De zaak dr. G.: “André heeft één grote fout begaan, hij had het zelf moeten doen”

Dokter André G. werd veroordeeld tot 27 jaar voor de moord op zijn schoonzoon Stijn Saelens. De drie rechters kenden geen genade voor ‘mijnheer doktoor’. Volgens hen handelde hij uit “egoïsme”. Het vonnis zorgt voor een schokgolf in de gemeenschap van Ruiselede en omstreken. Het is ook een breuk met de traditie van de paternalistische huisarts en patriarch die voor iedereen weet wat goed is en bepaalt waar in de West-Vlaamse klei de morele krijtlijnen getrokken worden.

Rechter Els D’Hooghe heeft een moedig vonnis geveld. Haar rechtbank ging niet over een nacht ijs maar heeft de verdediging de kans gegeven om alle mogelijke argumenten aan te dragen. De zware beschuldiging van incest, de compliciteit van het gerecht, de waanideeën van het slachtoffer Saelens, de emigratieplannen van het gezin naar Australië. Ze bevond ze allemaal te licht. Ze gaf een sympathiserende regisseuse zelfs de kans een ‘documentaire’ over de beschuldigde in de Bruno-kapel voor te stellen. Het resulteerde in een vonnis van negentig pagina’s. De conclusie: het recht in eigen handen nemen, wordt niet getolereerd. Wie eigenhandig een vermeende dader wil bestraffen of mores leren zonder dat hier een (straf)rechtelijke procedure aan te pas komt, overschrijdt een grens. Dat heet het ‘verbod op eigenrichting’. Wie recht wil moet een beroep doen op rechters en raadsheren, die recht spreken.

Even recapituleren. Camera! Een travelling: we zien een gerespecteerde huisarts-duivenmelker in een West-Vlaams dorp ‘te lande’ bij zijn duivenkot. Aan de straatkant de dokterspraktijk De Molen. Een deftige witte villa achter een zwart gietijzeren hek. Keurig gesnoeide buxushaagjes in de voortuin. Een bordje met openingstijden.

De naam van de dokter staat er nog steeds op, ook al is het zijn dochter E. die de praktijk aan de Kasteelstraat de laatste 3 jaren runt. De huisarts is 67 voorbij maar niet met pensioen. Hij zit sinds juni 2015 in de gevangenis, als hoofdverdachte in de zaak rond de moord op zijn schoonzoon Stijn Saelens (34) , de man van E. Het echtpaar Saelens woonde met vier kleine kinderen in een kasteeltje een paar kilometer verderop in Wingene.

Het is 31 januari 2012. Saelens is alleen thuis. Het kindermeisje is ziek. E. brengt de kinderen naar school. Als E. rond de middag thuiskomt, treft ze een bloedspoor aan dat van de hal over de kasteeltrappen naar buiten loopt en daar stopt. In de hal ligt een kogelhuls. Er is geen spoor van inbraak of diefstal. Haar man is spoorloos. Dr. André G. komt direct in beeld. De pater familias had enkele maanden voordien een klacht ingediend: hij verdacht zijn schoonzoon van incest met een van zijn kleindochters. De echtgenote wil scheiden. Maar als de ruzie tussen de echtelingen bijgelegd wordt, de onderzoeksrechter niet optreedt en van de zedenfeiten geen sprake meer is en het echtpaar bovendien emigratieplannen koestert, is voor de huisarts de maat vol. Na tweeënhalve week wordt het lichaam van Saelens gevonden in een kuil in een bos in de buurt. Hij heeft een kogel in zijn rechterlong. Moord.

De roddelmachine komt op gang. Er zou sprake geweest zijn van “een extreme gezinsproblematiek in het huwelijk van de dochter”. Saelens wilde zich aansluiten bij een ecologische sekte. In Australië. Het slachtoffer, afkomstig uit een familie die schatrijk werd met de handel in meststoffen, had schulden gemaakt als projectontwikkelaar. Hij zou een Nederlandse dame verkracht hebben. Saelens wordt gefileerd en zijn reputatie wordt vakkundig en genadeloos gesloopt. De rechtbank heeft alle verhalen gewogen en ze één na één te licht bevonden. De incest en de afwezigheid van reactie van het gerecht? “De gerechtelijke procedure verliep correct en ad rem. Het voorwendsel aangehaald door André G. mist elke grond van realiteit.” De waanideeën van Stijn Saelens? “Uit het strafdossier komt naar voren dat de bizarre opvoedingsstijl van Stijn Saelens bestaat uit slechts tweemaal daags eten, geen of minder vlees consumeren, blootsvoets lopen – beperkt tot binnenshuis en in de tuin-, het omarmen van bomen en zwemmen in de vijver. Er kan uit het strafdossier niet worden afgeleid dat de man een gestoord individu was die zo’n gevaar opleverde voor zijn echtgenote en kinderen, dat hij diende uitgeschakeld te worden.” De emigratieplannen naar Australië? “Dat twee toerekeningsvatbare volwassenen met een bovengemiddelde intelligentie de mogelijkheid van een emigratie naar Australië aftasten, is geen schulduitsluitingsgrond voor de tenlastelegging moord.”

De rechtbank komt tot het besluit dat “de door André G. voorgehouden crisissituatie is ontkracht en zeker niet van aard om een schulduitsluitingsgrond te vormen.” De rechtbank begrijpt “de angst die hij heeft ervaren wanneer hij in mei op de hoogte werd gesteld van de grensoverschrijdende feiten op zijn kleindochter”. Maar dat is geen verschoning. Erger is zijn houding die “niet deze (is) van een spijt betuigende dader”. Dr. G. handelde als wraakvader. “Hij blijft zich voordoen als de beschermer van zijn kinderen en kleinkinderen. Een man die geen andere mogelijkheid had dan moord op zijn schoonzoon. Het is opmerkelijk dat hij zelfs vanuit de gevangenis dit beeld van zichzelf verkocht krijgt aan een deel van de pers, supporters, zijn therapeut en zijn familie.” Volgens de rechtbank handelde G. uit “egoïsme”. Advocaat Johan Platteau vindt de straf te zwaar. “De man die handelde in het belang van zijn kleindochters en zijn familie wordt zéér zwaar gestraft. Zij die het deden voor het geld worden beloond.” Dr G. zal 72 zijn als hij voorwaardelijk vrij kan komen.

De rechtbank heeft duidelijk gemaakt dat ook in West-Vlaanderen, waar het principe ons kent ons geldt en waar de buitenwereld daar niets mee te maken heeft, niemand boven de wet staat. Een burger, ook al is hij een gerespecteerd huisarts, die zo het recht in eigen hand neemt is een bedreiging voor de rechtstaat. Straffen is geen taak van burgers. Niemand mag zelf voor aanklager en rechter spelen.

De goegemeente in Ruiselede begrijpt het niet. De lokale gepensioneerde schooldirecteur verklaart aan een Nederlandse krant dat hij zijn vriend wekelijks gaat bezoeken. ” André heeft één grote fout begaan, hij had zijn vriend er niet bij moeten roepen, hij had het zelf moeten doen.” Dochter E. runt nu de groepspraktijk in Ruiselede. Met haar nieuwe partner kreeg ze vorig jaar een dochter. Ze wonen, met de vier kinderen uit het huwelijk met Saelens, op het kasteel.

Een vonnis maakt jurisprudentie. Maar je verandert er de mentaliteit van de mensen niet mee.

Marc van Impe

Bron; MediQuality

Artsen maken ook fouten. Sorry zeggen helpt.

De titel boven dit artikel komt van professor dr. Arie Franx, afdelingshoofd Gynaecologie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Hij erkende publiek dat hij en zijn collega professor C.H. Van der Vaart, Hoogleraar Urogynaecologie, Voortplanting en Gynaecologie, een zware beoordelingsfout maakten. De gevolgen zijn desastreus. Mevrouw Adrienne Cullen, zijn patiënte heeft uitgezaaide kanker en valt niet meer te redden. Zij stond naast hem op het podium. Het betekent een kentering in de medische wereld. Artsen erkennen hun fouten. Patiënten krijgen morele en financiële genoegdoening. Zelfs de aansprakelijkheidsverzekeraars geven schoorvoetend toe. Maar de ziekenhuisdirecties blijven stug.

Er moet meer openheid komen bij medische problemen, zegt de Nederlandse overheid. De artsenfederatie KNMG is die stelling bijgetreden. Er zijn immers consequenties: de tuchtrechter kijkt nadrukkelijker of artsen de patiënt wel goed inlichten na incidenten of fouten. Cijfers van de Nederlandse Inspectie voor de Gezondheidszorg bevestigen de trend. In 2013 betrokken zorginstellingen de patiënt of zijn naasten in nog geen 20 procent van de gemelde calamiteiten. In 2017 lag dat percentage boven de 80 procent.

Op 13 april vond in het UMCU een lezing plaats door de Ierse Adrienne Cullen én haar behandelende artsen. De feiten: In april 2011 werd bij patiënte een uitstrijkje gedaan. Daarin werden kankercellen aangetroffen. De behandelend arts, gynaecoloog Huub van der Vaart, kreeg de uitslag niet van zijn collega van de afdeling pathologie, hij vroeg er ook niet naar toen de uitslag uitbleef, waardoor hij aan zijn patiënte pas in 2013 kon vertellen dat er sprake was van baarmoederhalskanker. Dat kwam pas aan het licht toen een onderzoeker in 2013 het dossier van Adrienne inkeek en zag dat haar de uitslag niet was medegedeeld. Maar toen bleek het te laat: Cullen had baarmoederhalskanker met uitzaaiingen. Wat volgde was het bekende scenario: een aaneenschakeling van ontkenning, afhouden, expertise, tegenexpertise, wegkijken en bedreigend gedrag van het ziekenhuis, en de twee artsen die ook nog eens het verbod opgelegd kregen om zich te veel met hun patiënt of met haar zaak bezig te houden. De klassieke werdegang. Het UMCU heeft erg zijn best gedaan om de verantwoordelijkheid bij deze grove fout te verdoezelen. Cullen schetste op het podium alle pijnlijke scènes van die jarenlange kruisweg, steeds afgewisseld door de visie van gynaecoloog Van der Vaart en afdelingshoofd Arie Franx. Van der Vaart: ‘Ik ben de dokter die verantwoordelijk is voor de fout en dat doet pijn, elke dag.’ De echte verantwoordelijke en grote afwezige was Prof dr Paul van Diest, hoofd van de afdeling pathologie.

“Ik had van het ziekenhuis empathie verwacht,” zegt Cullen, “meer transparantie en duidelijke communicatie. Maar er kwam geen enkele blijk van medeleven. Niet toen ik uitzaaiingen bleek te hebben, niet toen een onafhankelijk expert vaststelde dat ik dood zou gaan door de fout van het ziekenhuis, niet na het gesprek met de bestuursvoorzitter.” Er kwamen ook geen nadat er uiteindelijk een akkoord bereikt werd over een schadevergoeding van 545.000€, de hoogste die ooit in Nederland is gegeven. En ook hier het klassieke scenario: in de dading die Cullen moest tekenen, stond een zwijgclausule. Cullen tekende pas toen die eruit was. ‘Het is niet de fout die me het meest heeft geraakt’, zei ze, ‘maar het gebrek aan interesse van het ziekenhuis. Ze spraken niet met me, maar over me.’

Zowel Van der Vaart als Franx toonden zich zeer aangeslagen en empathisch tijdens de lezing, hoewel zij dat aanvankelijk niet toonden aan Adrienne. De nadruk lag op het belang van tonen van empathie, goed informeren van het slachtoffer en de familie. Verzwegen werd toch dat de meeste slachtoffers van medische fouten doodgezwegen worden door hun artsen en geen informatie, noch herstelbehandeling krijgen. Deze slachtoffers moeten noodgedwongen naar België of Duitsland. Adrienne is in dit opzicht nog altijd een uitzondering, schrijft Meester Sophie Hankes, advocate van patiëntenvereniging Sin.nl.

‘Als de arts gewoon sorry had gezegd, zou ik nu niet hier bij u zitten.’ Zo beginnen cliënten vaak, zegt Mr. Tim Bueters, letselschadeadvocaat en voorzitter van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade in een commentaar in De Volkskrant. Artsen en ziekenhuizen die niet thuis geven wanneer een patiënt aanklopt met een klacht, de advocaat maakt het dagelijks mee. Maar, signaleert hij, over de gehele linie gaat het wél beter de afgelopen jaren. ‘De regelgeving is strenger geworden, ieder ziekenhuis heeft tegenwoordig een klachtenfunctionaris. Laatst had ik zelfs een zaak waarbij het ziekenhuis de gedupeerde ouders van een te laat geopereerde baby zélf aanraadde contact op te nemen met een letselschadeadvocaat. In de twaalf jaar dat ik dit werk doe, heb ik dat nog niet eerder meegemaakt.’

Maar krijgen artsen niet juist claims aan hun broek wanneer ze een fout toegeven aan een patiënt? Dat blijkt niet zo te zijn. Uit een studie in Annals of Internal Medicine blijkt dat het aantal claims en het uitgekeerde geld per zaak spectaculair afneemt sinds sommige ziekenhuizen zoals het University of Michigan Health System bij klachten van patiënten niet langer reageren met ‘zie je in de rechtszaal’, maar snel een onderzoek en indien toepasselijk excuses maken en een schadevergoeding uitbetalen.

Maar er valt nog veel te verbeteren. Dat geldt voor Nederland én voor België. Vaak is het het ziekenhuis dat dwars ligt. De Volkskrant voert de Nederlandse professor dr. Rob Slappendel op, anesthesioloog en expert op het gebied van kwaliteit van zorg en patientveiligheid. Na zelf een calamiteit meegemaakt te hebben in het Diakonessenhuis Utrecht, week hij per 1 januari 2016 uit naar Antwerpen waar hij hoofddocent anesthesiologie werd aan de Universiteit Antwerpen. Hij doet in de krant het verhaal van een chirurg die de fout inging bij een handoperatie. ‘ Medewerkers in de operatiekamer zagen het gebeuren, niemand durfde iets te zeggen.’ Slappendel maakt de vergelijking met de luchtvaart, een sector beroemd om zijn lage aantal ongevallen en een cultuur waarbij mensen zich veilig voelen om incidenten te melden zonder dat ze daar op afgerekend worden. ‘Elkaar aanspreken is daar veel gebruikelijker. Mijn zoon is co-piloot. Vanaf zijn opleiding wordt het erin geramd: als je denkt dat een collega een fout maakt, dan zeg je dat, ook als het de gezagvoerder is.’

De lezing in Utrecht mag uniek worden genoemd. Nooit eerder vertelden arts en patiënt samen in het openbaar hun verhaal. Het wordt een jaarlijks terugkerende bijeenkomst, die de naam Cullen zal blijven dragen. Cullen gaf beide artsen een compliment voor hun moed: ‘Zij lopen nu het risico om te worden gezien als slechte artsen, maar ze staan hier wel.’ Van der Vaart geeft toe hoezeer hij onder zijn fout heeft geleden. Hulp vragen is lastig voor mijn generatie. Had ik het maar gedaan.’ Zijn boodschap voor jonge artsen, zegt hij, bestaat uit vier letters: ‘Help.’

Tenslotte nog dit: het UMCU schrok blijkbaar van zijn eigen durf en liet een journalist die beelden wou maken van het gebeuren aanhouden. Het symposium was open voor mensen van buiten het UMC Utrecht en ook voor de media. Maar draaiende camera’s waren niet welkom bij het symposium zelf. Cullen zegt teleurgesteld te zijn dat het UMC Utrecht nu terug lijkt te deinzen voor de grote belangstelling waarop de lezing kan rekenen.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

Santhéa: een kostenraming is niet nuttig

Tegen volgend jaar moeten ziekenhuizen op hun website een kostenraming afficheren voor een aantal behandelingen. Dat staat in het akkoord dat artsen en ziekenfondsen onlangs hebben gesloten. Aan Vlaamse zijde is Zorgnet-Icuro bezig met de implementatie van die afspraak. Santhea, de koepel van Franstalige ziekenhuizen, ziet dat anders. Santhea is niet van plan om de leden aan te sporen tot meer financiële transparantie. “Wij zaten niet mee aan tafel tijdens de onderhandelingen van dat akkoord”, zegt directeur-generaal Yves Smeets, “er is geen verplichting om een raming te geven. Bovendien hebben wij de mensen noch de middelen om dat te realiseren. Zo’n raming is niet nuttig. Patiënten weten toch niet wat hun ingreep zal kosten. Dat verschilt per patiënt.”

In Wallonië publiceert geen enkel ziekenhuis een kostenraming. In Brussel doet amper 3% dat. In Vlaanderen publiceert 63% van de ziekenhuizen wél een kostenraming . Dat blijkt uit onderzoek van de studiedienst van de CM die de websites van 99 ziekenhuizen onderzocht en op amper 35 sites een kostenraming aantrof. Van de ziekenhuizen die een raming geven, maken bijna acht op de tien een onderscheid tussen de kamertypes. Zeven op de tien splitsen de totaalprijs op in verschillende prijsonderdelen. Amper één op de drie geeft een schatting tussen een minimum- en een maximumbedrag. Wel informeren bijna alle websites (97 procent) over de ziekenhuisfactuur. Ruim vier op de vijf websites geven informatie over honorarium- en kamersupplementen.

Dat de Vlaamse ziekenhuizen het betreft beter doen, heeft volgens directeur Ilse Weeghmans van het Vlaams Patiëntenplatform te maken met de website-indicator die het Platform enkele jaren geleden heeft ontwikkeld. “Daar wordt nagekeken in welke mate ziekenhuizen transparant zijn over de kosten”, zegt. “Sinds we dit hebben opgestart, merken we vooruitgang.”

“Maar voor patiënten blijft het moeilijk om hun weg te vinden in alle informatie”, zegt Martine Van de Walle, nationaal secretaris van de CM. Nog te vaak is het voor patiënten moeilijk om vooraf te achterhalen hoeveel een behandeling of ingreep ongeveer zal kosten. Nochtans is het een van de rechten van de patiënt. “Bij een bevalling bijvoorbeeld, wil je toch weten hoeveel dagen je er zult verblijven”, zegt Van de Walle in de kranten van De Persgroep, “hoeveel een gemeenschappelijke kamer of luxekamer kost en hoe je een keuze kunt maken in functie van je hospitalisatieverzekering. Een kostenraming helpt daarbij.”

Lieve Dhaene van Zorgnet-Icuro nuanceert: “uiteraard gaat het om schattingen”, zegt zij. “Bij complicaties bijvoorbeeld, zullen de kosten hoger zijn. Het zijn geen bindende offertes zoals je die bij een loodgieter hebt, maar zeker voor standaardingrepen moet het mogelijk zijn om daar een bedrag op te plakken. Wij vinden dat patiënten zo goed mogelijk moeten worden geïnformeerd.”

Marc van Impe

Bron: MediQuality

https://www.cm.be/wat-te-doen/hospitalisatie/opname/vergelijking-ziekenhuistarieven

https://www.demorgen.be/binnenland/in-kaart-zo-on-duidelijk-is-het-kostenplaatje-van-het-ziekenhuis-in-uw-buurt-b98baa43/  

Huisarts mag vals attest schrijven

Een West-Vlaamse huisarts die een patiënte in geldnood met een “welwillend” ziektebriefje afhielp van haar wurgcontract bij een fitnessclub, wordt niet gestraft door de West-Vlaamse Orde der Artsen. De federatie van Belgische fitnessclubs is er niet goed van.

Patiënte is voorgoed ongeschikt om nog sportactiviteiten te verrichten. Aldus attesteerde een West-Vlaamse huisarts, waarna zijn patiënte haar contract met de fitnesclub dat haar 70€ per maand kostte kon opzeggen. Maar medisch gezien klopte dat eigenlijk niet: de dokter schreef het briefje vooral ­omdat de vrouw in kwestie in geldnood zat. De fitnessclubuitbater rook onraad en legde klacht neer bij de West-Vlaamse Orde der Artsen. De dokter schreef het attest “uit sociale bewogenheid”, zei hij zelf. “Bij die fitnessclubs is vaak sprake van echte wurgcontracten waar je bijna niet van losgeraakt.”

De Orde verklaarde de klacht ontvankelijk, maar geeft de dokter gelijk. Hij heeft dus geen deontologische fout gemaakt. “Het sociale speelt ook mee bij een arts”, dr. Lieven Wostyn, voorzitter van de West-Vlaamse afdeling van de ­Orde. “En er was wel degelijk ook een medisch probleem: de vrouw leed aan pijn in de nek en aan een slepende middenoorontsteking.”

Maar dat probleem was dus eigenlijk niet voldoende erg om te zeggen dat ze nooit meer zou kunnen sporten. “Wij vinden dit echt onaanvaardbaar”, zegt Eric Vanden­abeele, de directeur van beroepsvereniging Fitness.be. “Een arts moet oordelen over je gezondheid, niet over of het een goed idee was om zo’n contract af te sluiten. Een dokter moet toch ook niet oordelen over je contract met je energieleverancier, of met je internetprovider?” Het is niet de eerste keer dat een fitnessketen zo’n attest aanvecht. “We krijgen hier ­vaker dan vroeger klachten over binnen”, zegt Wostyn in Het Nieuwsblad.

Dat komt omdat minister van Consumentenzaken Kris Peeters (CD&V) begin vorig jaar een gedragscode heeft opgesteld met de fitness­centra. Sindsdien kan een klant een contract opschorten of beëindigen met zo’n geldig medisch attest, net om die wurggreep van lange en dure contracten tegen te gaan. Maar tegen die attesten gaan de ketens dus steeds vaker in, omdat er volgens hen te vaak misbruik van wordt gemaakt. “Het toont hoe die wurg­contracten een probleem blijven en hoe weinig flexibel fitnesscentra ook blijven. Wij klagen dat al jaren aan”, zegt Simon November van Test-Aankoop.

De uitspraak is geen vrijbrief voor andere huisartsen. “Wij bekijken elke klacht zeer grondig”, zegt dr. Wostyn van de Orde. “Er zijn ook al gevallen waarin het fitnesscentrum gelijk heeft gekregen.” In dat geval kan de arts in kwestie een blaam krijgen, of zelfs tijdelijk geschorst worden.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Rechter wil vijf artsen aan de tand voelen

Vijf artsen die een patiënt Tramadol voorschreven moeten zich voor de politierechter verantwoorden. Het gaat om dokters uit Dendermonde, Appels, Oudegem, Buggenhout en Temse.

De Dendermondse Politierechter Peter D’hondt laat de vijf dokters verhoren over het voorschrijven van de zware pijnstiller Tramadol aan Mouhamed A. (27), die in juni vorig jaar een zwaar ongeval onder invloed van het middel. De jongeman maaide op het voetpad twee mensen van de weg. Een derde kon nog net op tijd wegspringen. De slachtoffers, een ouder koppel, raakten zwaargewond. Zijn Mercedes vernielde daarnaast ook twee gevels van restaurants en kwam enkele meters verderop tot stilstand. In de kofferbak, op de plaats van het reservewiel, vond de politie een volle plastic zak met daarin de zware pijnstiller Tramadol. Die medicatie bevat morfine, wat als drugs kan gebruikt worden.

Politierechter Peter D’hondt kreeg eerder al te maken met ongevallen waarbij de pijnstiller betrokken was en besloot de beklaagde hierover gisteren aan de tand te voelen. A. gaf toe dat hij verslaafd was aan de medicatie en dat hij bij vijf verschillende dokters voorschriften haalde. “Dit stoort me echt mateloos”, reageerde D’hondt. “Dokters schrijven zomaar voorschriften uit voor een pijnstiller zonder een grondig onderzoek uit te voeren. Het ergste van allemaal is dat zijn huisarts op de hoogte was van zijn verslaving en er niets aan deed. Aan het begin van dit jaar hadden we zelfs nog een dodelijk ongeval dat veroorzaakt was door dit middel. Straks hebben we hier meer medicatie-gerelateerde zaken dan dronken bestuurders”, aldus een boze politierechter. De politierechter stelde uiteindelijk de zaak uit om alle dokters uitvoerig te kunnen verhoren. Op 15 juni zal de zaak verder behandeld worden.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Ri De Ridder wil blijven

Vandaag is de laatste dag voor directeur-generaal Henri De Ridder, hoofd bij de Dienst Geneeskundige Verzorging van het Riziv.

Henri De Ridder was directeur-generaal van de Dienst voor Geneeskundige Verzorging sinds 17 oktober 2005. Hij studeert af aan de Rijksuniversiteit Gent en is van 1976 tot 2000 actief als huisarts in een wijkgezondheidscentrum. Linkser dan links richt hij met Jan De Maeseneer en Jan Bosman in februari 1975 de medische studentenvereniging Mordicus op als alternatief voor de Vlaamse Geneeskundige Kring (VGK), omdat die veel te nauwe banden zou heeft met de farmaceutische sector. Mordicus staat voor “alternatieve oplossingen binnen de medische wetenschap” in de traditie van het wetenschappelijk socialisme. In die zin is Mordicus de politieke erfgenaam van de extreem linkse Socio-Medicale Werkgroep uit 1968-69. Mordicus is ook groot propagandist van de seksuele bevrijding en weet aan de Gentse Universiteit de leiding van de pro-abortusbeweging te kapen. Op 28 februari 1976 wordt de Gentse VZW Wijkgezondheidscentrum De Sleep opgericht.

Mordicus gaat vanaf februari 1978 een cyclus van alternatieve lessen geven rond de thema’s ‘Waar ligt de pretentie van de dokters?’, en ‘De verkenning van de seksuele hulpverlening op de eerste lijn’. De Ridder en kameraden werken voor het Kollectief Antikonceptie, het Centrum voor Seksuele Voorlichting, bij de Studentenartsen, zijn initiatienemer van de eerste groepspraktijken en wijkgezondheidscentra, ageren tegen de Orde van Geneesheren en zetten zich af tegen “de klassieke prestatie-geneeskunde”, ze lanceren de idee van gratis geneeskunde aan de terugbetalingstarieven van het RIZIV. Het is idealisme en pose: zo staan “volksdokters” van de Sleep er in die beginjaren ervoor bekend dat ze het liefst in hun onderlijfje consultatie doen, dit om zich solidair te tonen met het zogenaamde proletariaat.

De Ridder, die uit een ACW-milieu komt, situeert zich linkser dan links. Hij wordt opgemerkt door de SP en wordt van 1997 tot 2005 eerst adviseur en later adjunct-kabinetschef in het kabinet van de opeenvolgende ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken. Zijn belangrijkste realisatie is de maximumfactuur, een project dat uitgewerkt werd door de studiedienst van de CM. In feite maakten De Ridder en zijn kameraden dezelfde fout als zovele soixante-huitards en andere links-weldenkende bobo’s die ons van het fascisme wilden redden, en het uiteraard veel beter wisten dan de simpele burger. Op die manier zorgden ze niet alleen voor hun eigen sclerose en impertinentie, maar installeerden ze een nieuw paternalistisch regime. Het voorbeeld was de Britse NHS. In feite werd de patiënt werd overgeleverd aan de dictatuur van het proletariaat, lees: de ziekenfondsen. We maken nu de nadagen van dat vijftigjarig regime mee.

Dat maakt dat de gezondheidszorg nu een volledige transformatie moet ondergaan, waarbij komaf gemaakt wordt met de paternalistische ethos van “de (ziekenfonds)arts weet het best”. We leven in een tijd dat we zelf onze vakantie online boeken, online bankieren, entertainment downloaden en vooral zelf informatie ophalen. Een patiënt die zelf informatie zoekt, die zijn gezondheid zelf wil controleren, uitleg wil over symptomen, geen angst heeft voor online raadplegingen en zijn medische gegevens wil kennen en beheren, heeft niets aan guidelines die van bovenaf worden opgelegd en niet gebaseerd zijn wetenschap op maar op evidence based politieke en economische belangen.

“Er is een groeiende verwachting dat het zelfde soort faciliteit in gezondheidszorg beschikbaar zou moeten zijn,” zegt nu Professor Sir Bruce Keogh NHS England’s National Medical Director die net als De Ridder met pensioen gaat. “Ik zie een volledige transformatie van de gezondheidszorg – van een paternalistisch dienstensysteem naar een bedrijf voor kennisoverdracht, dat mensen in staat stelt meer zorg te besteden aan hun gezondheid en welzijn.” Sir Bruce zegt dat de veranderingen deel uitmaken van een veel significantere verschuiving – waarbij meer macht overgedragen wordt aan patiënten, en hen meer controle over hun gezondheid gegeven wordt, met behulp van apps en web-based systemen. In België staan we wat dat betreft een decennium achter. Dat hebben we aan het beleid van Dr. De Ridder en zijn kameraden te danken.

In België hebben we vandaag een gezondheidskloof tussen Noord en Zuid, en een tweede die loopt tussen autochtonen en allochtonen. Het beleid heeft vijftig jaar gemist om die grens die er in 1968 niet lag en dus de voorbije decennia gecreëerd is, te dichten. Het doet me denken aan dat andere land dat tot 1989 claimde de beste gezondheidszorg ter wereld te bieden: Oost-Duitsland. Bijna dertig jaar na de val van de muur is de levensverwachting van Oost-Duitse mannen nog steeds korter dan die van West-Duitsers. Het wetenschappelijk socialisme kan slecht zijn voor je gezondheid en uit recent onderzoek van Roland Sookias, een evolutiebioloog bij het Museum voor Natuurgeschiedenis van Berlijn, en collega’s (http://rsos.royalsocietypublishing.org/content/5/4/171411 ) blijkt dat de effecten ervan nog tientallen jaren zullen duren. Wie de scores van de UN Human Development Index, waarmee men het inkomen per hoofd van de bevolking, de levensverwachting bij de geboorte en het aantal jaren dat de burgers aan onderwijs besteden, meet en deze vergelijkt met geografie, cultuur, geschiedenis komt tot de vaststelling dat dit allemaal weinig of geen effect heeft, concludeert Sookias. De enige sterkste voorspeller voor de gezondheid van een land is de toepassing van de doctrine van het wetenschappelijk socialisme.

Het afscheid van dr. Henri De Ridder kan het einde van een regime betekenen. Maar dr. De Ridder kan geen afscheid nemen. Hij stelt voor om in de toekomst de werkvergaderingen die hij voorzat, bij te wonen als niet stemgerechtigde aanwezige. Het is du jamais vu. Zijn vraag werd dan ook op ongeloof onthaald en het is zeer de vraag of de CEO van het Riziv, Jo De Cock, dit zal laten passeren. Laat de man gaan. Biedt hem geen stoel meer. Terwijl hij in het behang verdwijnt, kan men beginnen met de echte hervormingen. Met de artsen die in de dagelijkse praktijk staan en met de patiënten. Het is nog tijd.

Marc van Impe
Bron: MediQuality

Ziekenhuisromance eindigt voor rechtbank

Een 40-jarige chirurg die verbonden is aan een Ukkels ziekenhuis, riskeert een celstraf van vier maanden met uitstel voor geweld tegen zijn minnares. De vrouw werkte eveneens in de cafetaria van het ziekenhuis, maar werd intussen ontslagen.

“Het perfect scenario voor een soapaflevering”, vatten parket en verdediging het ziekenhuisdrama samen. Hij: een jonge knappe chirurg. Zij: een knappe goedlachse vrouw in de cafetaria. Ondanks het feit dat hij een vaste vriendin had, ontstond er een coup de foudre. Maar snel kwam hij tot inkeer. Het meisje uit de cafetaria bleek toch niet de ware en de chirurg ging terug naar af. Maar zo zag zij het niet. In de zomer van 2016 ontspoorde de situatie.

Er volgde een handgemeen, zij kreeg een vuistslag in haar gezicht. Een week later reed hij kwaad weg met de wagen terwijl zij de deurknop nog vast had. Ze werd enkele meters meegesleurd, met lichte verwondingen tot gevolg. Een maand later kwam het opnieuw tot een incident. De twee gingen nog samen joggen, en toen hij merkte dat hij te laat thuis zou zijn, met als gevolg dat zijn partner misschien wel eens iets zou gaan vermoeden over zijn ontrouw, werd hij woedend en gaf hij haar een vuistslag in de buikstreek. Waarop zij de inboedel van zijn kantoor overhoop had gegooid, in het midden van een consultatie zijn kantoor binnen stormde en door de beveiliging aan de deur werd gezet. Die avond wachtte ze hem op: er volgde een nieuw handgemeen. Hierbij zou hij haar enkele kniestoten uitgedeeld hebben. Na de feiten werd zij ontslagen. Hij bleef aan.

“Mijn cliënte kan het niet aan om met hem geconfronteerd te worden”, aldus haar advocate Caroline Heymans. “Een ontspoorde buitenechtelijke relatie,” zegt de verdediging. “Maar het beeld dat hier geschetst wordt klopt niet. Zo is het ‘slachtoffer’ zelf totaal over de schreef gegaan en is het onderzoek onvolledig gevoerd. Op basis hiervan is een veroordeling niet mogelijk.” De uitspraak staat volgende maand gepland.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality