Voor het interview

Ik lig in mijn bed en staar naar het plafond. Buiten hoor ik het vroege ochtendverkeer in cadans over de brug. Dan rinkelt een bel. Een binnenschip moet langs de brug, de slagbomen gaan dicht, het verkeer valt stil. Het valt op hoe stil de ochtend is als alles stil staat. Ik voel aan mijn linkerbeen, bovenaan een zeer plekje, waar de kunstheup zit. Ik leg mijn hand op mijn heup. Het is alsof mijn onderlijf nog slaapt. Ik voel eigenlijk helemaal niets. Alleen ergernis, zoals altijd als ik wakker wordt.

Ergernis tegenover de ambtenarij die me brieven stuurt in een onbegrijpelijk jargon met dreigwoorden erin, alsof wij – de werkende klasse- er zijn voor hen, het stelletje schijnheiligen dat ziektedagen opspaart om toch maar vroeger met pensioen te kunnen gaan. Ik denk aan de schijnheiligen die tegen dieselwagens zijn en stiekem in een slecht onderhouden wrak rijden dat honderd maal meer CO2 en NOX in de lucht spuit en fijn stof hoest en die op vrijdagavond al in de file naar zee staan, omdat ze dan de massa zijnde, voor de massa zouden zijn.

Ik erger me aan de bakvisrijdsters die in het dorp blind de straat indraaien, geen rekening houden met rood of groen, maar gewoon doorfietst met van die smalle hongerbenen in een broek van de Primark terwijl ze zo fair-trade leven dat ze alleen ecologisch verantwoord maandverband dragen. Ik erger me aan de veganisten die in de supermarkt elke krop sla ter hand nemen alsof ze een gevoel voor versheid hebben, en die tegen milieuvervuiling zijn en voor ecologische landbouw maar die zeuren als het prentje in het schuim van hun latte niet correct is. Ik erger me aan de afvalscheiders die tegen een belachelijk lage prijs met vakantie gaan, naar Bali, of Vietnam, of Zuid-Afrika: negertje en leeuwen kijken.

Ik erger me aan de crowdfunders voor dat ene kind dat een ongeneeslijke kanker heeft maar door die Belgische dokters niet mag geholpen worden en dus ergens in Verwegistan tegen 100.000den euro’s aan een therapie begint waar veel te snel een eind aan komt. Ik erger me aan al die hufters die hun oplader in het stopcontact laten zitten, die alle toestellen in waakstand laten staan en die willen dat morgen alle kerncentrales sluiten.

Ik erger me aan die mooie meisjes onderweg die hun spannendste jurkje aanhebben waarin alle partijen zich goed kunnen vinden en die me vuil aankijken als mijn reptielenbrein het waagt hen langer dan een seconde na te kijken. Ik erger me aan mijn accountant die het verdomt me de beginselen van het enkelvoudig boekhouden bij te brengen zodat ik maar één keer per jaar met zijn aardappelgezicht moet geconfronteerd worden, en dat ik weer een voorschot op mijn belastingen moet betalen.

Ik erger me dat de wekker half acht zoemt en dat ik wakker wordt. De geleerde vrouw trekt de blinden op. En dan sta ik opgewekt op en zet een eerste pot koffie, haal de kranten uit de bus, sla een vrolijk praatje met mijn buurvrouw en kijk op de buitenthermometer welke temperatuur we hebben vandaag. De brug is weer open, de slagbomen staan hoog, het verkeer gaat in cadans richting dorp, in de verte rijdt een ambulance. Ik kan zo genieten van dat laatste slaapje.

Ik heb straks een gesprek met de minister. Niet aan gedacht. Een perverse gedachte: zou zij ook zo wakker worden?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s