Sorry voor het wachten

Het is weer tijd voor een controle, dus bevind ik me in de wachtkamer. Vorige maal had ik een afspraak om half elf ’s ochtends en werd het twaalf uur. Met een gevoel van honger en dorst, dus prikkelbaar liep ik toen de consultatie binnen.

Er lag een Cosmopolitan waar een oud-studente van mij me vertelde waarom mijn dochter minder om seks en meer om haar carrière geeft. Een blaadje van het ziekenhuis waarin verteld werd hoe ambitieus het team dokters en verpleegsters wel is. En flard van een advertentieblad waarin veel diesels aangeboden werden. Een folder over goede tandhygiëne. Kan er iemand ooit interessante lectuur in de wachtzaal leggen?

Daarom besloot ik de tijd nu eens heel nuttig door te brengen. Het is eigen aan wachtkamers dat je daar weinig nuttige dingen kunt doen. De Marokkaanse medemens heeft haar mobieltje tussen wang en hoofddoek gepropt en babbelt ongestoord en luid voor zich uit. Niemand die er een woord van begrijpt, ze praat in haar eigen privacy bubbel. Een kleuter en zijn moeder (?) testten elkaars geduld en doorzettingsvermogen uit. Hij klimt onvermoeibaar de stoel op en laat er zich dan weer afglijden. Zij probeert hem stil te houden. Ik haal mijn laptop boven en begin dit stukje te typen.

Eigenlijk hou ik van wachten. Of tenminste van deze vorm van wachten waarbij je je medewachters kunt observeren. Zo hou ik ook van wachten op luchthavens. Of het wachten op een perron op de trein die vertraging heeft. Net zoals het wachten bij de dokter is dit een vorm van tijdsbesteding waarvoor ik niet de minste verantwoordelijkheid draag. Ik kan er niet aan doen dat ik moet wachten. Dus ik ben onschuldig. Ik fantaseer de tijd voorbij. Ergerlijk is het wachten op de toast uit de broodrooster. Of voor het deurtje van de magnetron. Nog ergerlijker is het wachten op het einde van het wasprogramma in de vaatwasser. Of het wachten in de file. Alhoewel ik ook daar niets aan kan doen, voel ik me toch schuldig. Het wachten op de ober die de rekening moet brengen. Het wachten bij de kassa op een zaterdagmiddag is dan weer wel een boeiende gelegenheid voor een stukje maatschappijanalyse: ik zie wat de mensen op de band leggen, de Snickers, het Ardens gehaktstammetje, de flessen goedkope rosé, een pakje maandverband, een tube glijmiddel, de merk- en huismerkproducten. Ik verzin me er hun huishouden bij, hun interieur. De geur van soep. Van de stapel was die moet gestreken worden. En dan zie ik de piercing in de neus of de wenkbrauw. De tijd gaat nu eenmaal snel voorbij als er afleiding is.

En dan denk ik aan het verstrijken van de tijd. Newton dacht dat de tijd daadwerkelijk voorbij stroomt. De tijd als absoluut rekenkundig model. Wat fout blijkt te zijn. Tenminste, voor zover ik de kwantumfysica begrepen heb. De tijd zou volgens die wetenschap bestaan uit partikels die elk een honderdmiljoenste van een miljardste van een miljardste -en ga zo verder, miljardste seconde kort zijn. Ik las laatst een artikel van Carlo Rovelli die zegt dat de dingen niet in de tijd evolueren, maar dat ze ten opzichte van elkaar veranderen. Waarmee we terug bij Aristoteles aanbeland zijn die stelde dat de tijd slechts een maat voor verandering is. “De tijd brengt weemoed, herinnering, verdriet en gemis,” schrijft Rovelli. En ideeën, wil ik aanvullen. Als hij creatief wil zijn, beeldt de uitvinder Jacob Rabinow zich in dat hij in de gevangenis zit: ” In de gevangenis speelt tijd geen rol. Dat geeft hem de vrijheid om met gedachten te experimenteren. Hetzelfde geldt voor de wachtkamer.

Zoals u ziet, lezer, de acceptatie van het wachten schept ruimte voor nieuwe gedachten. Ik ben bij het einde van mijn stukje gekomen. Ondertussen zijn er nog een paar medewachters bij gekomen. De jongeman naast mij knijpt de hele tijd boodschappen uit zijn smartphone. Zijn twee duimen gaan automatisch over de virtuele toetsen. Een techniek die ik nooit zal beheersen. Ik tokkel nog. Hij is van de knijpgeneratie. En dan gaat de deur open. Een mevrouw komt buiten. Een zakdoek in haar knuist voor de mond gepropt. De ogen rood. Slecht nieuws? Of hooikoorts? Ik ben aan de beurt. Ik klap mijn laptop dicht. “Dat was een lange tweet,” zegt de jongen naast mij.

Sorry voor het wachten, zegt de dokter. Het plezier is geheel aan mijn kant, antwoord ik.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s