Uw handschrift doodt elk jaar tienduizenden patiënten

Ik krijg een voorschrift mee en probeer te ontcijferen wat de dokter me precies in de maag wil splitsen. Ik kan er niets van maken. Voor de apotheker blijkt dit schoonschrift te zijn. Heb ik geluk! Ik krijg het juiste medicijn. Maar dat is lang niet altijd het geval. Elk jaar sterven wereldwijd tienduizenden patiënten door een verkeerd gelezen voorschrift.

Gelukkig worden steeds meer voorschriften elektronisch ingegeven en uitgeprint, maar desalniettemin blijft de vraag waarom het handschrift van artsen zo uiterst slecht kan zijn? Volgens een Amerikaanse studie is slecht schrijven voor een dokter is een kwestie van overleven. In één etmaal kan hij vijftig tot honderd of meer keer alleen al zijn handtekening zetten op voorschriften, getuigschriften, vragen om consult of doorververwijzingen! Het probleem is dat voor elke patiënt stapels papierwerk verzet moet worden.

Want dan hebben we nog geen rekening gehouden met alles wat om administratieve redenen gedocumenteerd en geschreven moet worden. Komt daarbij dat de meeste artsen beseffen dat het grootste deel van deze papiermolen uiteindelijk eindigt in een archiefkast om nooit meer bekeken te worden en dat het grootste deel van dat werk in feite onzin is en alleen maar tijd opslorpt die de ze aan echt belangrijke dingen kunnen besteden: het zien en behandelen van patiënten!

Velen realiseren zich ook dat wat ze schrijven niet bedoeld is voor het publiek, maar alleen voor zichzelf en hun collega’s. wie weet wat hij zoekt kan ook veel gemakkelijker een handschrift lezen, vraag dat maar aan de eerste de beste apotheker. Als patiënten zijn we allemaal verbaasd over wat de artsen op zijn voorschrift gekrabbeld heeft. Er valt nauwelijks een woord te herkennen, vaak zelfs geen enkele letter. De resulterende medicatie zal echter in ons lichaam terechtkomen en wij vertrouwen erop dat de apotheker kan ontcijferen wat de artsen hebben geschreven. Dit wel eens van de meest onderschatte jobs ter wereld kunnen zijn.

Een onleesbaar handschrift ontstaat niet vanzelf. Op school hebben we allemaal geleerd keurig te schrijven. Het vraagt dus ook tijd om zich te ontwikkelen! Het begint met het gebruik van voor de hand liggende afkortingen , zoals ttz, tgv, igv, tot een eigen afkortingenjargon als KA voor ‘kortademigheid’. Een tweede fenomeen is het priegelen, het minuscule geschrift want klein schrijven bespaart afstand dus kost het minder tijd. Bij het sms is het doodnormaal om klinkers over te slaan, maar dokters doen dit al sinds decennia.

De meeste zinnen zijn immers zonder klinkers te lezen. Artsen gebruiken ook steeds dezelfde woorden, dus het geoefende oog heeft slechts één of twee letters in hun context nodig om een gespecialiseerd woord te herkennen. Op die manier ontwikkelt de arts zijn eigen steno. Het probleem met dit soort handschriften is dat wanneer artsen zo in die gewoonte van onleesbaar schrijven vastroesten ze alle berichten aan hun collega’s en het publiek in deze medische steno gaan schrijven en dat niemand anders – en vaak zij zelf ook niet- dit nog kan lezen. En dat heeft zo zijn gevolgen.

In juli 2006 publiceerde de Amerikaanse National Academies of Science’s Institute of Medicine (IOM) een onderzoek waaruit bleek dat jaarlijks 7000 doden vielen door de schuld van het slecht handschrift van dokters. Nog eens 1,5 miljoen Amerikanen werden er letterlijk ziek van en dat was een voorzichtige schatting. Veel van de ongelukken werden veroorzaakt door afkortingen die gewoon onduidelijk waren, onjuist begrepen doseringen, en dus een slecht handschrift.

De IOM gebruikt dat onderzoek om het elektronisch voorschrift te promoten, maar net als in ons land is de weerstand in de VS groot. Jaarlijks worden in de VS zo’n 3,2 miljard voorschriften geschreven, waarvan 1 procent ronduit onleesbaar is. Het onderzoek dat in 2006 verscheen, richtte zich alleen op de VS. Als men de Amerikaanse cijfers op de rest van de westerse wereld toepast komt men tot de onthutsende vaststelling dat de potentieel om verscheidene miljoenen patiënten gaat die door het slechte handschrift van hun arts schade oplopen worden berokkend, en dat het wereldwijd jaarlijks om tienduizenden sterfgevallen gaat.

Gelukkig, schrijf ik dit op een laptop want mijn handschrift lijkt ook wel Sanskriet.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

Advertenties

Arabische arts: “Vrouw heeft slechts een half brein en kan dus niet rijden”

Sinds juni mogen Saoedi-Arabische vrouwen zelf achter het stuur. Maar de bewustmakingscampagne pakt anders uit dan verwacht. Vrouwelijke chauffeurs worden bedreigd, hun wagen in brand gestoken, ze worden eindeloos gecontroleerd en publiekelijk uitgescholden.

Komt daarbij dat een aantal clerici en artsen op de staatstelevisie gezegd hebben dat autorijden voor vrouwen een uitnodiging tot promiscuïteit is, schade toebrengt aan hun eileiders en vruchtbaarheid, en dat vrouwen overigens niet in staat zijn tot een normaal rijgedrag omdat ze slechts over de helft van het brein van een man beschikken.

Saoedische autoriteiten zeggen dat sinds juni meer dan 120.000 vrouwen een rijbewijs aanvroegen, licenties, maar correspondenten zeggen dat er slechts een klein aantal vrouwen op de weg komt. De LA Times meldt dat dit is te wijten aan angst, niet aan gebrek aan vertrouwen.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

Wetenschappelijke fraude gevolg van Cochrane-bias

Ik noem het de Cochrane-bias: een wetenschapper publiceert een stelling die vervolgens wordt onderschreven door zijn promovendi en bevriende collega’s. Me, myself and I. Onderzoek dat de vooropgestelde conclusies tegenspreekt wordt niet aanvaard en verdwijnt dus achter de horizont.

Ik krijg nu gelijk van het Europees College voor Neurofarmacologie (ECNP). Volgens dit geleerde gezelschap geven wetenschappelijke tijdschriften alleen ruimte aan onderzoek dat een stelling bewijst en verdwijnen onderzoeken die dat niet doen gemakkelijk in de prullenbak. Daardoor verdwijnen veel wetenschappelijke inzichten, en gebeurt er in stilte veel dubbel werk. Neurowetenschappers kunnen dankzij een nieuwe prijs binnenkort 10 duizend euro verdienen als ze erin slagen serieus onderzoek te publiceren dat negatief is uitgepakt. Onderzoek dat door technische problemen niks opleverde, is nadrukkelijk uitgesloten van deelname, waarschuwt de organisatie maar vast. De gefrustreerde wetenschappers die wél goed onderzoek gepubliceerd willen zien komen terecht bij publicaties die zich laten betalen. Waar ze naast neponderzoek komen te staan.

Een en ander is het gevolg van het onderzoek van de ICIJ dat ruim 175 duizend artikelen en 400.000 auteurs doorlichtte. Het onderzoeksproject concentreert zich in hoofdzaak op twee grote en beruchte valsspelers in het veld: de Omics Publishing Group dat sinds 2008 in India verschijnt en de World Academy of Science, Engineering and Technology in Turkije, of Waset dat vooral conferenties organiseert en daarvan verslagen publiceert.

Beide bedrijven worden in onder meer de VS door justitie onderzocht wegens oplichting en bedrog en zijn soms ook al op de vingers getikt. Op internet wemelt het van de waarschuwingen van bezorgde of bedrogen wetenschappers voor rooftijdschriften. Daarvan zijn er veel. Volgens een recente inventarisatie van bibliothecaris en activist Jeffrey Beall meer dan 1.200, meestal online en open access, titels waarvoor de auteurs vooraf voor publicatie betalen, in plaats van abonnees.

Auteurs en instellingen vermelden de conferentie-papers van WASET doorgaans gewoon op hun publicatielijsten. Ze worden vermeld in de internationale citatieindex ISI, belooft het bedrijf.

Dat geldt ook voor de artikelen in de honderden neptijdschriften van OMICS, al blijken die vaak dan weer niet te vinden in Pubmed, de algemeen gebruikte databank voor de vooral medische wereldliteratuur. In de VS zijn al academici vervolgd voor het opvoeren van zulke schimmige publicaties op hun cv, bijvoorbeeld bij sollicitaties. De betreffende uitgevers zelf houden vol dat ze wel beoordelingen uitvoeren (de peer-review die serieuze wetenschappelijke tijdschriften doen). Ze worden naar eigen zeggen zwartgemaakt door grote tijdschriftenuitgevers waarmee ze concurreren. Zowel OMICS als WASET zijn niet bereikbaar voor vragen van journalisten.

Veel van de andere auteurs in de lange lijst van het onderzoekscollectief zijn promovendi, postdocs, wetenschappelijke medewerkers en opvallend vaak arts-onderzoekers . Vrijwel alle universiteiten, evenals academische ziekenhuizen. Daarnaast zijn er publicerende ondernemers, onderzoekers van bedrijven als Danone, en bekende alternatieve genezers, bijvoorbeeld op het gebied van onverklaarde pijn en vermoeidheid.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Alcoholgebruik bij borstvoeding schaadt cognitieve vaardigheden bij kinderen. Roken doet dat niet.

Kinderen van wie de moeders alcohol consumeerden tijdens de lactatie hebben een grotere kans op “dosisafhankelijke verminderingen in het abstract redeneren op de leeftijd van 6 tot 7 jaar”, maar dat effect neemt wel af op de leeftijd van 8 tot 11 jaar, zo blijkt uit een studie die pas in Pediatrics verscheen.

Bovendien lijken de traditionele methoden die vrouwen gebruiken om de hoeveelheid alcohol in hun moedermelk na het drinken van alcohol te verminderen, op zijn best ondoeltreffend of onvoorspelbaar.

“Alcohol gaat snel over in moedermelk, in concentraties die vergelijkbaar zijn met de alcoholconcentratie in het moederbloed en vermindert de melkproductie. Hoewel het drinken van alcohol onmiddellijk na het voeden de blootstelling aan ethanol tot een minimum beperkt, gebruiken niet alle vrouwen deze techniek, en dergelijk voedingsgedrag kan gevolgen hebben”, schrijven de onderzoekers. Roken tijdens het geven van borstvoeding was niet gekoppeld aan een uitkomstvariabele inzake cognitie.

Pompen en dumpen, een gangbare praktijk waarbij vrouwen moedermelk korte tijd na alcoholconsumptie oppompen en weggooien, vermindert de ethanolconcentratie in moedermelk niet, omdat de concentratie in moedermelk hoog zal blijven zolang er alcohol in het bloed van de moeder aanwezig is, leggen de auteurs uit. Louisa Gibson en Melanie Porter van de Macquarie Universiteit, Sydney, Australië, publiceerden hun bevindingen online 30 Juli in de Pediatrics.

De onderzoekers analyseerden gegevens van Growing Up in Australië: een longitudinale studie van Australische kinderen. De studie omvat 5.107 zuigelingen die om de 2 jaar worden gescreend. De onderzoekers gebruikten multivariabele lineaire regressieanalyses om de associaties tussen alcoholconsumptie en roken door moeders die borstvoeding geven en de scores van nakomelingen te bestuderen op drie maten (Matrix Reasoning, Peabody Picture Vocabulary Test-Third Edition, en Who Are I?) in de tijd.

Borstgevoede baby’s van wie de moeder alcohol consumeerde, hadden eerder een lagere Matrix Redeneringsscore op 6-7 jaar (B coëfficiënt [B], -0,11; 95% betrouwbaarheidsinterval [CI], -0,18 tot -0,04; P = .01).

Deze corelatie was afwezig bij degenen die nog nooit borstvoeding had gegeven (B, -0.02; 95% CI, -0.20 tot 0.17; P = .87).

Deze bevinding suggereert dat “blootstelling aan alcohol via moedermelk verantwoordelijk was voor de bevindingen. Wat echter moeilijker is vast te stellen en te kwantificeren zijn de potentiële gevolgen van andere milieu en genetische risico’s die tot resultaten zoals deze kunnen leiden ,” schrijft Lauren M. Jansson, van Johns Hopkins Universiteit, Baltimore, Maryland, in een commentaar. “De bevinding is niet verrassend als we kijken naar de mogelijke farmacokinetische basis en de bekende schadelijke effecten van alcohol op zich ontwikkelende hersenen,” vervolgt Jansson. “Alcoholconcentraties in moedermelk lijken binnen 30 tot 60 minuten na inname op die in het bloed van de moeder; de hoeveelheid alcohol in moedermelk is ∼% tot 6% van de gewogen moederdosis, en pasgeborenen metaboliseren alcohol met ongeveer de helft van het percentage volwassenen.”

Pediatrics. Published online July 30, 2018. http://pediatrics.aappublications.org/content/142/2/e20174266

Marc van Impe

Bron: MediQuality

CM brengt de Zorgverzekering in de praktijk

Er bereiken ons steeds vaker absurde verhalen van patiënten en hun arts die geconfronteerd worden met de willekeur, de incompetentie en het machtsmisbruik van overheidsinstellingen die in de eerste plaats bedoeld zijn om het leven van de patiënt een stuk aangenamer te maken. Lees het verhaal van een gewezen adjunct hoofdverpleegkundige uit Vlaams Brabant die nu haar leven in een rolstoel doorbrengt en een aanvraag deed voor een tussenkomst van 130€.

Zij kreeg het bezoek een kinesiste van de Dienst Maatschappelijk Werk van de CM hoofdkantoor Vilvoorde, die in opdracht van het ziekenfonds een evaluatie opmaakte voor de zorgverzekering ( www.vlaamsezorgverzekering.be).

“Ik diende in maart op aanraden van de maatschappelijk assistente van de CM Asse een aanvraag in bij de Zorgverzekering waarvoor ieder jaarlijks een premie van 50€ betaalt. Wie aangesloten is bij de Vlaamse Sociale Bescherming en ernstig en langdurig zorgbehoevend is, kan maandelijks een zorgbudget krijgen van 130€ als bijdrage in de kosten voor niet-medische zorg. Dit is de enige premie waar ik recht op zou kunnen gehad hebben, want voor al de rest val ik uit de boot omdat mijn man een goed inkomen heeft.

Eind mei, kreeg ik bezoek van de zogenaamde experte. Zij kwam een zogenaamde BEL- Foto van mij afnemen voor de vaststelling van mijn langdurig, ernstig zelfzorgvermogen. Om recht te hebben op de premie, moet je minstens 35 scoren op de BEL schaal. Ik kreeg uiteindelijk maar een score van 30. Natuurlijk was ik gewoon veel te eerlijk geweest.

Ja, ik ben rolstoelafhankelijk en kan mij hooguit enkele meters verplaatsen met krukken. Maar ik ben net 40 jaar…. natuurlijk bij de vraag of ik boodschappen kan doen. Antwoordde ik ja.. met behulp van mijn man of kinderen die met mij naar de winkel gaan en mij helpen door met het winkelkarretje te rijden, de auto in en uitladen en de boodschappen uitpakken en in de kasten zetten. Ik kan wel zelf beslissen wat er in het karretje gestopt wordt… Maar wil ik een bepaald merk rijst , staat dit natuurlijk op de hoogste plank in de winkel, en moeten zij dit voor mij uit het rek nemen. Ik scoor hiervoor een 2 i.p.v. een 3 want ik ben dan zogezegd niet volledig afhankelijk van derden???? Hoe zou ik in godsnaam boodschappen doen zonder hulp, of moet alles nu via BOL.COM ?

Ik kreeg ook een score 2 voor het bereiden van maaltijden, tja weer eens te eerlijk geweest, natuurlijk als mijn man aan het koken gaat, kan ik aan tafel wel wat groenten snijden. Maar met een hete pan met kokend water van mijn gasfornuis naar het aanrecht en spoelbak aan de overkant van de keuken, dat kan ik niet met een rolstoel hé. En probeer eens met gesneden groenten op je schoot van tafel naar afwasbak te rijden zonder knoeien…Tja ik kan boterhammen smeren, maar stel ik woon helemaal alleen… dan zou ik dus beperkt zijn tot het eten van boterhammen als rolstoelafhankelijke??? Dus nee, ik kreeg geen 3 dus ben niet afhankelijk genoeg…

Hetzelfde met het onderhoud van mijn woning, … ik heb het geluk een draadloze Dyson gekregen te hebben van mijn man. Hiermee kan ik met mijn rolstoel wel wat rond stofzuigen in de woonkamer en keuken… ik wil me toch wel graag ook wat nuttig maken en ja, ik heb een poetsvrouw die wekelijks komt. Mijn slaapkamer is op de benedenverdieping. De kinderen hebben de bovenverdieping helemaal voor hun. Zie je mij met mij Dyson de trap al opgaan??? En al de andere huishoudelijke taken? Zonder huishoudelijke hulp zouden de kinderen en pubers boven binnen de kortste keren in een varkensstal wonen.. maar nee hoor ik ben niet afhankelijk genoeg…

Hetzelfde verhaal voor wassen en aankleden, zonder douchestoel en hulp zou ik beperkt zijn tot een kattenwasje aan de wastafel, en ja, dat mooie jurkje krijg ik ook niet alleen uit zonder dat ik het uitschreeuw van de pijn omdat mijn schouders in subluxatie gaan. Dus moet ik al huilend mijn man of kinderen roepen om hulp, enfin weer waar een score van 2.

Ja hoor, ook met mijn geestelijke gezondheid was gelukkig niks mis…. ik heb geen problemen met oriëntatie tijd en ruimte en heb geen niet-doelgericht gedrag. Ik ben niet depressief etc. Zij die mij kennen weten dat ik soms zo vermoeid ben dat ik per ongeluk wel eens haarlak onder mijn armen spuit in de plaats van deodorant ( jaja dit kan ik zelf..) en ja ik ben altijd goedlachs, maar huil dikwijls genoeg als mijn kinderen mij van de vloer moeten rapen omdat mijn knieën, enkels of heupen uit de kom schieten en ik toch wel weer geprobeerd heb om met mijn krukken iets uit de kast te pakken.

En ook heb ik pillendoosjes voor elke dag onderverdeeld in dagdelen zodat ik zeker niet hoef te vergeten dat ik mijn medicatie genomen heb. Slaaptekort? Geen sprake van… ik slaap gemiddeld 12 uur en toch heb nooit het gevoel uitgeslapen te zijn… en doe ik domme dingen uit vermoeidheid en concentratiestoornissen. En natuurlijk ga ik ook dagelijks slapen met neerslachtige gedachten, schaamte en toch de hoop dat alles een grote nachtmerrie was en ik eens kon opstaan zonder pijn, vermoeidheid en zorgafhankelijkheid, dit kan ik toch moeilijk toegeven aan een wildvreemde die ik nog nooit gezien heb en een vragenlijstje komt afnemen voor de zorgverzekering, kan je daar je donkere gedachten aan vertellen?

Maar nee hoor, mijn geestelijke gezondheid is prima!

Ik krijg mijn erkenning als zorgbehoevende niet : mijn score is te laag omdat ik trots en te eerlijk ben geweest over mijn zelfredzaamheid terwijl ikzelf met mijn beroepsverleden als adjunct hoofdverpleegkundige in de thuiszorg heel goed weet dat er patiënten van mij waren die deze premie wel kregen en veel minder zorgbehoevend waren. Soms toch wel mijn twijfels over de uitspraak ” Eerlijk zijn duurt het langst”.”

CM verandert van ziekenfonds naar gezondheidsfonds. “Want je wilt niet alleen geholpen worden als zieke, maar ook wanneer je gezond bent,” staat er op hun website. De CM-Zorgkas brengt de Vlaamse sociale bescherming in de praktijk. “Ze staat in voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (voorheen Vlaamse zorgverzekering), voor mensen met een handicap (voorheen basisondersteuningsbudget) en voor ouderen met een zorgnood (voorheen tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden). Elk jaar betaal je daarvoor een zorgpremie. Zo help jij om de levenskwaliteit te verbeteren van meer dan 300.000 zorgbehoevenden.”

Als die maar die experte niet op bezoek krijgen.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

400.000 biomedische wetenschappers lijden aan psychische stoornis

Honderden Nederlandse academici hebben de laatste jaren wetenschappelijke artikelen gepubliceerd in bekende neptijdschriften. In Duitsland gaat om vijfduizend vaak gereputeerde onderzoekers. Wereldwijd gaat het om 400.000 wetenschappers en hun publicaties.

De resultaten worden de komende dagen gepubliceerd in De Volkskrant, De Tijd, Die Süddeutsche Zeitung Magazin , The New Yorker, Le Monde, The Indian Express en het Koreaanse Newstapa. Belgische cijfers zijn nog niet bekend , maar ook hier zou het om honderden auteurs in Noord en Zuid gaan, aldus de journalisten van het International Consortium of Investigative Journalists . De Amsterdamse psychiater Joeri Tijdink onderzoekt persoonlijkheidskenmerken van wetenschappers en publiceerde een jaar geleden een eerste verslag.

Amsterdamse onderzoekers beschrijven een nieuw psychiatrisch syndroom dat voorkomt onder wetenschappers: Publiphilia impact factorius. De eerste auteur Joeri Tijdink, psychiater en onderzoeker aan de VU, Amsterdam licht het toe. In academische kringen geldt de regel dat het niet gaat om wat je publiceert maar waar je publiceert, zegt Tijdink. Tijdink bestudeert de link tussen gedrag van wetenschappers en hun persoonlijkheidskenmerken. In een artikel dat onlangs op de website van het wetenschapstijdschrift PeerJ verscheen, introduceert hij samen met collega’s het syndroom Publiphilia impactfactorius: een obsessie met het publiceren van onderzoeksresultaten in hoog aangeschreven tijdschriften zoals Nature, Cell en Science. Tijdink suggereert zelfs het syndroom op te nemen in het psychiatriehandboek. (https://peerj.com/preprints/3347/).

Tijdink onderzocht of specifieke clusters van persoonlijkheidskenmerken typerend zijn voor biomedische wetenschappers. Dit kan van bijzonder belang zijn omdat persoonlijkheidskenmerken hun invloed hebben op het gedrag van het individu. Slordige wetenschap of zelfs wetenschappelijk wangedrag kan dan ook worden gekoppeld aan specifieke clusters van persoonlijkheidskenmerken. Daartoe ontwierp hij een transversaal onderzoek met clusteranalyse van persoonlijkheidskenmerken onder een gelaagde steekproef van zo’n 820 Nederlandse biomedische wetenschappers die werkzaam zijn in academische medische centra. 537 actieve biomedische wetenschappers voltooiden een Web-based onderzoek (responspercentage 65%). Voor de psychiaters onder u: de onderzoekers maakten gebruik van de NEO-BIG5, de Rosenberg Self Esteem Test, de Achievement Motivation Inventory en de Dark Triad (narcistische, machiavellistische en psychopathische persoonlijkheidskenmerken) als gevalideerde vragenlijsten. Ze lieten deze wetenschappers invullen of ze 22 vormen van wetenschappelijk wangedrag vertoonden, zoals plagiaat, het mooier maken van resultaten en het weglaten van onwelgevallige resultaten. Ook namen ze persoonlijkheidsvragenlijsten af, waarmee ze hun zelfvertrouwen en stressgevoeligheid bepaalden en in hoeverre ze narcistische, psychopathische en machiavellistische eigenschappen vertoonden.

“‘De deelnemers gaven aan in welke mate ze het eens waren met stellingen zoals ‘het is onverstandig om al je geheimen te vertellen’, ‘het is beter eerlijk te zijn dan succesvol’ en ‘het klopt dat ik gemeen kan zijn’. ‘Met name machiavellistische trekken blijken samen te gaan met wangedrag. Narcistische trekken zijn sterker bij wetenschappers met een hogere rang.

Clusteranalyse onthulde het bestaan van drie even grote persoonlijkheidsclusters onder biomedische wetenschappers: de perfectionisten: ambitieus, stressgevoelig en zelfbewust. De ideale schoonzonen (of -dochters), die meer easy going zijn, en wat de onderzoekers de sneaky grandiose noemen, die relatief het hoogst scoren op narcisme, machiavellisme en psychopathie. De perfectionisten zijn het jongst en komen weinig voor in de hogere academische rangen. De ideale schoonzonen en -dochters komen verder, omdat ze minder last hebben van publicatiedruk. De sneaky grandiose zijn vaker man en staan het hoogst in de rangorde. Zij zijn het meest geneigd tot wetenschappelijk wangedrag. De sneaky grandiose zijn veelal (mannelijke) groepsleiders. Omdat zij bovendien meer geneigd zijn de vragenlijst oneerlijk in te vullen, zou hun aandeel nog hoger kunnen zijn.

Deze bevindingen suggereren dat de stiekeme grandioze biomedische wetenschappers een relatief hoge neiging hebben tot wangedrag en dus lijden aan een psychiatrische aandoening die gekenmerkt wordt door pathologische drang tot publiceren en geciteerd worden. Tijdink e.a. stellen daarom voor om dit syndroom ‘Publiphilia Impactfactorius’ (PI) te noemen, en ze stellen voor om deze aandoening te overwegen in de nieuwe versies van DSM5 en ICD-10. Vroege identificatie en intensieve behandeling of, als alternatief, uitzetting en annihilatie van collega’s die lijden aan PI zijn de enige manier om verdere accumulatie van onderzoeksrommel te voorkomen.

Overigens gelooft Tijdink nog steeds dat de grote meerderheid van de wetenschappers integere, goede mensen zijn, maar er is een klein clubje wetenschappers dat het niet zo nauw neemt met de waarden en wel de goede posities krijgt. “Ik heb om me heen gezien dat ze er alles aan doen om dat te bereiken. Ze zijn bepalend voor de cultuur.”

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Ri De Ridder: hypocrisie is een christelijke deugd

Dr. Henri De Ridder haalt in zijn openingsinterview als voorzitter van de NGO Dokters in de Wereld, sterk uit naar zijn voormalige voogdijminister Maggie De Block. Hij verwijt haar “ een sterker wij-zij-verhaal. Wie niet tot de eigen groep behoort, wordt niet in de steek gelaten, maar moet het wel met de minimale bijstand redden.

Zoals de nieuwe wet die strenger de dringende medische hulp voor mensen zonder papieren controleert. Dat is ethisch moeilijk en het humanitaire aspect van de gezondheidszorg komt in het gedrang. Daar wil Dokters van de Wereld ijveren voor een meer aanvaardbare aanpak.” Wie echter achter de woorden kijkt, ziet een sterker ik-verhaal.

Merkwaardig. Henri De Ridder die in 1976 als huisarts startte, probeerde reeds in zijn laatste jaar geneeskunde met zijn kompanen Jan De Maseneer en Jan Bosmans het Cubaanse zorgmodel in België ingang te doen vinden, wat resulteerde in de eerste wijkgezondheidscentra in Vlaanderen. Weinig artsen zijn sinds het begin van carrière zo betrokken bij het beleid.

Vanaf 1997 was hij adviseur en adjunct-kabinetschef bij opeenvolgende ministers van Volksgezondheid en van Sociale Zaken om in 2005 directeur-generaal van het Riziv te worden. Als er iemand richtinggevend was en daarbij de vrije hand kreeg van de toenmalige minister Onkelinx dan was het wel de “Rode Ridder”. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat De Ridder rancuneus is. Hij had er graag nog een mandaat bij gedaan. Maar minister De Block beschikte anders. De Ridder verwijt haar nu ook de “geheime contracten met farmabedrijven “.

Het was echter Onkelinx die deze techniek introduceerde. De maatregelen die hij nu over de hekel haalt werden geïntroduceerd door mevrouw Onkelinx. De Ridder: ” Dat gebrek aan transparantie houdt zo bedrijven comfortabel in de monopoliepositie. Zelfs het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, dat wilde onderzoeken of die onderhandelingen een goed idee zijn, is vastgelopen op die geheime afspraken.”

Zijn uitspraken werden uiteraard graag overgenomen door de politiek correcte dag- en weekbladpers. Wat echter niet de krant verscheen was zijn uitsmijter richting artsen: “Nog iets waarover het ongenoegen groeit: de hoge verloning van artsen in tijden van budgettaire moeilijkheden. Ook daar raakt de minister voorlopig niet aan.

Die verloningen blijven een taboe. Historisch gezien is die verloning verbonden aan de vrijheid van de patiënt. Concreet: er zijn zeventig ziekenhuizen die toch nog complexe en zeldzame pancreasoperaties aanbieden. Dat kost ons mensenlevens omdat sommige artsen te weinig ervaring hebben. Of neem de borstkankerscreening, die vandaag niet wetenschappelijk gefundeerd is. Acht jaar is er gewerkt aan een plan om dat te veranderen, maar de minister is gebotst op weerstand van de specialisten. Zij verdienen daaraan en voelen zich gesterkt door de vrees voor borstkanker bij vrouwen. Die vrijheid moet ingeperkt worden en daar wordt aan gewerkt, maar voor diepgaande hervormingen is heel veel politieke moed nodig. Maar mij gaat het allemaal te traag.”

Zegt de man die met een royaal ambtenarenpensioen, waarbij zijn studiejaren automatisch bijgeteld worden voor de berekening van zijn loopbaan, nu “gratis” maar met een stevige onkostenvergoeding, voorzitter wordt van Dokters in de Wereld.

Hypocrisie is een christelijke deugd, dixit Herman Van Rompuy.

Marc van Impe

Bron: MediQuality