkas ruim 74.000 leden. In één jaar is dat een stijging van bijna zes procent: aansluiten daar is kosteloos.

Marc van Impe

Bron : MediQuality

Om en bij de 600.000 € voor één behandelde patiënt, per jaar

Uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen blijkt dat we in ons land voor de tien duurste geneesmiddelen gemiddeld meer dan 274.000 euro per patiënt per jaar betalen. In de meeste gevallen gaat het om medicatie voor zeldzame aandoeningen. Maar dr. Kris Van Hul relativeert onmiddellijk: ‘Dit zegt niks over de medicijnen die de Belgische staat het meeste geld kosten. Hier gaat het in de meeste gevallen om een kleine groep patiënten, waardoor de totale kost relatief meevalt’

Het lijstje is gebaseerd op de medicijnen die de 2 miljoen leden van OZ slikken, zegt Chris van Hul, arts-expert bij OZ. “De kans bestaat dat wij net die ene patiënt in België hebben die dat dure geneesmiddel krijgt, of dat er nog een andere weesziekte is met een nog hoger kostenplaatje. Bij de duurste medicijnen zien we vooral die erg innovatieve medicatie, vaak voor zeldzame aandoeningen. Het zegt dus niks over de medicijnen die de Belgische staat het meeste geld kosten. Hier gaat het in de meeste gevallen om een kleine groep patiënten, waardoor de totale kostprijs relatief meevalt.”

Elk jaar berekent de Onafhankelijke Ziekenfondsen welke medicijnen ons land het meeste geld kosten per patiënt, per jaar. Voor 2017 staat galsulfase helemaal bovenaan het lijstje, een molecule die op de markt is gekomen onder de naam Naglazyme, bestemd voor patiënten met mucopolysacharidose type VI, een zeldzame erfelijke stofwisselingsziekte. De kostprijs: 588.744 euro per patiënt, per jaar. Een oude bekende is Soliris, dat volgens de cijfers van de Onafhankelijke Ziekenfondsen (OZ) op de vijfde plek staat , met een gemiddelde kostprijs van iets meer dan 320.000 euro per patiënt per jaar.

Van Hul onderstreept ook dat de prijzen van de weesgeneesmiddelen niet zomaar de pan uitrijzen. Van Hul is ervan overtuigd dat de fameuze ‘geheime contracten’ die de overheid onderhandelt met de farmabedrijven ervoor hebben gezorgd dat het budget binnen de perken is gebleven. Dankzij die geheime contracten kan de overheid kortingen krijgen, maar blijft de officiële prijs hoog, zodat het bedrijf ook in het buitenland betere deals kan binnenslepen. “Het is op dit ogenblik het beste systeem dat we hebben”, benadrukt Van Hul, die voor het OZ ook in de werkgroep zetelt die mee de contracten onderhandelt. Meer details mag hij daar evenwel niet over kwijt. “Zonder die geheime contracten zou het budget exploderen.”

Al merkt hij ook hoe het systeem soms op zijn grenzen stoot. “Zeker als je weet dat het medicijn goed werkt en er geen alternatieven op de markt zijn. Op zo’n moment heeft het bedrijf een monopoliepositie en kan het exorbitante prijzen vragen. Ze weten dat ze in een machtspositie zitten. Dat maakt het bijzonder moeilijk. Want wij moeten het algemeen belang en dus het publieke geld verdedigen, maar even goed ook de patiënten voor wie er geen alternatief is. Dan gebeurt het wel eens dat we niet anders kunnen dan de hoge prijs te betalen.” Te duur en niet transparant dus , menen critici. Maar vaak is het zo patiënten vaak drie dure medicijnen tegelijkertijd moeten nemen. Dat maakt dat de rekening flink oploopt. “Die oncologische combinaties zijn een van de grote uitdagingen van de komende jaren.”

De Morgen lijst de vijf duurste behandelingen op: Mucopolschadirose , 1 patiënt in België, kost 588.744; hemofilie A, ook 1 patiënt, kost 399.750€; Ziekte van Gaucher heeft 5 patiënten en kost 349.878€; de ziekte van Pompe , met 7 patiënten kost 343.122€,; en aHus tenslotte met 12 patiënten kost 320.030€. Alle prijzen zijn per behandeling per patiënt , per jaar.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Chirurgen op de apenrots

In België krijgen chirurgen de wind van voren omdat ze superverdieners zijn. In Nederland is heibel ontstaan na publicatie van een artikel waarin chirurgen onomwonden beschuldigd worden van machogedrag.

Een stalen hiërarchie in de operatiekamer en non-stop onderlinge hanengevechten. Dat is de machocultuur achter de schermen van het ziekenhuis. “Je moet een behoorlijke alfaman of -vrouw zijn om het tot chirurg te schoppen,” aldus journalist Sander Heijne in het blad Linda. Hij citeert Martijn,– niet zijn echte naam –, een vooraanstaand chirurg van in de veertig. “Hij is een alfaman in elke zin van het woord. Overtuigd van zijn eigen kunnen. Gek op vrouwen, mooie auto’s en snelle motoren. En bikkelhard, als het moet. Collega’s die het wagen aan zijn stoelpoten te zagen, krijgen er onverbiddelijk van langs.

Zo nam hij ooit een collega chirurg die hem achter zijn rug zwart maakte bij de directie van het ziekenhuis apart in een kamertje. Terwijl Martijn de deur op slot draaide, keek hij zijn collega priemend aan. “Ik heb last van jou”, zei Martijn. “En ik wil geen last van jou hebben. Dus wat gaan we daaraan doen?”” Herkenbaar? “Het ziekenhuis is gewoon een minimaatschappij waarin dezelfde dingen gebeuren als in de echte maatschappij.” Maar het is wel een maatschappij van uitersten. Enerzijds is veel van de apparatuur waarmee medisch specialisten werken state of the art. In die zin zijn ziekenhuizen hypermoderne bedrijven, en artsen hightech operators. Tegelijk zijn de onderlinge omgangsvormen in ziekenhuizen nog verrassend primitief. Niet voor niets kreeg de beroemde Nederlandse apenonderzoeker Frans de Waal een uitnodiging van een Amerikaanse anesthesioloog om het gedrag van chirurgen en hun assistenten in de operatiekamer onder de loep te nemen. De Waal nam de uitnodiging aan en observeerde tweehonderd operaties in drie​​​​ Amerikaanse academische ziekenhuizen. Wat bleek? De operatiekamer heeft verdacht veel weg van de apenrots.

Sander Heijne: “Dat de operatiekamer een sterke hiërarchie kent, mag geen verrassing heten. Chirurgen zijn langer en intensiever opgeleid dan iedere andere beroepsgroep. Zij hebben de meeste kennis van het menselijk lichaam en zijn eindverantwoordelijk. Natuurlijk hebben zij de leiding. Maar dat is niet voor iedere chirurg genoeg. In hun gedrag blijken veel chirurgen, net als chimpansees, voortdurend in de weer hun leiderschap richting de rest van de groep te bevestigen en verstevigen. Apenonderzoeker De Waal beschrijft hoe het meestal de chirurgen zijn die conflicten forceren met hun ondergeschikten, om zo hun status als leider te onderstrepen. In de meeste gevallen ging het om kleine aanvaringen, maar De Waal was ook getuige van ruzies die zo uit de hand liepen dat er met instrumenten werd gegooid en de operatie moest worden gestaakt.”

De apenonderzoeker constateerde nog iets opmerkelijks. Mannelijke chirurgen raakten vooral in conflict met mannelijke collega’s, terwijl vrouwelijke chirurgen vooral botsen met andere vrouwen. Zet daarentegen een man aan het hoofd van een team vrouwen – of andersom – en er wordt zelfs tijdens de operatie volop geflirt. Blijkbaar voelen chirurgen zich vooral bedreigd door hun eigen seksegenoten. Ook net als chimpansees. De Waal deed zijn onderzoek in Amerika. Natuurlijk valt de situatie niet een-op-een te vergelijken met die in Nederland. Of toch?

Heijne vroeg voor zijn artikel zestien Nederlandse artsen en verpleegkundigen naar hun ervaringen met de machocultuur in de Nederlandse zorg. Elf van hen werkten ook daadwerkelijk mee aan het artikel. De afhakers erkenden het bestaan van een machocultuur in ziekenhuizen eveneens, maar zagen niets in een interview. Wie wel willen praten, schetsen een beeld van een wereld waarin de onderlinge pikorde heilig is. Om te beginnen heerst er een strikte hiërarchie tussen de verschillende beroepsgroepen, legt een jonge vrouwelijke huisarts uit. Chirurgen staan aan de top van de voedselketen. Daarna komen de andere ziekenhuisspecialisten. Huisartsen staan al een stuk lager in aanzien. Onder aan de ladder staan de bedrijfs- en verzekeringsartsen.

De plek die een specialisme inneemt in de pikorde, heeft een grote invloed op het aantal macho’s. Chirurgen zijn met stip de grootste macho’s. Waar kinderartsen de reputatie genieten van uiterst vriendelijke zachtaardige types, staan orthopedisch chirurgen te boek als de bouwvakkers van de zorg. Met dito manieren.

Heijne citeert chirurg Martijn. Ooit was hij zelf ziekenhuispatiënt : “Ik was toen een beetje in de war van de morfine en zei tegen de psychiater dat ik nogal veel dronk.” Toen hij had uitgelegd dat hij dagelijks ‘maar’ een paar glazen drinkt, was de dokter gerustgesteld. “Ach, dat zijn toch gebruikelijke chirurgische hoeveelheden.” Het gebruik van drank en drugs onder artsen is sowieso hoog, zegt de psychiater. Verschillende andere artsen die hebben bijgedragen aan het artikel bevestigen het beeld.

Het artikel zorgt voor de nodige reuring in de Nederlandse medische en mediawereld. Maar niemand die bij naam dit verhaal tegenspreekt.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Komt een vrouw bij de dokter, om de uitslag van een onderzoek te vernemen.

‘Toen de dokter zei dat ik geen gezwel had en ook geen hartfalen of levercirrose, en als ik geen gekke dingen deed wel honderdeneen zou kunnen worden, zakte de moed me in de schoenen.’*

Ik moest een dit micro-verhaaltje denken toen ik de resultaten las van onze peiling waarin we u vroegen hoe u slecht nieuws brengt? Omfloerst of recht voor de raap. We ontvingen 158 volledige antwoorden. De uitkomst is verbazingwekkend: 75% van de artsen kiest voor zachte aanpak. 25% kiest voor directe confrontatie, maar in deze zijn dat drie keer zoveel Vlamingen dan Franstaligen. We vroegen u niet waarom u voor uw aanpak kiest. Dat geeft me vrijheid hier wat verder op door te borduren.

Vaak lees ik in de rubriek lezersbrieven dat artsen slecht nieuws ijskoud brengen. Dat blijkt dus helemaal niet zo te zijn. Hoewel er misschien enkele dokters zijn die aan die criteria voldoen, geeft de meerderheid van de artsen echt om de gevoelens van hun patiënten. Terwijl het geven van slecht nieuws een van de moeilijkste taken van een clinicus is, doen de meesten echt een inspanning. Het verschil tussen Noord en Zuid -25 Vlaamse artsen brengen slecht nieuws zonder omwegen, tegenover 8 Franstalige- past helemaal in het beeld dat uit andere peilingen blijkt, met name dat de Franstalige arts zich paternalistischer opstelt dan zijn Vlaamse collega. Dat getuigt ook van een verschillend inschatten van de autoriteit die een arts verondersteld wordt uit te stralen.

Wat me ook verbaast is dat patiënten zo verschillend reageren op de minder gunstige informatie die ze krijgen. Sommigen zijn volledig voorbereid op het resultaat. Anderen zijn zo geschokt dat ze de gegevens niet geloven. Sommigen staan stevig in hun schoenen, ook al horen ze het ergste, terwijl anderen in grote paniek verkeren. Er is geen verkeerde of juiste reactie en er is geen manier om te voorspellen hoe een patiënt zal reageren. Een arts moet beseffen dat het brengen van slecht nieuws het leven van een patiënt drastisch gaat veranderen. Ze zullen moeten hun toekomstplannen volledig herzien. Ze zullen onzeker zijn hoe ze dit aan hun dierbaren moeten vertellen. De arts moet openstaan voor al die reacties en deze zeker niet minimaliseren. Niet alle mensen zullen sterk zijn en de patiënt vertellen dat hij precies dàt moet doen, kan hem het gevoel geven dat u zijn ervaring wil bagatelliseren.

De depressieve schrijfster van het micro-verhaal besluit haar reactie op het goede, dus voor haar slechte nieuws, als volgt:

‘Een hele lap leven hing voor me… Ik moet die lap niet zien. Haal die lap weg! En geef me honderdeneen miljoen momenten van nu en hier.’

Hoe breng je dan slecht nieuws? Ik geloof dat deze aanpak werkt: Wees empathisch, wees eerlijk, patiënten verdienen de volledige en volledige waarheid, hoe slecht die ook is. Als ze erger worden, vertel het hun. Een arts kan niet iedereen redden en degenen die met de dood worden geconfronteerd, moeten dat weten, zodat ze voorbereidingen kunnen treffen, wat dat ook moge inhouden.

Wees eenvoudig en zorg ervoor dat de patiënten begrijpen wat u hebt uitgelegd of onthuld. Geef ze goede websites waar ze meer informatie kunnen vergaren nadat ze naar huis zijn gegaan. Ze zijn vaak geschokt en niet in staat om te luisteren naar alles wat u hen vertelt. Laat ze vragen stellen en zorg ervoor dat u ze beantwoordt. Ze moeten volledig op de hoogte zijn van hun medische situatie. Als ze zelf geen vragen stellen, vraag ze dan of ze die hebben. Luister: de bezorgdheid van een patiënt kan niet dezelfde zijn als die van u.

Een patiënt kan zich meer zorgen maken over het uitvallen van zijn haar door chemotherapie dan over de metastasen in de toekomst. Als u luistert, weet u waar zij het meest bezorgd over zijn en hoe dit moet worden aangepakt. Laat hen hun emoties tot uitdrukking brengen. Wees ondersteunend. Patiënten moeten weten dat je er voor hen bent. Je bent er niet om ze te vertellen wat ze moeten doen. Je bent er om hen te begeleiden en te helpen bij het nemen van beslissingen. Misschien ben je het niet eens met hun beslissingen, maar het is aan hen om die te nemen. Trivialiseer ze niet: mensen zeggen vaak dat ze gewoon sterk moeten blijven of een voorbeeld nemen aan andere, zogenaamd sterkere patiënten. Nou, die woorden zijn misschien gemakkelijk uit te spreken als jij niet degene bent die lijdt. Je bent een dokter, geen bron van inspirerende citaten.

* Het citaat is van de Nederlandse schrijfster Sylvia Hubers

Marc van Impe

Bron: MediQuality

ME/CVS: Cochrane wijst Pace Trial af

Minister Maggie De Block vroeg bij haar aantreden haar administratie een adviesnota voor te bereiden in verband met het te volgen beleid inzake ME/CVS. Het Riziv schoof die opdracht door naar het expertisecentrum van de KULeuven. Uit welingelichte bron vernemen we dat dit advies van de Leuvense experten tot in de details de conclusies volgt van de Britse Pace-studie waarover we hier al uitgebreid bericht hebben.

Deze studie werd zowel door de wetenschappelijke wereld als door de patiëntenorganisaties afgeschoten wegens gemanipuleerd, onvolledig en politiek geïnspireerd en komt er op neer dat ME/CVS-patiënten enkel kunnen geholpen worden met psychotherapie (CGT) en kinesitherapie (Graded Excercise). Vandaag raakte bekend dat de Cochrane Collaboration een verklaring gepubliceerd heeft waarin staat dat de Pace Trial niet voldoet aan de “kwaliteitsnormen” van de organisatie.

Op verzoek van de Cochrane Collaboration hadden de auteurs van de Pace Trial hun werk uit 2011 overgedaan en correcties aangebracht. Maar ook dit volstaat niet aldus Cochrane. De studie is een methodologische puinhoop, aldus Cochrane. Twee patiënten -Tom Kindlon en wijlen Robert Courtney- hadden na publicatie in 2014 uitgebreide en overtuigende kritiek uitgebracht. Hun schrijven werd gesteund door meer dan honderd academici, patiëntengroepen, advocaten en politici die in een open brief aan de Lancet opriepen tot een onafhankelijke re-analyse.

Toen de hoofdauteurs , de professoren Peter White, Trudie Chalder en Michael Sharpe dit weigerden en ze daarin gesteund werden door professor Simon Wessely , diende Robert Courtney een formele klacht bij Cochrane. Cochrane vond de klacht gegrond en had onlangs de auteurs een kans om hun werk dienovereenkomstig te herzien. Het is de herziening die Cochrane nu onbevredigend heeft geacht.

De Pace Trial, die 5 miljoen pond gekost had, bepaalt in Engeland en ook ons land het officiële beleid inzake ME/CVS. Psychiater Wessely, die voorzitter is van het Royal College of Psychiatrists blijft de studie verdedigen: ” This trial was a landmark in behavioral complex intervention studies,” zegt hij.

Het is nu de vraag wat de minister gaat doen?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

BMJ 2018; 362 doi: https://doi.org/10.1136/bmj.k3621 en https://me-pedia.org/wiki/PACE_trial

http://www.virology.ws/2018/12/03/trial-by-error-some-good-news-on-cochrane/

Meer levercirrose bij koude winters

Wie zich afvraagt waarom de mensen geneigd meer te drinken als het buiten koud is en de nachten langer zijn, die vindt een antwoord in een nieuwe wetenschappelijke studie, uitgevoerd door het Pittsburgh Liver Research Centre in de VS en deze maand gepubliceerd in het Hepatology Journal.

Die studie toont aan dat er een direct verband bestaat tussen dalende temperaturen en uren zonlicht en een verhoogd alcoholverbruik. “Het is iets wat iedereen decennialang aannam, maar wat niemand wetenschappelijk aangetoond had”, aldus Dr. Ramon Bataller, professor aan de Universiteit van Pittsburgh. Er zijn twee verklaringen: je voelt je warmer na een glas alcohol omdat de drank als vaatverwijdend middel fungeert, de bloedvaten ontspant en de doorstroming van warm bloed naar de huid verhoogt. De tweede reden waarom je misschien meer wilt drinken is dat kortere dagen en langere nachten en koude ook verband houden met depressie, waarvan al lang bekend is dat het drinken stimuleert. Een gevolg is een groter risico op alcoholische cirrose, wat overigens ook wordt bepaald door genetische factoren. Cirrose komt vaker voor in het noorden van de VS.

De onderzoekers wilden weten of het klimaat een oorzakelijk effect heeft op alcoholconsumptie en de impact ervan op alcoholische cirrose. Ze verzamelden gegevens uit 193 landen en uit 50 staten en 3.144 counties in de Verenigde Staten.

De data waren afkomstig van onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie, de Wereld Meteorologische Organisatie en het Institute on Health Metrics and Evaluation. De klimaatparameters waren gebaseerd op de Koppen-Geiger classificatie, de gemiddelde jaarlijkse zonne-uren en de gemiddelde jaarlijkse temperatuur. Alcoholconsumptiegegevens, drinkpatroon, gezondheidsindicatoren en de alcoholtoerekenbare fractie (AAF) van cirrose werden gecorreleerd an daaruit bleek dat er een omgekeerde correlatie bestaat tussen de gemiddelde temperatuur en het gemiddelde aantal uren zonneschijn per jaar en de liters jaarlijks alcoholgebruik per hoofd van de bevolking.

Hoe kouder het wordt des te hoger het percentage zwaar episodisch drinkers. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) was ongeveer 5,9% van alle sterfgevallen in 2014 toe te schrijven aan alcoholmisbruik, tegenover 4% in 2004. Oost-Europa in zijn totaal heeft met 15,7 liter alcohol per persoon de hoogste jaarlijkse consumptie per hoofd van de bevolking.

De Moldaviërs staan op de eerste plaats met 17,4 liter alcohol per persoon per jaar. Na Moldavië, volgt Wit-Rusland met 17,1 liter alcohol per persoon. Litouwen sluit de top-3 af met 16,2 liter alcohol. Noord-Afrika en het Midden-Oosten daarentegen heeft met 1,0 L per persoon de laagste consumptie per hoofd van de bevolking. In Libië, Mauritanië en Pakistan wordt het minste alcohol gedronken. Daaruit blijkt dat niet alleen klimaatgerelateerde variabelen, maar ook culturele en religieuze factoren een invloed hebben. In een lijst van landen waar het meeste alcohol wordt gedronken, staat België pas op de 31ste plaats.

België staat op de 31ste plaats, net voor Duitsland, Spanje en Zwitserland. Hoewel het cijfer van België slechter kan, wil dat niet zeggen dat we daarom goed bezig zijn. Zo kampt maar liefst één op de tien Belgen met een alcoholprobleem. Het dagelijks gebruik van alcohol is significant verschillend tussen Vlaanderen en Brussel, maar niet tussen Brussel en Wallonië. Het Waals Gewest, waar het ’s winters flink kouder is, onderscheidt zich van de andere gewesten door een hogere gemiddelde consumptie zijnde 12 glazen alcohol per week tegen 10 elders. Het percentage personen met leverlijden vertoont geen belangrijke regionale verschillen. In Vlaanderen is dat 0,3%, in Franstalig België 0,5%.

Hepatology. 2018 Oct 16. doi: 10.1002/hep.30315. [Epub ahead of print]

https://www.livercenter.pitt.edu/sites/default/files/Ventura-Cots_et_al-2018-Hepatology.pdf

https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/AL_NL_2008.pdf

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality