ME/CVS: Cochrane wijst Pace Trial af

Minister Maggie De Block vroeg bij haar aantreden haar administratie een adviesnota voor te bereiden in verband met het te volgen beleid inzake ME/CVS. Het Riziv schoof die opdracht door naar het expertisecentrum van de KULeuven. Uit welingelichte bron vernemen we dat dit advies van de Leuvense experten tot in de details de conclusies volgt van de Britse Pace-studie waarover we hier al uitgebreid bericht hebben.

Deze studie werd zowel door de wetenschappelijke wereld als door de patiëntenorganisaties afgeschoten wegens gemanipuleerd, onvolledig en politiek geïnspireerd en komt er op neer dat ME/CVS-patiënten enkel kunnen geholpen worden met psychotherapie (CGT) en kinesitherapie (Graded Excercise). Vandaag raakte bekend dat de Cochrane Collaboration een verklaring gepubliceerd heeft waarin staat dat de Pace Trial niet voldoet aan de “kwaliteitsnormen” van de organisatie.

Op verzoek van de Cochrane Collaboration hadden de auteurs van de Pace Trial hun werk uit 2011 overgedaan en correcties aangebracht. Maar ook dit volstaat niet aldus Cochrane. De studie is een methodologische puinhoop, aldus Cochrane. Twee patiënten -Tom Kindlon en wijlen Robert Courtney- hadden na publicatie in 2014 uitgebreide en overtuigende kritiek uitgebracht. Hun schrijven werd gesteund door meer dan honderd academici, patiëntengroepen, advocaten en politici die in een open brief aan de Lancet opriepen tot een onafhankelijke re-analyse.

Toen de hoofdauteurs , de professoren Peter White, Trudie Chalder en Michael Sharpe dit weigerden en ze daarin gesteund werden door professor Simon Wessely , diende Robert Courtney een formele klacht bij Cochrane. Cochrane vond de klacht gegrond en had onlangs de auteurs een kans om hun werk dienovereenkomstig te herzien. Het is de herziening die Cochrane nu onbevredigend heeft geacht.

De Pace Trial, die 5 miljoen pond gekost had, bepaalt in Engeland en ook ons land het officiële beleid inzake ME/CVS. Psychiater Wessely, die voorzitter is van het Royal College of Psychiatrists blijft de studie verdedigen: ” This trial was a landmark in behavioral complex intervention studies,” zegt hij.

Het is nu de vraag wat de minister gaat doen?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

BMJ 2018; 362 doi: https://doi.org/10.1136/bmj.k3621 en https://me-pedia.org/wiki/PACE_trial

http://www.virology.ws/2018/12/03/trial-by-error-some-good-news-on-cochrane/

Advertenties

Meer levercirrose bij koude winters

Wie zich afvraagt waarom de mensen geneigd meer te drinken als het buiten koud is en de nachten langer zijn, die vindt een antwoord in een nieuwe wetenschappelijke studie, uitgevoerd door het Pittsburgh Liver Research Centre in de VS en deze maand gepubliceerd in het Hepatology Journal.

Die studie toont aan dat er een direct verband bestaat tussen dalende temperaturen en uren zonlicht en een verhoogd alcoholverbruik. “Het is iets wat iedereen decennialang aannam, maar wat niemand wetenschappelijk aangetoond had”, aldus Dr. Ramon Bataller, professor aan de Universiteit van Pittsburgh. Er zijn twee verklaringen: je voelt je warmer na een glas alcohol omdat de drank als vaatverwijdend middel fungeert, de bloedvaten ontspant en de doorstroming van warm bloed naar de huid verhoogt. De tweede reden waarom je misschien meer wilt drinken is dat kortere dagen en langere nachten en koude ook verband houden met depressie, waarvan al lang bekend is dat het drinken stimuleert. Een gevolg is een groter risico op alcoholische cirrose, wat overigens ook wordt bepaald door genetische factoren. Cirrose komt vaker voor in het noorden van de VS.

De onderzoekers wilden weten of het klimaat een oorzakelijk effect heeft op alcoholconsumptie en de impact ervan op alcoholische cirrose. Ze verzamelden gegevens uit 193 landen en uit 50 staten en 3.144 counties in de Verenigde Staten.

De data waren afkomstig van onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie, de Wereld Meteorologische Organisatie en het Institute on Health Metrics and Evaluation. De klimaatparameters waren gebaseerd op de Koppen-Geiger classificatie, de gemiddelde jaarlijkse zonne-uren en de gemiddelde jaarlijkse temperatuur. Alcoholconsumptiegegevens, drinkpatroon, gezondheidsindicatoren en de alcoholtoerekenbare fractie (AAF) van cirrose werden gecorreleerd an daaruit bleek dat er een omgekeerde correlatie bestaat tussen de gemiddelde temperatuur en het gemiddelde aantal uren zonneschijn per jaar en de liters jaarlijks alcoholgebruik per hoofd van de bevolking.

Hoe kouder het wordt des te hoger het percentage zwaar episodisch drinkers. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) was ongeveer 5,9% van alle sterfgevallen in 2014 toe te schrijven aan alcoholmisbruik, tegenover 4% in 2004. Oost-Europa in zijn totaal heeft met 15,7 liter alcohol per persoon de hoogste jaarlijkse consumptie per hoofd van de bevolking.

De Moldaviërs staan op de eerste plaats met 17,4 liter alcohol per persoon per jaar. Na Moldavië, volgt Wit-Rusland met 17,1 liter alcohol per persoon. Litouwen sluit de top-3 af met 16,2 liter alcohol. Noord-Afrika en het Midden-Oosten daarentegen heeft met 1,0 L per persoon de laagste consumptie per hoofd van de bevolking. In Libië, Mauritanië en Pakistan wordt het minste alcohol gedronken. Daaruit blijkt dat niet alleen klimaatgerelateerde variabelen, maar ook culturele en religieuze factoren een invloed hebben. In een lijst van landen waar het meeste alcohol wordt gedronken, staat België pas op de 31ste plaats.

België staat op de 31ste plaats, net voor Duitsland, Spanje en Zwitserland. Hoewel het cijfer van België slechter kan, wil dat niet zeggen dat we daarom goed bezig zijn. Zo kampt maar liefst één op de tien Belgen met een alcoholprobleem. Het dagelijks gebruik van alcohol is significant verschillend tussen Vlaanderen en Brussel, maar niet tussen Brussel en Wallonië. Het Waals Gewest, waar het ’s winters flink kouder is, onderscheidt zich van de andere gewesten door een hogere gemiddelde consumptie zijnde 12 glazen alcohol per week tegen 10 elders. Het percentage personen met leverlijden vertoont geen belangrijke regionale verschillen. In Vlaanderen is dat 0,3%, in Franstalig België 0,5%.

Hepatology. 2018 Oct 16. doi: 10.1002/hep.30315. [Epub ahead of print]

https://www.livercenter.pitt.edu/sites/default/files/Ventura-Cots_et_al-2018-Hepatology.pdf

https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/AL_NL_2008.pdf

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

Onderzoekers vinden aanknopingspunt voor immuuntherapie van ontsnapte tumor

Wetenschappers van het LUMC hebben een manier ontdekt om voor het afweersysteem onzichtbare tumorcellen toch vatbaar te maken voor immuuntherapie. Die cellen blijken namelijk niet helemaal incognito te zijn, in tegenstelling tot wat eerder werd gedacht. De onderzoekers publiceren hun resultaten in het Journal of Experimental Medicine.

Wereldwijd zijn de onderzoekers de eersten die kenmerkende vlaggetjes hebben gevonden op tumorcellen waarvan eerder werd gedacht dat ze onzichtbaar waren voor het afweersysteem. Dat is een belangrijke ontdekking, want het biedt mogelijkheden om een nieuwe vorm van immuuntherapie te ontwikkelen, gebaseerd op deze nieuwe vlaggetjes.

“Tumorcellen gebruiken een slimme truc om een aanval van het immuunsysteem af te slaan. Ze halen de vlaggetjes waaraan afweercellen hen herkennen weg van hun celoppervlak. De tumor is daardoor onzichtbaar voor het immuunsysteem en is niet vatbaar voor de huidige vormen van immuuntherapie”, aldus onderzoeksleider Thorbald van Hall van de afdeling Medische Oncologie.

Niet helemaal incognito

Nu blijkt dus dat kankercellen die deze onzichtbaarheidstruc toepassen toch niet helemaal incognito zijn. “We hebben zestien zogeheten peptiden ontdekt die alleen gepresenteerd worden op tumorcellen die de onzichtbaarheidstruc hebben toegepast en niet op gezonde cellen”, legt promovendus Koen Marijt uit. De onderzoekers kwamen de peptiden op het spoor met een computermodel, en bevestigden hun bevindingen in het lichaam. “In het bloed van gezonde mensen vonden we afweercellen die specifiek reageren op deze vlaggetjes. Sterker nog, deze afweercellen herkenden in het laboratorium cellen van huid-, nier- en darmtumoren die de onzichtbaarheidstruc hadden toegepast.”

Minder bijwerkingen

De volgende fase is het ontwikkelen en testen van een nieuwe vorm van immuuntherapie gebaseerd op dit nieuwe type vlaggetjes op ‘onzichtbare’ tumorcellen. Van Hall: “Immuuntherapie is de toekomst voor kankerbehandeling en onze ontdekking is een kleine bijdrage aan de toepassing hiervan voor patiënten voor wie het nu geen optie is.” Omdat de vlaggetjes alleen wapperen op diverse tumortypes en niet op gezonde cellen, zou een dergelijke behandeling waarschijnlijk minder bijwerkingen hebben dan de huidige immuuntherapie.” Maar zover is het nog niet, waarschuwt Van Hall. “Onderzoek bij patiënten moet goed en veilig gebeuren, dus voordat we de eerste patiënten gaan behandelen zijn we jaren verder.”

Het artikel ‘Identification of non-mutated neoantigens presented by TAP-deficient tumors‘ is te lezen op de website van Journal of Experimental Medicine.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Lynch-syndroom door PMS2-mutatie: geen aanwijzingen verhoogd risico andere kankersoorten

Mensen met het erfelijke Lynch-syndroom door mutatie in het PMS2-gen hebben een licht verhoogde kans op darm- en baarmoederkanker, maar de kans op andere kankersoorten is niet duidelijk verhoogd. Dat ontdekte een internationale groep wetenschappers onder leiding van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Ze publiceren hun bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Clinical Oncology.

De wetenschappers trekken hun conclusies na het bestuderen van de gegevens van 4878 leden van 284 families, waarin een mutatie in het PMS2-gen voorkomt. Deze mutatie is één van de oorzaken van het erfelijke Lynch-syndroom. Patiënten met deze aandoening hebben een licht verhoogde kans op het krijgen van darm- en baarmoederkanker op oudere leeftijd. Tot nu toe was onduidelijk hoe het zat met de kans op andere kankersoorten, zoals maag-, eierstok-, dunne darm-, blaas-, lever-, nier-, hersen-, borst-, en prostaatkanker.

Geen extra screenings

“Uit onze studie blijkt dat de kans op deze kankersoorten voor dragers van de PMS2-mutatie niet duidelijk hoger is dan voor de algemene bevolking. Zoals we al hadden verwacht zien we wel een licht verhoogde kans op darm- en baarmoederkanker”, aldus arts-onderzoeker Sanne ten Broeke. Ze deed het onderzoek onder leiding van klinisch geneticus Maartje Nielsen.

Het was voor het eerst dat wetenschappers zo’n grote groep PMS2-dragers onder de loep namen. De onderzoekers raden aan om Lynch-patiënten alleen extra te controleren op darm- en baarmoederkanker en geen extra screenings in het leven te roepen voor andere kankersoorten.

Minder vaak controle

Recent ontdekte dezelfde onderzoeksgroep ook dat darmtumoren van Lynch-patiënten met de PMS2-mutatie andere kenmerken hebben dan die van Lynch-patiënten met een mutatie in het MLH1-gen. “Dit verklaart mogelijk waarom tumoren van PMS2-mutatiedragers minder snel groeien. Dragers van de PMS2-mutatie hoeven dus niet zoals gebruikelijk is elke twee jaar gecontroleerd te worden, maar misschien maar elke drie tot vier jaar”, aldus Nielsen.

Het artikel ‘Cancer risks for PMS2-associated Lynch syndrome‘ is te lezen op de website van het Journal of Clinical Oncology.

Bent u onderzoeker of zorgverlener en geïnteresseerd in het Lynch-syndroom? Bezoek dan het symposium ‘Gene-specific epidemiological and molecular aspects of Lynch syndrome‘ op donderdag 20 september 2018.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Uw handschrift doodt elk jaar tienduizenden patiënten

Ik krijg een voorschrift mee en probeer te ontcijferen wat de dokter me precies in de maag wil splitsen. Ik kan er niets van maken. Voor de apotheker blijkt dit schoonschrift te zijn. Heb ik geluk! Ik krijg het juiste medicijn. Maar dat is lang niet altijd het geval. Elk jaar sterven wereldwijd tienduizenden patiënten door een verkeerd gelezen voorschrift.

Gelukkig worden steeds meer voorschriften elektronisch ingegeven en uitgeprint, maar desalniettemin blijft de vraag waarom het handschrift van artsen zo uiterst slecht kan zijn? Volgens een Amerikaanse studie is slecht schrijven voor een dokter is een kwestie van overleven. In één etmaal kan hij vijftig tot honderd of meer keer alleen al zijn handtekening zetten op voorschriften, getuigschriften, vragen om consult of doorververwijzingen! Het probleem is dat voor elke patiënt stapels papierwerk verzet moet worden.

Want dan hebben we nog geen rekening gehouden met alles wat om administratieve redenen gedocumenteerd en geschreven moet worden. Komt daarbij dat de meeste artsen beseffen dat het grootste deel van deze papiermolen uiteindelijk eindigt in een archiefkast om nooit meer bekeken te worden en dat het grootste deel van dat werk in feite onzin is en alleen maar tijd opslorpt die de ze aan echt belangrijke dingen kunnen besteden: het zien en behandelen van patiënten!

Velen realiseren zich ook dat wat ze schrijven niet bedoeld is voor het publiek, maar alleen voor zichzelf en hun collega’s. wie weet wat hij zoekt kan ook veel gemakkelijker een handschrift lezen, vraag dat maar aan de eerste de beste apotheker. Als patiënten zijn we allemaal verbaasd over wat de artsen op zijn voorschrift gekrabbeld heeft. Er valt nauwelijks een woord te herkennen, vaak zelfs geen enkele letter. De resulterende medicatie zal echter in ons lichaam terechtkomen en wij vertrouwen erop dat de apotheker kan ontcijferen wat de artsen hebben geschreven. Dit wel eens van de meest onderschatte jobs ter wereld kunnen zijn.

Een onleesbaar handschrift ontstaat niet vanzelf. Op school hebben we allemaal geleerd keurig te schrijven. Het vraagt dus ook tijd om zich te ontwikkelen! Het begint met het gebruik van voor de hand liggende afkortingen , zoals ttz, tgv, igv, tot een eigen afkortingenjargon als KA voor ‘kortademigheid’. Een tweede fenomeen is het priegelen, het minuscule geschrift want klein schrijven bespaart afstand dus kost het minder tijd. Bij het sms is het doodnormaal om klinkers over te slaan, maar dokters doen dit al sinds decennia.

De meeste zinnen zijn immers zonder klinkers te lezen. Artsen gebruiken ook steeds dezelfde woorden, dus het geoefende oog heeft slechts één of twee letters in hun context nodig om een gespecialiseerd woord te herkennen. Op die manier ontwikkelt de arts zijn eigen steno. Het probleem met dit soort handschriften is dat wanneer artsen zo in die gewoonte van onleesbaar schrijven vastroesten ze alle berichten aan hun collega’s en het publiek in deze medische steno gaan schrijven en dat niemand anders – en vaak zij zelf ook niet- dit nog kan lezen. En dat heeft zo zijn gevolgen.

In juli 2006 publiceerde de Amerikaanse National Academies of Science’s Institute of Medicine (IOM) een onderzoek waaruit bleek dat jaarlijks 7000 doden vielen door de schuld van het slecht handschrift van dokters. Nog eens 1,5 miljoen Amerikanen werden er letterlijk ziek van en dat was een voorzichtige schatting. Veel van de ongelukken werden veroorzaakt door afkortingen die gewoon onduidelijk waren, onjuist begrepen doseringen, en dus een slecht handschrift.

De IOM gebruikt dat onderzoek om het elektronisch voorschrift te promoten, maar net als in ons land is de weerstand in de VS groot. Jaarlijks worden in de VS zo’n 3,2 miljard voorschriften geschreven, waarvan 1 procent ronduit onleesbaar is. Het onderzoek dat in 2006 verscheen, richtte zich alleen op de VS. Als men de Amerikaanse cijfers op de rest van de westerse wereld toepast komt men tot de onthutsende vaststelling dat de potentieel om verscheidene miljoenen patiënten gaat die door het slechte handschrift van hun arts schade oplopen worden berokkend, en dat het wereldwijd jaarlijks om tienduizenden sterfgevallen gaat.

Gelukkig, schrijf ik dit op een laptop want mijn handschrift lijkt ook wel Sanskriet.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

Alcoholgebruik bij borstvoeding schaadt cognitieve vaardigheden bij kinderen. Roken doet dat niet.

Kinderen van wie de moeders alcohol consumeerden tijdens de lactatie hebben een grotere kans op “dosisafhankelijke verminderingen in het abstract redeneren op de leeftijd van 6 tot 7 jaar”, maar dat effect neemt wel af op de leeftijd van 8 tot 11 jaar, zo blijkt uit een studie die pas in Pediatrics verscheen.

Bovendien lijken de traditionele methoden die vrouwen gebruiken om de hoeveelheid alcohol in hun moedermelk na het drinken van alcohol te verminderen, op zijn best ondoeltreffend of onvoorspelbaar.

“Alcohol gaat snel over in moedermelk, in concentraties die vergelijkbaar zijn met de alcoholconcentratie in het moederbloed en vermindert de melkproductie. Hoewel het drinken van alcohol onmiddellijk na het voeden de blootstelling aan ethanol tot een minimum beperkt, gebruiken niet alle vrouwen deze techniek, en dergelijk voedingsgedrag kan gevolgen hebben”, schrijven de onderzoekers. Roken tijdens het geven van borstvoeding was niet gekoppeld aan een uitkomstvariabele inzake cognitie.

Pompen en dumpen, een gangbare praktijk waarbij vrouwen moedermelk korte tijd na alcoholconsumptie oppompen en weggooien, vermindert de ethanolconcentratie in moedermelk niet, omdat de concentratie in moedermelk hoog zal blijven zolang er alcohol in het bloed van de moeder aanwezig is, leggen de auteurs uit. Louisa Gibson en Melanie Porter van de Macquarie Universiteit, Sydney, Australië, publiceerden hun bevindingen online 30 Juli in de Pediatrics.

De onderzoekers analyseerden gegevens van Growing Up in Australië: een longitudinale studie van Australische kinderen. De studie omvat 5.107 zuigelingen die om de 2 jaar worden gescreend. De onderzoekers gebruikten multivariabele lineaire regressieanalyses om de associaties tussen alcoholconsumptie en roken door moeders die borstvoeding geven en de scores van nakomelingen te bestuderen op drie maten (Matrix Reasoning, Peabody Picture Vocabulary Test-Third Edition, en Who Are I?) in de tijd.

Borstgevoede baby’s van wie de moeder alcohol consumeerde, hadden eerder een lagere Matrix Redeneringsscore op 6-7 jaar (B coëfficiënt [B], -0,11; 95% betrouwbaarheidsinterval [CI], -0,18 tot -0,04; P = .01).

Deze corelatie was afwezig bij degenen die nog nooit borstvoeding had gegeven (B, -0.02; 95% CI, -0.20 tot 0.17; P = .87).

Deze bevinding suggereert dat “blootstelling aan alcohol via moedermelk verantwoordelijk was voor de bevindingen. Wat echter moeilijker is vast te stellen en te kwantificeren zijn de potentiële gevolgen van andere milieu en genetische risico’s die tot resultaten zoals deze kunnen leiden ,” schrijft Lauren M. Jansson, van Johns Hopkins Universiteit, Baltimore, Maryland, in een commentaar. “De bevinding is niet verrassend als we kijken naar de mogelijke farmacokinetische basis en de bekende schadelijke effecten van alcohol op zich ontwikkelende hersenen,” vervolgt Jansson. “Alcoholconcentraties in moedermelk lijken binnen 30 tot 60 minuten na inname op die in het bloed van de moeder; de hoeveelheid alcohol in moedermelk is ∼% tot 6% van de gewogen moederdosis, en pasgeborenen metaboliseren alcohol met ongeveer de helft van het percentage volwassenen.”

Pediatrics. Published online July 30, 2018. http://pediatrics.aappublications.org/content/142/2/e20174266

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Esthetische chirurgie aan de schandpaal: er bestaat niet zoiets als een normale vagina

Uiteraard zijn artsen gekant tegen vrouwelijke besnijdenis. Maar nogal wat esthetisch chirurgen, ook in de Westerse wereld, promoten wel een gelijkaardige vorm van vrouwenverminking want dit leidt tot groot gewin. En niet zelden tot frustratie bij de patiënt. Ook in ons land. Zwitserse wetenschappers nagelen de esthetisch chirurgen die zich daaraan bezondigen aan de schandpaal.

Er bestaat niet zoiets als een ‘normale’ vagina, zo concluderen wetenschappers in de grootste vulva-studie ooit. De onheilspellende toename van jonge vrouwen die geopereerd willen worden om hun geslachtsdelen bij te knippen zette de Zwitserse onderzoekers van, het Luzern Kantonziekenhuis ertoe de vulvas van 650 blanke vrouwen tussen de 15 en 84 jaar op te meten. De metingen van de binnen- en buitenste schaamlippen, clitoris, vaginale opening en perineum varieerden zo sterk dat ze zelfs geen ‘gemiddelde’ afmeting konden bieden voor een ‘normale’ vulva. De nieuwe studie van het Luzerner Kantonziekenhuis in Zwitserland, die eerder vorige week verscheen, vond de gemiddelde lengte van de binnenste schaamlippen 43 millimeter. De cohort varieerde echter van vijf tot 100 millimeter. De gemiddelde lengte van de buitenste schaamlippen was 80 millimeter, maar de resultaten varieerden van 12 tot 180. De gemiddelde clitorismeting was vijf millimeter breed, maar dat was tussen één millimeter en 22 millimeter. Voor clitorislengtes vonden ze het gemiddelde op zeven millimeter, maar de resultaten varieerden van 0,5 millimeter tot 34. Labiaplastie kan ernstige gevolgen hebben, ook voor de komende generaties zeggen de onderzoekers.

De grootte en afmetingen van vulvas variëren zo sterk dat de huidige trend om de vagina van een vrouw chirurgisch te ‘perfectioneren’ weinig zin heeft, waarschuwen gynaecologen. Zij noemen deze vorm van esthetische chirurgie oplichterij en een schande voor het medisch bedrijf. Ze zijn het eens met de beslissing van de verzekeringsmaatschappijen om deze cosmetische ingrepen alleen te vergoeden als er een medische reden voor is. Bovendien is er een ernstige medische keerzijde aan alle chirurgie, van pijn aan littekens tot zenuwschade.

Het aantal vrouwen dat operaties krijgt om hun vagina’s te vernauwen en te zelf weg te stoppen is de laatste jaren explosief gestegen. Op het buitenste deel van de vagina wordt een labiaplastie uitgevoerd, waarbij overtollig weefsel wordt bewerkt en verwijderd en de schaamlippen worden uitgevlakt. Sommige artsen verwijderen overtollig weefsel rond de clitoris (zogenaamde prepuce reduction), hoewel de meesten dit vermijden vanwege het risico van zenuwbeschadiging. Labiaplastie ontstond in de jaren 1960 als een vervolgprocedure op vaginaplastie, die gebruikt om de vaginawand na seksuele bevalling of seksueel geweld te herstructureren. Een recent proefonderzoek in Australië heeft uitgewezen dat een kwart van de labiaplasties wordt uitgevoerd op vrouwen tussen de vijf en vijfentwintig jaar – een trend die gynaecologen en plastisch chirurgen ook in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zien en zelfs via advertenties op het Google promoten. Onderzoek om deze trend te doorgronden toont aan dat pornografische beelden – van ‘minimalistische’ vulvas – en gefotoshopte social media posts de meest waarschijnlijke drijfveren zijn. Veel gynaecologen waarschuwen dat deze misvatting veel verder reikt dan de geseksualiseerde inhoud. Zelfs medische handboeken geven vaak een verkeerde voorstelling van vagina’s met cartoonachtige diagrammen van een vrouwelijke anatomie die er niet uitzien als het echte ding.

Uit een eerder dit jaar gepubliceerd onderzoek van de Universiteit van Calgary blijkt dat vrouwen of meisjes die labiaplastie overwegen voor puur esthetische doeleinden er meestal niet mee doorgaan nadat ze de verzekering hebben gekregen dat ze normaal zijn. Experts zeggen dat deze nieuwe Zwitserse studie, hoewel het ontbreekt aan raciale diversiteit, een mijlpaal is en een referentiepunt voor gynaecologen wereldwijd, kennis die ze moeten delen met patiënten die zich zorgen maken over hun uiterlijk.

Marc van Impe

https://obgyn.onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/1471-0528.15387?af=R

Bron: MediQuality