Katten en honden roken mee en krijgen kanker

Niet alleen kinderen maar ook honden en katten krijgen kanker van tweede- en derdehands rook: katten hebben extra risico op lymfomen door het zich zelf schoon likken en honden hebben een verhoogde kans op longkanker en kanker in de sinussen door de hele dag te lopen snuiven. Als je het niet voor je kinderen doet, doe het dan voor je huisdier: stop met roken.

In Nederland heeft longarts Wanda de Kanter van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis de kat de bel aangebonden.

‘Een vieze drab vervuilt het huis van rokers’, zegt Wanda de Kanter. Ook als de lucht is geklaard, is een huis waarin is gerookt kankerverwekkend door de verbrandingsproducten van tabak die zijn neergeslagen op de grond en meubels. Denk onder meer aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs), zoals de kankerverwekkende stof benzo(a)pyreen. En die rotzooi komt in de bek en maag van huisdieren terecht, zo blijkt uit een studie waarbij onderzoekers verhoogde concentraties cotinine – een afbraakproduct van nicotine – in hondenurine aantroffen. Katten krijgen meer derdehands rook binnen dan honden.

Maar volgens toxicoloog Jan Tytgat van de KU Leuven is er twijfel: “Toch is het maar de vraag of de dosis carcinogene stoffen die ze oplikken een significante en risicovolle bijdrage vormt naast hetgeen de dieren via ademhaling binnenkrijgen’, zegt hij in De Volkskrant. Volgens hem zijn er geen studies die dit aantonen. Uit een studie in de Journal of Veterinary Internal Medecine (https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/j.1939-1676.2003.tb02478.x ) zou blijken dat katten wiens baasjes roken ruim tweemaal zoveel kans maken op het krijgen van kanker in de bek. Maar die steekproef was relatief klein. Muizen die zijn blootgesteld aan derdehandsrook krijgen wel eerder longkanker, blijkt uit een recente studie in Clinical Science (https://www.sciencedaily.com/releases/2018/03/180309095539.htm).

Het is dus goed denkbaar dat katten in huishoudens waar gerookt wordt hun risico op kanker verhogen door hun vacht te poetsen. Het is nu wachten tot Gaia een campagne start.

Meer info:

http://www.tobaccoinaustralia.org.au/chapter-4-secondhand/4-20-health-effects-secondhand-smoke-on-pets

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Advertenties

Een “eierdoos” voor het transport van eilandjes van Langerhans

Een team van de Universiteit van Queenland en van de Universiteit van Adelaide, in Australië, heeft een microscopisch kleine eierdoos-achtige verpakking ontwikkeld die eilandjes van Langerhans kan transporteren. De microscopische “eierdoos” zorgt voor optimale oxygenatie van de cellen. Het maakt het ook mogelijk om deze fragiele cellen fysiek van elkaar te scheiden om ze te beschermen tijdens transport, zoals uitgelegd in het artikel in het tijdschrift Endocrine Connections.

Zoals elke transplantatie wordt dit type van transplantatie beperkt door het kleine aantal orgaandonoren en een groeiende patiëntenpopulatie – wereldwijd hebben meer dan 425 miljoen mensen diabetes type I en II.

Maar er is nog een andere factor die het aantal transplantaties beperkt. Eenmaal gescheiden van de alvleesklier, zijn de cellen zeer kwetsbaar en meer dan 35% bederven voordat ze zelfs maar kunnen worden getransplanteerd. Het verbeteren van de overleving van de cellen vóór transplantatie opent de mogelijkheid om het aantal procedures en het succes ervan te verhogen.

Eenmaal losgekoppeld van het bloedsysteem van de donor, beginnen de cellen snel te verhongeren en te verstikken en nemen hun overlevingskansen af. De Australiërs hebben twee nieuwe technologieën ontwikkeld om de oorzaken van deze sterfte tijdens het transport aan te pakken : door ze zuurstof te geven en ze te beschermen tegen fysieke schade.

De eerste innovatie, beschreven in een artikel uit 2017, is een coating die zuurstof vrijmaakt zodra deze in contact komt met de cellen. Onderzoekers hebben aangetoond dat deze coating voldoende zuurstof kan leveren om dierlijkeβ-cellen in staat te stellen te overleven in een omgeving met weinig zuurstof (zoals tijdens transport).

Maar dat is niet de enige uitdaging: ook de beweging van de cellen tijdens het transport kan hen schade berokkenen. Op dit moment worden cellen getransporteerd in steriele zakken waar ze in een oplossing vrij kunnen drijven. Wanneer de zak tijdens het transport beweegt, worden de cellen geschud en kunnen ze tegen elkaar botsen. Al deze bewegingen en trillingen zijn schadelijk. Na het testen van verschillende biomaterialen en verschillende vormen van containers ontwikkelden de Australiërs een eierdoosachtige verpakking. Deze container scheidt de cellen – die bolvormig zijn – van elkaar en maakt het mogelijk ze tijdens het transport te conserveren.

Het gebruik van deze technologie, maakt dat men deze transplantatie kan aan een grotere populatie diabetici kan aanbieden. Nu moet nog de vervoerstechnologie worden aangepast om de 500.000 cellen te kunnen vervoeren die nodig zijn om één patiënt te genezen.

Maar er staat nog een grotere uitdaging te wachten: het verbeteren van de overleving van de eilandjes van Langerhans na transplantatie.

http://www.endocrineconnections.com/content/7/3/490.full.pdf?sid=5a15d535-bf5d-4b9d-a042-dda8552d0cc3

https://pubs.acs.org/doi/abs/10.1021/acsbiomaterials.7b00297

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

Ovariakanker dreigt met 55% toe te nemen

Elk jaar wordt op 8 mei de Werelddag voor Ovariakanker gevierd . Eierstokkanker is een ziekte in opmars. Experts schatten dat de twee komende decennia de incidentie van eierstokkanker met bijna 55 percent zal toenemen, zegt de World Ovarian Cancer Coalition.

De WOCC, een groep van meer dan 130 belangenbehartigers en patiëntenorganisaties van over de hele wereld, is de initiatiefnemer van de 2018 Every Woman Study, de breedste studie onder patiënten in 39 landen. De “Every Woman Study” geeft een overzicht van de mondiale statistieken over eierstokkanker, gelardeerd met interviews met vrouwen en clinici. Tot op heden hebben meer dan 1000 vrouwen in 39 landen deelgenomen. De studie wordt geleid door een internationaal expertpanel van clinici en patiënten. .

De globale last van de ziekte zal stijgen tenzij dringend actie wordt ondernomen: eierstokkanker heeft het laagste overlevingskans van alle vrouwelijke kankers. De overlevingskansen over vijf jaar variëren wereldwijd tussen de 30 en 50 procent maar in de meeste landen zijn ze maar langzaam gestegen. Ter vergelijking: in veel landen overleeft meer dan 80 procent van de vrouwen met borstkanker vijf jaar of langer.

De inhoud van de studie is vooral belangrijk voor clinici. Ze bevat onder meer de meningen over prioriteiten voor het verbeteren van de overlevingskansen van eierstokkanker en de levenskwaliteit (2017); een onderzoek naar de ervaring van patiënten, online beschikbaar in meerdere talen, over de kennis van eierstokkanker, de ervaring met symptomen, de diagnose, de behandeling, de ondersteuning en de levenskwaliteit (2018); en een vragenlijst voor clinici over lokale uitdagingen, kansen en actieprioriteiten.

Annwen Jones, vicevoorzitter van de World Ovarian Cancer Coalition en medevoorzitter van de Every Woman Study: “De voorspelde toename van de incidentie van eierstokkanker is vooral zorgwekkend omdat we nog steeds niet over de middelen beschikken om deze ziekte vroegtijdig te diagnosticeren en effectief te behandelen. Dit is een wereldwijd probleem dat een mondiale oplossing vereist, en de Every Woman Study is de eerste stap. Hoe meer we weten, hoe beter we het leven van honderdduizenden vrouwen kunnen veranderen, zodat de diagnose eerder wordt gesteld en ze een normaal leven met hun familie kunnen doorbrengen.”

Frances Reid, The Every Woman Study Research Director, zegt: “De clinici en patiënten die lijden aan eierstokkanker die deelnemen aan de Every Woman Study, vestigen de aandacht op de wereldwijde uitdaging en het gebrek aan bewustzijn over de ziekte, de gebrekkige toegang tot gespecialiseerde behandeling en manke ondersteuning van patiënten. Met de World Ovarian Cancer Coalition Every Woman Study willen we het bewijs leveren dat nodig is om deze uitdagingen te identificeren en aan te pakken.”

Elisabeth Baugh, voorzitter van de World Ovarian Cancer Coalition, klaagt het gebrek aan belangstelling voor eierstokkanker bij overheid en academici aan. Ze zegt dat vergeleken met borstkanker waar de afgelopen jaren grote vooruitgang werd geboekt, er veel te weinig inspanningen worden geleverd voor de behandeling van ovariakanker.

http://worldovariancancercoalition.org/every-woman/ en

https://www.smartsurvey.co.uk/s/EveryWomanStudyPatientSurvey2018/

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

Gezond drinken bestaat tóch niet

Gezond drinken bestaat niet. Dat blijkt uit een nieuwe internationale overzichtsstudie op basis van gezondheidsgegevens van 600.000 drinkers in negentien landen. De megastudie die vandaag in het The Lancet verschijnt, lijkt de definitieve dolksteek in de rug van het idee van ‘het ene gezonde glaasje’ te zijn.

Om gezond te blijven mogen mensen maximum het equivalent van 100 gram pure alcohol per week nuttigen, schrijven de auteurs in The Lancet. Wie meer drinkt, verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Voor de studie werden 83 onderzoeken van 1964 tot 2010, die in verschillende landen liepen, met gegevens van bijna 600.000 alcoholdrinkers,naast elkaar gelegd. De levensverwachting van mensen die meer dan 100 gram alcohol per week nuttigen, wordt ingekort met 6 maanden. Vanaf 200 tot 350 gram per week is dat 1 tot 2 jaar, en voor meer dan 350 gram tot vijf jaar. Geheelonthoudende vrouwen worden gemiddeld 1,3 jaar ouder dan de één-glas-per-dag-drinksters.

Verlaag de adviezen voor gezond alcoholgebruik, schrijven de onderzoekers van meer dan honderd universiteiten, die bij de studie betrokken waren.

Er is eigenlijk maar één uitzondering en dat is dat een glas alcohol per dag de kans op een niet-dodelijk myocardiaal infarct (in de volksmond ‘hartaanval’ genoemd) iets verkleint. ‘Maar dit weegt geenszins op tegen de andere wel dodelijke gevolgen van alcoholinname’, schrijven de onderzoekers.

Ondertussen blijkt dat het Amerikaanse NIH de alcoholindustrie gesteund heeft: omdat een studie over de invloed van alcoholreclame op de jeugd de verkeerde uitkomst bracht, trok Dr. George Koob, directeur van het NIH’sInstitute on Alcohol AbuseandAlcoholism, de fondsen in. Sterker nog: hij verzekerde de alcohollobby dat dergelijke “vergissingen” niet meer zouden gebeuren. Koob verzekerde dat het agentschap de financiering van dergelijk onderzoek zou terugtrekken.

In 2014 en 2015 overtuigde de NIH de alcoholdrinkindustrie om tientallen miljoenen dollars bij te dragen aan een onderzoek naar de vraag of matig drinken goed was voor het hart.

De wetenschappers ontvingen een NIAAA toelage, die ruwweg $600.000 per jaar van 2011 tot 2014 ontvangt om gegevensvergaring, analyse, en het werk van hun gediplomeerde studenten en postdoctorale bursalen te financieren. Hun “ABRAND”-studie – “Alcohol Brand Research AmongUnderage Drinkers” – leverde uiteindelijk 27 papers op die werden gepubliceerd in gerespecteerde tijdschriften, waaronder een in 2014 die een sterke link vond tussen wat alcoholmerken tieners zagen op televisie geadverteerd in de afgelopen 30 dagen en welke merken ze dronken.

Marc van Impe

http://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736%2818%2930134-X/fulltext

Headset laat stommen praten

MIT-onderzoekers Arnav Kapur, Shreyas Kapur en Pattie Maes hebben een bizarre Headset gemaakt waarmee je kan communiceren zonder te spreken. De nieuwe computerinterface werkt volledig handenvrij en zonder stem, maar leest in tegenstelling tot wat je dacht evenmin op je hersengolven. In plaats daarvan is de techniek gebaseerd op iets wat subvocalisatie of stille spraak wordt genoemd – wat je doet als je woorden in je hoofd zegt maar deze niet uitspreekt. De AlterEgo bestaat uit een draagbare headset die als het ware rond het oor en de kaak van de drager gewikkeld is, en uit een computersysteem dat de gegevens die door de headset ontvangen worden vervolgens vertaalt.

Hoofdonderzoeker Arnav Kapur van het MIT Media Lab noemt het nieuwe apparaat niet Artificiële maar Vermeerderde Intelligentie. “Ons idee was een computerplatform te bouwen dat inwendig werkt, dat mens en machine op een of andere manier versmelt en dat aanvoelt als een intern verlengstuk van onze eigen cognitie.” Bent u nog mee? Het systeem werkt een beetje als een myoëlektrische prothese. Wanneer je van plan bent een handeling uit te voeren, sturen je hersenen elektrische signalen naar je spieren om ze te vertellen wat ze moeten doen. Bij een prothese wordt elektromyografie gebruikt om die elektrische signalen te capteren en vervolgens te vertalen in signalen die de robotprothese vertellen welke handelingen de gebruiker van plan was uit te voeren. Spreken is iets complexer, maar het basisconcept is hetzelfde. Als je aan een woord denkt, stuurt je brein de signalen naar de spieren van je gezicht en keel om dat woord vorm te geven waarna je gaat spreken. Dit wordt subvocalisatie genoemd, en veel mensen doen het tijdens het lezen.

De AlterEgo headset bestaat uit elektrodesensoren die op die gebieden van het gezicht en de kaak van de drager kleven waar die signalen het sterkst en het meest betrouwbaar zijn. Het team van Kapur heeft die plaatsen gedefinieerd. Via botgeleiding ontvangt de koptelefoon die als een wrap rond de buitenkant van het oor van de gebruiker zit, de boodschap. Dus geen draadjes of bluetooth maar geluidtransport direct door het bot van de schedel, waardoor de oren vrij blijven om de wereld om je heen te horen. De sensoren stellen de drager dus in staat om stil met de computer te ‘praten’ door woorden te denken, en de computer praat terug via de hoofdtelefoon – zoals een Google of Siri waarmee je kan praten maar dan zonder dat je in een drukke straat ‘OK Google’ of ‘Hey Siri’ hoeft te zeggen. Je kan dus vragen stellen en antwoorden krijgen, sommetjes maken, de weg zoeken of een interne nota maken. Omdat de neuromusculaire signalen van elke drager iets anders zullen zijn, moet het systeem het “accent” van elke gebruiker leren en vereist het apparaat wel nog steeds kalibratie voor elke individuele gebruiker. Voor het prototype AlterEgo creëerde het onderzoeksteam taken met beperkte vocabulaires van elk ongeveer 20 woorden. Een daarvan was een rekenkundige taak, waarbij de gebruiker grote optelsommen of vermenigvuldigingen kan subvocaliseren. Een andere topepassing was schaken, waarbij de gebruiker subvocale commando’s geeft met behulp van de standaard schaaknummeringsysteem.

Voor elke toepassing, pasten de onderzoekers een neuraal netwerk aan om bepaalde neuromusculaire signalen die aan bepaalde woorden beantwoorden in kaart te brengen. Zodra de basiswoordsignaalconfiguraties in de AlterEgo zijn geprogrammeerd, kan het die informatie bewaren, zodat het aanpassen voor nieuwe gebruikers een veel eenvoudiger proces wordt. De onderzoekers testten AlteEgo uit op 10 gebruikers. De kalibratie voor rekenkundige taken het kalibreren aan hun eigen neurofysiologie duurde 15 minuten, de taak zelf nam 90 minuten in beslag. De foutenmarge was 8%. Wat volgens Kapur bij met regelmatig gebruik zou verbeteren. Op dit ogenblik werkt men aan complexere gesprekken. Kapur. “Ik denk dat we op een dag een volledig gesprek zullen kunnen voeren, wat enorme gevolgen zal hebben, vooral als we een communicatie van mens tot mens kunnen bewerkstelligen. En daar liggen de eerste medische toepassingen in het verschiet. Stemlozen zullen op die manier kunnen communiceren, ervan uitgaande dat ze nog steeds gebruik maken van de spieren in hun kaak en gezicht. Het team presenteerde hun onderzoek tijdens de Proceedings of the 2018 Conference on Intelligent User Interface, een conferentie die op 7-11 maart in Japan werd gehouden. Kapur ziet u hier aan het werk https://youtu.be/RuUSc53Xpeg

Marc van Impe

Bron: MediQuality

It can be read in full online here. https://dam-prod.media.mit.edu/x/2018/03/23/p43-kapur_BRjFwE6.pdf

PSA-screening loont de moeite niet, zegt NIH

Een enkele PSA-test bij mannen van 50-69 jaar leidt niet tot een daling van de sterfte aan prostaatkanker binnen 10 jaar, volgens nieuw onderzoek.

Dat schrijven dr. Richard Martin van de Bristol Medical School en de National Institute for Health, en collega’s van de grote CAP-trial in de JAMA (https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29509864). ‘Onze bevindingen ondersteunen geen bevolkingsonderzoek met een enkele PSA’, concluderen ze. Een vervolgstudie wordt opgezet.

De cluster gerandomiseerde studie, uitgevoerd in 573 Britse huisartspraktijken, volgde 408.825 mannen van 2009 tot 2016. 189.386 mannen ontvingen een uitnodiging om bij een kliniek hun PSA-waarde te laten meten en 219.439 kregen standaardzorg. In de interventiegroep ging 40% naar de kliniek en 80% van hen liet zich testen. Van de 64.436 mannen met een valide testuitslag hadden 6857 (11%) een PSA-waarde van 3-20 ng/ml, van wie 5850 (85%) een biopsie ondergingen.

Na een mediane follow-upduur van 10 jaar waren in de interventiegroep 549 mannen aan prostaatkanker overleden (0,30 per 1000 patiëntjaren), in de controlegroep 647 (0,31 per 1000). In de interventiegroep kreeg bijna 20% meer mannen de diagnose ‘prostaatkanker’: 4,3 tegen 3,6%. Het verschil bleek vooral toe te schrijven aan detectie van tumoren met een Gleason-score ≤ 6: 1,7 versus 1,1% (verschil per 1000 mannen: 6,11; 95%-BI: 5,38-6,84). De totale sterfte was 25.429 tegen 28.306. In de controlegroep onderging volgens een schatting van de auteurs 10-15% een PSA-test.

Deze CAP-trial is de derde grote studie naar het nut van een bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker: eerder waren er al de Amerikaanse PLCO-trial (https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3260132/ ) en de Europese ERSPC (https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4427906/) . Het PLCO-onderzoek toonde geen daling van de sterfte aan bij mannen uitgenodigd voor opsporing, tegenover nietuitgenodigde mannen. Maar dit onderzoek werd bekritiseerd, want 50% van de mannen die niet voor een opsporing was uitgenodigd, zou toch een PSA-test hebben ondergaan.

Het ERSPC-onderzoek is het enige gerandomiseerde onderzoek dat aantoont dat opsporing met PSA een voordeel biedt ten opzichte van de controlegroep. Het werd uitgevoerd in negen Europese landen, waaronder België. In de ERSPC, waarin elke 2-4 jaar werd getest, werd aanvankelijk een sterftewinst van 0,71 per 1000 gescreende mannen in 9 jaar gemeld; inmiddels, na 13 jaar, is dat 1,28 per 1000. De ERSPC-onderzoekers schatten dat voor iedere man die in 13 jaar niet overleed aan prostaatkanker, 27 mannen de diagnose ‘prostaatkanker’ zouden krijgen.

‘In biologische zin veroorzaakt screening uiteraard geen prostaatkanker’, aldus dr Michael Barry van de Harvard Medical School , ‘maar in praktische zin wel degelijk.’ (https://jamanetwork.com/journals/jama/article-abstract/2673950) .

In een onderzoek dat hij zelf en anderen in 2015 publiceerden, bleek dat ongeveer twee derde van 1041 mannen die goed werden voorgelicht over de voor- en nadelen, afzag van een PSA-test . Geen enkele richtlijn beveelt nog de routinematige meting van het PSA-gehalte aan bij asymptomatische mannen zonder dat zij goed werden geïnformeerd en hiermee hebben ingestemd.

In België wordt een PSA-meting voor opsporingsdoeleinden trouwens niet meer terugbetaald. De PSA-meting blijft nog wel aanbevolen in geval van symptomen en bij de opvolging van prostaatkanker. Bij deze laatste indicatie wordt ze wel terugbetaald.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Een nieuw medicijn voor multiple sclerose?

Er is nieuwe, zij het nog veraf gelegen, hoop voor MS-patiënten. Uit onderzoek blijkt dat siponimod van Novartis bij patiënten met gevorderde secundair progressieve MS het risico op verslechtering van de ziekte vermindert, dat meldde een internationale onderzoeksgroep van de EXPAND-studie eerder vorig jaar tijdens het EAN-congres in Amsterdam.

De EXPAND-studie was een gerandomiseerde fase III-studie waarin 1651 secundair progressieve MS-patiënten , in 31 landen gerekruteerd, in de ratio 2:1 werden behandeld met de S1P-receptormodulator siponimod en met placebo.

De patiënten in de siponimod-groep gebruikten een tablet met een dosis van 2 mg. Het primaire eindpunt van de studie was de bevestigde ziekteprogressie na 3 maanden, gemeten met EDSS. Belangrijk is verder dat bij alle deelnemers van de studie sprake was van EDSS-progressie (met 1 of meer punten in de voorafgaande 2 jaar bij een baseline EDSS van minder dan 6,0 of met 0,5 punten of meer bij een baseline EDSS van 6,0 of meer). De onderzoekers toonden in Amsterdam dat behandeling met siponimod leidde tot een significante reductie van het risico op bevestigde ziekteprogressie ten opzichte van placebo na 3 (HR 0,79, p = 0,013) en na 6 maanden (HR 0,74, p = 0,006). Verder zagen de onderzoekers dat het effect na 3 maanden bleef aanhouden gedurende de studie. Tevens werden voordelige effecten van behandeling met siponimod gezien op de annual relapse rate, het T2-laesievolume, het aantal nieuwe of uitbreidende laesies en het aantal Gd+-T1-laesies (allen p < 0,0001).

De groep die siponimod had gekregen ging minder achteruit in vergelijking met de placebogroep: bij 26% van de siponimod-patiënten verslechterde de situatie in vergelijking met 32% van de placebogroep. Nevenwerkingen waren mild: trage hartslag en vermindering van het aantal witte bloedcellen. De onderzoekers besluiten dat siponimod een goede kans maakt om erkend te worden als nieuwe behandeling voor patiënten met secundair-progressieve MS. Siponimod remt het voortschrijden van de ziekte af maar geneest ze niet.

Het middel is nog niet op de markt.

Referenties: Kappos L, Bar-Or A, Cree BAC, et al. Siponimod versus placebo in secondary progressive multiple sclerosis (EXPAND): a double-blind, randomised, phase 3 studyThe Lancet. Published online March 22 2018

https://www.nhs.uk/news/medication/new-drug-advanced-stage-multiple-sclerosis/

Marc van Impe

Bron: MediQuality