Als arts is het prettig nodig te zijn

Het is half acht. Ik drink koffie en neem de ochtendkranten door. Ik lees een artikel over een arts die aan een burn-out toe is. Hij vindt het toch zo erg dat hij er niet kan zijn voor zijn patiënten. Als arts is het prettig om nodig te zijn.

‘Om het verschil te maken in het leven van een ander,’ lees ik bij dr. Emma Bruns, chirurg in opleiding. ‘We geloven samen, artsen en patiënten, in een sprookje, waarbij ridders prinsessen redden van boze monsters.’ Tien kilometer verder, in een kamer op drie hoog, vecht de dochter tegen de monsters. Die monsters zijn draken noch bandieten, het zijn resistente bacteriën die niet verslagen kunnen worden door één dappere dokter. Daar heb je een heel team voor nodig. Zij lijdt aan een plaag. En daar heb je overstijgend inzicht voor nodig. De hulp van een computer zou bij de analyse van de weefselstalen welkom zijn. Hij neemt alle beschikbare kennis tot zich en kan er dan zinvol advies mee verstrekken. De computer heeft nooit een burn-out.

Het duurt al een maand nu dat er aan het been van de dochter getrokken wordt. Het rotsvaste geloof heeft eerst plaats gemaakt voor hoop. Dan kwam de twijfel. Ik hoop dat het bij twijfel blijft.

Ik ken dokters die alleen maar voor de kennis en wetenschap arts geworden zijn. Ik ken er die het omwille van het prestige doen. Er zijn er die van vader op zoon dokter geworden zijn. Er zijn idealisten bij die absoluut de mens beter willen maken. En er zijn erbij die door de ervaring van jaren stoïcijns doorgaan. Sommige artsen die ik ken, hebben eigenlijk een hekel aan patiënten, maar ze doen het voor het inzicht dat ze verwerven. Het zijn de literatuurliefhebbers van de geneeskunde. En sommigen doen het voor het geld.

Zoals die arts die me tussen neus en lippen vertelde dat hij nooit zou instemmen met in de voorgestelde netwerkplannen van de minister een verdoken poging ziet om van alle artsen ambtenaren te maken. Dat dit volslagen nonsens is kan er bij hem niet in. Dat zit rotsvast in zijn verstand, zoals een rotte kies die zich niet trekken laat.

Aan zo’n iemand zou ik nog niet eens mijn ingegroeide teennagel toevertrouwen.

Het wordt een mooie dag, ik zie op de brug in de verte een file, en ik bel de dochter. Het blijft een dubbeltje op zijn kant, zegt ze. Wacht even: er wordt aan de deur gebeld. Een aangetekende brief. Een pakketje. Een factuur. Het leven gaat verder. Ik kom tegen het eind van de middag, zeg ik. Is goed, zegt ze. Ik loop niet weg.

De geleerde vrouw is wakker. De afdeling heeft haar zoals elke ochtend in de week wakker gebeld. Er zijn weer data uit het medicatiesysteem verdwenen. De computer laat dus toch steken vallen. “Een gelukkige verjaardag,” zeg ik. “Word ik niet te oud,” vraagt ze. “Je kan niet oud genoeg worden,” zeg ik. Beauty is in the eye of the beholder, citeer ik Margaret Hungerford. En ik denk dan onvermijdelijk aan Keats: “A thing of beauty is a joy forever.” Ik moet naar de kliniek, zegt ze. Het is als arts prettig om nodig te zijn.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s