Onderzoekers vinden aanknopingspunt voor immuuntherapie van ontsnapte tumor

Wetenschappers van het LUMC hebben een manier ontdekt om voor het afweersysteem onzichtbare tumorcellen toch vatbaar te maken voor immuuntherapie. Die cellen blijken namelijk niet helemaal incognito te zijn, in tegenstelling tot wat eerder werd gedacht. De onderzoekers publiceren hun resultaten in het Journal of Experimental Medicine.

Wereldwijd zijn de onderzoekers de eersten die kenmerkende vlaggetjes hebben gevonden op tumorcellen waarvan eerder werd gedacht dat ze onzichtbaar waren voor het afweersysteem. Dat is een belangrijke ontdekking, want het biedt mogelijkheden om een nieuwe vorm van immuuntherapie te ontwikkelen, gebaseerd op deze nieuwe vlaggetjes.

“Tumorcellen gebruiken een slimme truc om een aanval van het immuunsysteem af te slaan. Ze halen de vlaggetjes waaraan afweercellen hen herkennen weg van hun celoppervlak. De tumor is daardoor onzichtbaar voor het immuunsysteem en is niet vatbaar voor de huidige vormen van immuuntherapie”, aldus onderzoeksleider Thorbald van Hall van de afdeling Medische Oncologie.

Niet helemaal incognito

Nu blijkt dus dat kankercellen die deze onzichtbaarheidstruc toepassen toch niet helemaal incognito zijn. “We hebben zestien zogeheten peptiden ontdekt die alleen gepresenteerd worden op tumorcellen die de onzichtbaarheidstruc hebben toegepast en niet op gezonde cellen”, legt promovendus Koen Marijt uit. De onderzoekers kwamen de peptiden op het spoor met een computermodel, en bevestigden hun bevindingen in het lichaam. “In het bloed van gezonde mensen vonden we afweercellen die specifiek reageren op deze vlaggetjes. Sterker nog, deze afweercellen herkenden in het laboratorium cellen van huid-, nier- en darmtumoren die de onzichtbaarheidstruc hadden toegepast.”

Minder bijwerkingen

De volgende fase is het ontwikkelen en testen van een nieuwe vorm van immuuntherapie gebaseerd op dit nieuwe type vlaggetjes op ‘onzichtbare’ tumorcellen. Van Hall: “Immuuntherapie is de toekomst voor kankerbehandeling en onze ontdekking is een kleine bijdrage aan de toepassing hiervan voor patiënten voor wie het nu geen optie is.” Omdat de vlaggetjes alleen wapperen op diverse tumortypes en niet op gezonde cellen, zou een dergelijke behandeling waarschijnlijk minder bijwerkingen hebben dan de huidige immuuntherapie.” Maar zover is het nog niet, waarschuwt Van Hall. “Onderzoek bij patiënten moet goed en veilig gebeuren, dus voordat we de eerste patiënten gaan behandelen zijn we jaren verder.”

Het artikel ‘Identification of non-mutated neoantigens presented by TAP-deficient tumors‘ is te lezen op de website van Journal of Experimental Medicine.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Advertenties

Lynch-syndroom door PMS2-mutatie: geen aanwijzingen verhoogd risico andere kankersoorten

Mensen met het erfelijke Lynch-syndroom door mutatie in het PMS2-gen hebben een licht verhoogde kans op darm- en baarmoederkanker, maar de kans op andere kankersoorten is niet duidelijk verhoogd. Dat ontdekte een internationale groep wetenschappers onder leiding van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Ze publiceren hun bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Clinical Oncology.

De wetenschappers trekken hun conclusies na het bestuderen van de gegevens van 4878 leden van 284 families, waarin een mutatie in het PMS2-gen voorkomt. Deze mutatie is één van de oorzaken van het erfelijke Lynch-syndroom. Patiënten met deze aandoening hebben een licht verhoogde kans op het krijgen van darm- en baarmoederkanker op oudere leeftijd. Tot nu toe was onduidelijk hoe het zat met de kans op andere kankersoorten, zoals maag-, eierstok-, dunne darm-, blaas-, lever-, nier-, hersen-, borst-, en prostaatkanker.

Geen extra screenings

“Uit onze studie blijkt dat de kans op deze kankersoorten voor dragers van de PMS2-mutatie niet duidelijk hoger is dan voor de algemene bevolking. Zoals we al hadden verwacht zien we wel een licht verhoogde kans op darm- en baarmoederkanker”, aldus arts-onderzoeker Sanne ten Broeke. Ze deed het onderzoek onder leiding van klinisch geneticus Maartje Nielsen.

Het was voor het eerst dat wetenschappers zo’n grote groep PMS2-dragers onder de loep namen. De onderzoekers raden aan om Lynch-patiënten alleen extra te controleren op darm- en baarmoederkanker en geen extra screenings in het leven te roepen voor andere kankersoorten.

Minder vaak controle

Recent ontdekte dezelfde onderzoeksgroep ook dat darmtumoren van Lynch-patiënten met de PMS2-mutatie andere kenmerken hebben dan die van Lynch-patiënten met een mutatie in het MLH1-gen. “Dit verklaart mogelijk waarom tumoren van PMS2-mutatiedragers minder snel groeien. Dragers van de PMS2-mutatie hoeven dus niet zoals gebruikelijk is elke twee jaar gecontroleerd te worden, maar misschien maar elke drie tot vier jaar”, aldus Nielsen.

Het artikel ‘Cancer risks for PMS2-associated Lynch syndrome‘ is te lezen op de website van het Journal of Clinical Oncology.

Bent u onderzoeker of zorgverlener en geïnteresseerd in het Lynch-syndroom? Bezoek dan het symposium ‘Gene-specific epidemiological and molecular aspects of Lynch syndrome‘ op donderdag 20 september 2018.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Uw handschrift doodt elk jaar tienduizenden patiënten

Ik krijg een voorschrift mee en probeer te ontcijferen wat de dokter me precies in de maag wil splitsen. Ik kan er niets van maken. Voor de apotheker blijkt dit schoonschrift te zijn. Heb ik geluk! Ik krijg het juiste medicijn. Maar dat is lang niet altijd het geval. Elk jaar sterven wereldwijd tienduizenden patiënten door een verkeerd gelezen voorschrift.

Gelukkig worden steeds meer voorschriften elektronisch ingegeven en uitgeprint, maar desalniettemin blijft de vraag waarom het handschrift van artsen zo uiterst slecht kan zijn? Volgens een Amerikaanse studie is slecht schrijven voor een dokter is een kwestie van overleven. In één etmaal kan hij vijftig tot honderd of meer keer alleen al zijn handtekening zetten op voorschriften, getuigschriften, vragen om consult of doorververwijzingen! Het probleem is dat voor elke patiënt stapels papierwerk verzet moet worden.

Want dan hebben we nog geen rekening gehouden met alles wat om administratieve redenen gedocumenteerd en geschreven moet worden. Komt daarbij dat de meeste artsen beseffen dat het grootste deel van deze papiermolen uiteindelijk eindigt in een archiefkast om nooit meer bekeken te worden en dat het grootste deel van dat werk in feite onzin is en alleen maar tijd opslorpt die de ze aan echt belangrijke dingen kunnen besteden: het zien en behandelen van patiënten!

Velen realiseren zich ook dat wat ze schrijven niet bedoeld is voor het publiek, maar alleen voor zichzelf en hun collega’s. wie weet wat hij zoekt kan ook veel gemakkelijker een handschrift lezen, vraag dat maar aan de eerste de beste apotheker. Als patiënten zijn we allemaal verbaasd over wat de artsen op zijn voorschrift gekrabbeld heeft. Er valt nauwelijks een woord te herkennen, vaak zelfs geen enkele letter. De resulterende medicatie zal echter in ons lichaam terechtkomen en wij vertrouwen erop dat de apotheker kan ontcijferen wat de artsen hebben geschreven. Dit wel eens van de meest onderschatte jobs ter wereld kunnen zijn.

Een onleesbaar handschrift ontstaat niet vanzelf. Op school hebben we allemaal geleerd keurig te schrijven. Het vraagt dus ook tijd om zich te ontwikkelen! Het begint met het gebruik van voor de hand liggende afkortingen , zoals ttz, tgv, igv, tot een eigen afkortingenjargon als KA voor ‘kortademigheid’. Een tweede fenomeen is het priegelen, het minuscule geschrift want klein schrijven bespaart afstand dus kost het minder tijd. Bij het sms is het doodnormaal om klinkers over te slaan, maar dokters doen dit al sinds decennia.

De meeste zinnen zijn immers zonder klinkers te lezen. Artsen gebruiken ook steeds dezelfde woorden, dus het geoefende oog heeft slechts één of twee letters in hun context nodig om een gespecialiseerd woord te herkennen. Op die manier ontwikkelt de arts zijn eigen steno. Het probleem met dit soort handschriften is dat wanneer artsen zo in die gewoonte van onleesbaar schrijven vastroesten ze alle berichten aan hun collega’s en het publiek in deze medische steno gaan schrijven en dat niemand anders – en vaak zij zelf ook niet- dit nog kan lezen. En dat heeft zo zijn gevolgen.

In juli 2006 publiceerde de Amerikaanse National Academies of Science’s Institute of Medicine (IOM) een onderzoek waaruit bleek dat jaarlijks 7000 doden vielen door de schuld van het slecht handschrift van dokters. Nog eens 1,5 miljoen Amerikanen werden er letterlijk ziek van en dat was een voorzichtige schatting. Veel van de ongelukken werden veroorzaakt door afkortingen die gewoon onduidelijk waren, onjuist begrepen doseringen, en dus een slecht handschrift.

De IOM gebruikt dat onderzoek om het elektronisch voorschrift te promoten, maar net als in ons land is de weerstand in de VS groot. Jaarlijks worden in de VS zo’n 3,2 miljard voorschriften geschreven, waarvan 1 procent ronduit onleesbaar is. Het onderzoek dat in 2006 verscheen, richtte zich alleen op de VS. Als men de Amerikaanse cijfers op de rest van de westerse wereld toepast komt men tot de onthutsende vaststelling dat de potentieel om verscheidene miljoenen patiënten gaat die door het slechte handschrift van hun arts schade oplopen worden berokkend, en dat het wereldwijd jaarlijks om tienduizenden sterfgevallen gaat.

Gelukkig, schrijf ik dit op een laptop want mijn handschrift lijkt ook wel Sanskriet.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

Alcoholgebruik bij borstvoeding schaadt cognitieve vaardigheden bij kinderen. Roken doet dat niet.

Kinderen van wie de moeders alcohol consumeerden tijdens de lactatie hebben een grotere kans op “dosisafhankelijke verminderingen in het abstract redeneren op de leeftijd van 6 tot 7 jaar”, maar dat effect neemt wel af op de leeftijd van 8 tot 11 jaar, zo blijkt uit een studie die pas in Pediatrics verscheen.

Bovendien lijken de traditionele methoden die vrouwen gebruiken om de hoeveelheid alcohol in hun moedermelk na het drinken van alcohol te verminderen, op zijn best ondoeltreffend of onvoorspelbaar.

“Alcohol gaat snel over in moedermelk, in concentraties die vergelijkbaar zijn met de alcoholconcentratie in het moederbloed en vermindert de melkproductie. Hoewel het drinken van alcohol onmiddellijk na het voeden de blootstelling aan ethanol tot een minimum beperkt, gebruiken niet alle vrouwen deze techniek, en dergelijk voedingsgedrag kan gevolgen hebben”, schrijven de onderzoekers. Roken tijdens het geven van borstvoeding was niet gekoppeld aan een uitkomstvariabele inzake cognitie.

Pompen en dumpen, een gangbare praktijk waarbij vrouwen moedermelk korte tijd na alcoholconsumptie oppompen en weggooien, vermindert de ethanolconcentratie in moedermelk niet, omdat de concentratie in moedermelk hoog zal blijven zolang er alcohol in het bloed van de moeder aanwezig is, leggen de auteurs uit. Louisa Gibson en Melanie Porter van de Macquarie Universiteit, Sydney, Australië, publiceerden hun bevindingen online 30 Juli in de Pediatrics.

De onderzoekers analyseerden gegevens van Growing Up in Australië: een longitudinale studie van Australische kinderen. De studie omvat 5.107 zuigelingen die om de 2 jaar worden gescreend. De onderzoekers gebruikten multivariabele lineaire regressieanalyses om de associaties tussen alcoholconsumptie en roken door moeders die borstvoeding geven en de scores van nakomelingen te bestuderen op drie maten (Matrix Reasoning, Peabody Picture Vocabulary Test-Third Edition, en Who Are I?) in de tijd.

Borstgevoede baby’s van wie de moeder alcohol consumeerde, hadden eerder een lagere Matrix Redeneringsscore op 6-7 jaar (B coëfficiënt [B], -0,11; 95% betrouwbaarheidsinterval [CI], -0,18 tot -0,04; P = .01).

Deze corelatie was afwezig bij degenen die nog nooit borstvoeding had gegeven (B, -0.02; 95% CI, -0.20 tot 0.17; P = .87).

Deze bevinding suggereert dat “blootstelling aan alcohol via moedermelk verantwoordelijk was voor de bevindingen. Wat echter moeilijker is vast te stellen en te kwantificeren zijn de potentiële gevolgen van andere milieu en genetische risico’s die tot resultaten zoals deze kunnen leiden ,” schrijft Lauren M. Jansson, van Johns Hopkins Universiteit, Baltimore, Maryland, in een commentaar. “De bevinding is niet verrassend als we kijken naar de mogelijke farmacokinetische basis en de bekende schadelijke effecten van alcohol op zich ontwikkelende hersenen,” vervolgt Jansson. “Alcoholconcentraties in moedermelk lijken binnen 30 tot 60 minuten na inname op die in het bloed van de moeder; de hoeveelheid alcohol in moedermelk is ∼% tot 6% van de gewogen moederdosis, en pasgeborenen metaboliseren alcohol met ongeveer de helft van het percentage volwassenen.”

Pediatrics. Published online July 30, 2018. http://pediatrics.aappublications.org/content/142/2/e20174266

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Esthetische chirurgie aan de schandpaal: er bestaat niet zoiets als een normale vagina

Uiteraard zijn artsen gekant tegen vrouwelijke besnijdenis. Maar nogal wat esthetisch chirurgen, ook in de Westerse wereld, promoten wel een gelijkaardige vorm van vrouwenverminking want dit leidt tot groot gewin. En niet zelden tot frustratie bij de patiënt. Ook in ons land. Zwitserse wetenschappers nagelen de esthetisch chirurgen die zich daaraan bezondigen aan de schandpaal.

Er bestaat niet zoiets als een ‘normale’ vagina, zo concluderen wetenschappers in de grootste vulva-studie ooit. De onheilspellende toename van jonge vrouwen die geopereerd willen worden om hun geslachtsdelen bij te knippen zette de Zwitserse onderzoekers van, het Luzern Kantonziekenhuis ertoe de vulvas van 650 blanke vrouwen tussen de 15 en 84 jaar op te meten. De metingen van de binnen- en buitenste schaamlippen, clitoris, vaginale opening en perineum varieerden zo sterk dat ze zelfs geen ‘gemiddelde’ afmeting konden bieden voor een ‘normale’ vulva. De nieuwe studie van het Luzerner Kantonziekenhuis in Zwitserland, die eerder vorige week verscheen, vond de gemiddelde lengte van de binnenste schaamlippen 43 millimeter. De cohort varieerde echter van vijf tot 100 millimeter. De gemiddelde lengte van de buitenste schaamlippen was 80 millimeter, maar de resultaten varieerden van 12 tot 180. De gemiddelde clitorismeting was vijf millimeter breed, maar dat was tussen één millimeter en 22 millimeter. Voor clitorislengtes vonden ze het gemiddelde op zeven millimeter, maar de resultaten varieerden van 0,5 millimeter tot 34. Labiaplastie kan ernstige gevolgen hebben, ook voor de komende generaties zeggen de onderzoekers.

De grootte en afmetingen van vulvas variëren zo sterk dat de huidige trend om de vagina van een vrouw chirurgisch te ‘perfectioneren’ weinig zin heeft, waarschuwen gynaecologen. Zij noemen deze vorm van esthetische chirurgie oplichterij en een schande voor het medisch bedrijf. Ze zijn het eens met de beslissing van de verzekeringsmaatschappijen om deze cosmetische ingrepen alleen te vergoeden als er een medische reden voor is. Bovendien is er een ernstige medische keerzijde aan alle chirurgie, van pijn aan littekens tot zenuwschade.

Het aantal vrouwen dat operaties krijgt om hun vagina’s te vernauwen en te zelf weg te stoppen is de laatste jaren explosief gestegen. Op het buitenste deel van de vagina wordt een labiaplastie uitgevoerd, waarbij overtollig weefsel wordt bewerkt en verwijderd en de schaamlippen worden uitgevlakt. Sommige artsen verwijderen overtollig weefsel rond de clitoris (zogenaamde prepuce reduction), hoewel de meesten dit vermijden vanwege het risico van zenuwbeschadiging. Labiaplastie ontstond in de jaren 1960 als een vervolgprocedure op vaginaplastie, die gebruikt om de vaginawand na seksuele bevalling of seksueel geweld te herstructureren. Een recent proefonderzoek in Australië heeft uitgewezen dat een kwart van de labiaplasties wordt uitgevoerd op vrouwen tussen de vijf en vijfentwintig jaar – een trend die gynaecologen en plastisch chirurgen ook in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zien en zelfs via advertenties op het Google promoten. Onderzoek om deze trend te doorgronden toont aan dat pornografische beelden – van ‘minimalistische’ vulvas – en gefotoshopte social media posts de meest waarschijnlijke drijfveren zijn. Veel gynaecologen waarschuwen dat deze misvatting veel verder reikt dan de geseksualiseerde inhoud. Zelfs medische handboeken geven vaak een verkeerde voorstelling van vagina’s met cartoonachtige diagrammen van een vrouwelijke anatomie die er niet uitzien als het echte ding.

Uit een eerder dit jaar gepubliceerd onderzoek van de Universiteit van Calgary blijkt dat vrouwen of meisjes die labiaplastie overwegen voor puur esthetische doeleinden er meestal niet mee doorgaan nadat ze de verzekering hebben gekregen dat ze normaal zijn. Experts zeggen dat deze nieuwe Zwitserse studie, hoewel het ontbreekt aan raciale diversiteit, een mijlpaal is en een referentiepunt voor gynaecologen wereldwijd, kennis die ze moeten delen met patiënten die zich zorgen maken over hun uiterlijk.

Marc van Impe

https://obgyn.onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/1471-0528.15387?af=R

Bron: MediQuality

 

Chemotherapie bij borstkanker bij 70% onnodig

Duizenden borstkankerpatiënten hoeven na chirurgie geen chemotherapie, zo blijkt uit een studie die gisteren op ASCO werd voorgesteld. Het bespaart hen de bijwerkingen van de behandeling, zoals haaruitval, braken, onvruchtbaarheid en zelfs hartfalen. En bovendien bespaart Volksgezondheid zo 30.000€ per patiënt.

Uit de Tailorx trial, een 21-genen assay door professor Joseph Sparano van het Montefiore Medical Center in de Bronx, NY, kan ongeveer 70 procent van de patiënten die zijn gediagnosticeerd met de meest voorkomende van borstkanker zonder bijkomende chemotherapie. De onderzoekers brachten negen jaar lang bij 10.273 vrouwen met borstkanker (hormoonreceptor positief, HER-2 negatief) de activiteit van de genen in kaart, die wordt uitgedrukt in een score tussen 0 en 100. Uit eerdere studies is bekend dat een lage score (10 of lager) betekent dat vrouwen geen chemotherapie nodig hebben; bij een score van hoger dan 25 is dit juist wel het geval. De meeste vrouwen vallen echter in het interval 11 tot 25. De studie, onder leiding van het Montefiore Medical Center in New York, wees vrouwen met tussenscores ofwel chemotherapie plus hormoonbehandeling ofwel alleen hormoonbehandeling toe. Na ongeveer zeven jaar follow-up, waren de cijfers van ziekte – vrije overleving, kankeruitbreiding en algemene overleving bijna identiek. Alleen vrouwen jonger dan 50 jaar met scores tussen 16 en 25 bleken baat te hebben bij chemotherapie.

De trial van Sparano e.a. laat zien dat deze vrouwen, zeker als in de leeftijdsklasse van 50 tot 75 jaar vallen geen baat hebben bij deze behandeling. Voor vrouwen jonger dan 50 gaat dat op bij een score van 15 of lager. Er bestaat dus een grote “tussengroep” van patiënten gevonden voor wie chemotherapie na de operatie geen voordelen biedt en die veilig kan worden behandeld met uitsluitend hormoontherapie. Als de besluiten van de studie worden geïmplementeerd zal in de toekomst nog geen derde van de vrouwen met de meest voorkomende vorm van borstkanker nog chemotherapie krijgen, tegen nu de helft.

De vrouwen ondergaan de Oncotype DX test, die op de tumorbiopsie gebaseerd is, die tijdens chirurgie wordt genomen,en analyseert 21 genetische tellers in de kankercel. De monsters worden naar een laboratorium in Redwood (Californië) gestuurd en de resultaten worden binnen twee weken teruggestuurd naar oncologen. Het gevolg van onze ontdekking is groot, zei professor Joseph Sparano gisteren aan The New York Times: “De resultaten geven aan dat we ongeveer 70 procent van de patiënten die normaal gezien in aanmerking zouden komen voor chemotherapie, die behandeling kunnen besparen. De MammaPrint geeft enkel een zwart-witresultaat, de TAILORx geeft gradaties aan. Daardoor kun je een genuanceerdere inschatting maken over het al dan niet geven van chemotherapie”.

Maar dat wil niet zeggen dat het aantal chemotherapieën nu plots drastisch zal dalen. Daarvoor is er namelijk nog een groot knelpunt: de prijs van die moleculaire test. De kans op herval van één patiënt inschatten met de TAILORx, kost zo’n 4.000 $. De MammaPrint is ongeveer even duur, bijna 3.000 €.

De resultaten werden gisteren gepresenteerd op de jaarvergadering van de American Society of Clinical Oncology in Chicago en gelijktijdig gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.

Professor Jacques De Grève, medisch oncoloog van het UZ Brussel, woonde de voorstelling van de studie bij in Chicago en is enthousiast over de resultaten. De test die zij gebruikt hebben, de TAILORx, is volgens hem namelijk bruikbaarder dan de MammaPrint die bij ons al beschikbaar is . Maar toch tekent hij enig voorbehoud aan. “Mochten de tests goedkoop zijn, dan was ik de grootste voorstander. Helaas zijn ze dat niet en dan moet je prioriteiten afwegen. Want stel dat zo’n moleculaire test straks terugbetaald wordt, dan gaat dat ettelijke miljoenen kosten. Ik vrees namelijk dat de test veel meer gebruikt zou worden dan strikt noodzakelijk is. Er is ook een goedkope pathologietest beschikbaar, die het hiaat voor een groot stuk kan opvangen.” Aldus De Grève in De Morgen.

Aangezien de sociale zekerheid in een krimpscenario zit, twijfelt De Grève of een terugbetaling wel zo aangewezen is. “Mijn collega’s zullen het niet graag horen, maar het is de realiteit. We zijn nu bijvoorbeeld heel blij met de terugbetaling van de immunotherapie, die willen we toch ook niet opgeven?”

De Grève hoopt dat het een oplossing kan zijn om de verschillende producenten van dergelijke tests tegen elkaar uit te spelen en een maximumaantal tests op te leggen. “Op die manier kan de prijs dan hopelijk wel gedrukt worden voor de patiënt.”

Minister De Block wil de resultaten van het onderzoek eerst bestuderen. Er moet eerst absolute zekerheid zijn over de betrouwbaarheid van de tests, klinkt het, alvorens er verdere maatregelen genomen kunnen worden.

https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1804710

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

De mythe over kankervlees is protestants bijgeloof

Over vlees worden elke dag nieuwe misverstanden gepubliceerd. Zo verscheen gisteren het bericht op de radar dat uit Spaans onderzoek zou blijken dat mensen die alleen kant-en-klare maaltijden eten waarin uiteraard vlees verwerkt werd, mogelijk een groter risico lopen op borstkanker. De wetenschappers “vonden” dat de vrouwen die een “ontstekingsdieet” volgden, dat deegwaren, rood en verwerkt vlees en volle zuivelproducten omvat, 39 % meer kans hebben om borstkanker te ontwikkelen.

En te pas en te onpas wordt daar het geruchtmakende IARC Meat Report uit 2015 bij gesleurd. Voedingswetenschappers zijn die situatie beu. Het is niet omdat beunhazen die te pas en te onpas in de media worden opgevoerd populaire nonsens vertellen dat de waarheid geweld mag aangedaan worden. De jongste campagne van Greenpeace is daar een schoolvoorbeeld van. Het gaat hem niet om de gezondheid van de burger maar om de financiële gezondheid van de NGO.

Laten we beginnen met de omgekeerde (Vlaamse) voedingsdriehoek, waar onverwerkt vlees helemaal onderaan, naast boter, wordt gecatalogeerd. Vleeswaren, dus alles wat verwerkt is, staan zelfs helemaal buiten de driehoek. Met daarbij de expliciete waarschuwing dat je er “zo weinig mogelijk” mag van eten. Die voedingsdriehoek heeft minder met wetenschap dan met sectair geloof te maken want het idee dat vlees zo niet gemeden dan wel vermeden moet worden, komt van Ellen White, voorgangster van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten.

Deze 19de eeuwse sekte geloofde dat Jezus op 22 oktober 1844 terug zou komen op aarde. Quod non. Daarop kreeg mevrouw White een visioen waarin Jahweh haar vertelde dat hij zich ontzettend stoorde aan de eetgewoonten van haar tijdgenoten. Het liefst zag hij de spijswetten zoals die beschreven staan in Leviticus 11 (onder meer geen paarden- en varkensvlees, geen garnalen en geen ongeschubde vis) opnieuw ingevoerd. Mevrouw White wou de Here extra plezier doen en voegde rundsvlees, ham en worstjes aan het lijstje toe. Kosjer of halal eten, was maar half werk.

Voor de onderbouwing van de adventistische voedingstheorie wordt onder meer verwezen naar de 1 Korintiërs 6:19-20. Daarin wordt beschreven dat het lichaam een tempel is van de Heilige Geest, dat God eigenaar is van dit lichaam en dat mensen God met dit lichaam eer moeten bewijzen, en daarom moeten de adventisten deze tempel ook wat betreft voeding zo zuiver mogelijk houden en om zo “de Schepper verhogen”.

Maar een theorie werkt pas als ze een wetenschappelijke onderbouwing krijgt: daarom richtten de Adventisten universiteiten op zoals het Kettering Medical Institute en het Orlando Institute of Health die de propagandamachines geworden zijn van vegetariërs, flexitariërs en veganisten.

Om de haverklap wordt onze mailbox overstroomd met belangrijke studies die het nut van deze heilsdiëten onderstrepen en die graag geciteerd worden in de media. Dat nota bene de cornflakes, de minst aangeraden gefabriceerde voeding, uitgevonden werden door de zevendedagsadventist John Harvey Kellogg (1852-1943) niet zo goed passen in hun gerichtheid op gezonde voeding, wordt daarbij zuinigjes verzwegen. Kellogg was ook de uitvinder van de pindakaas. Er zijn ondertussen Adventistische universiteiten op alle continenten die bijna allemaal de Health Sciences in hun vaandel voeren.

Professor ir. Frédéric Leroy (VUB), ook voorzitter van de Belgian Association of Meat Sciences & Technology (BAMST), krijgt er een punthoofd van. De Greenpeace-campagne rond Maya de Bij, die sigaretten uitdeelt aan kinderen, wou er nog eens de aandacht op vestigen. Wie verwerkt vlees eet, krijgt geheid kanker, zegt Greepaece en verwijst daarbij naar de nodige wetenschappelijke data van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die inderdaad lijkt te stellen dat verwerkt vlees behoort tot de zogenaamde groep 1: ‘kankerverwekkend voor mensen’.

Professor Stefaan De Smet (UGent) werkte mee aan een rapport van het International Agency for Research on Cancer (IARC), waar het WHO zich dan weer op baseert. “Greenpeace heeft de wetenschappelijke data daar misbruikt”, zegt De Smet. “De IARC heeft gesteld dat een hoog verbruik van vleeswaren een licht verhoogd risico op darmkanker inhoudt. Maar dan moet het al meerdere keren per dag op het menu staan. Ik vergelijk het graag met zonlicht. Overdreven blootstelling is zeker schadelijk, maar dat betekent niet dat je niet in de zon mag lopen. Integendeel. Je kunt dus niet zomaar stellen dat alle vleeswaren ongezond zijn.”

In hetzelfde rapport van het IARC (uit 2015 dat een meta-analyse is van 800 wetenschappelijke studies, probeerden de onderzoekers uit te vinden hoe sterk het verband is tussen rood vlees en dikkedarmkanker, maar dat bewijs bleef uit. Uit het rapport bleek vooral dat het eten van meer of minder rood vlees een relatief effect heeft op je kans om kanker te krijgen. Als iemand per dag 100 gram meer rood vlees eet, dan stijgt die kans met 17 procent. “Dat betekent dus niet dat je het niet meer mag eten”, zegt De Smet.

“Rood vlees heeft wel degelijk een plaats in ons dieet, maar je moet de voordelen afwegen tegenover het risico. Daarom zegt de WHO dat het prima is om tot 500 gram rood vlees te eten per week.” Ook het idee dat er een verband is tussen varkensvlees, cholesterol en hart- en vaatziekten blijkt niet te kloppen. Dit verband zag het licht in de jaren 50 en 60, op basis van onderzoek dat toen uitwees dat er een “hypothetisch” verband was tussen de drie.

Verzadigde vetzuren en cholesterol zouden gif zijn. Die hypothese is ondertussen meermaals ontkracht. Zegt professor De Smet: “De cholesterol die je via de voeding inneemt is verwaarloosbaar in vergelijking met wat je lichaam sowieso al aanmaakt.”

Marc van Impe

https://en.wikipedia.org/wiki/Seventh-day_Adventist_Church

http://www.bamst.be/publications/

Bron: MediQuality