Gescheiden onderwijs bij geneeskunde?

Gescheiden onderwijs aan man en vrouw is aan de universiteit in principe verboden. Behalve in het voorgeborchte van het sportterrein gaan dames en heren met elkaar als gelijken om. Maar hoe zit dat bij de opleiding geneeskunde?

Nu Islam, de door Iran gesteunde, sjiitische shariapartij van een Brusselse buschauffeur de fysieke scheiding van geslachten weer op de agenda heeft gezet, stel ik me de vraag hoe moslims omgaan het de opleiding van artsen en zorgkundigen aan onze Belgische medische faculteiten. In Nederland ontstond daarover in 2004 al een rel toen de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam stelde dat «aan mannelijke en vrouwelijke studenten gelijkelijk en gezamenlijk onderwijs wordt gegeven» maar dat «in specifieke onderwijssituaties aparte regels geformuleerd kunnen worden door de faculteiten, wanneer dat vanuit de Nederlandse cultuur gewenst is». Als voorbeeld wordt gegeven dat «in het kader van de studie geneeskunde wordt gestreefd studenten in de gelegenheid te stellen het lichamelijk onderzoek tijdens de opleiding te doen op een student van hetzelfde geslacht». Op te merken valt dat het aantal moslims aan de betrokken universiteit meer dan een vijfde bedraagt.

Met andere woorden: mannelijke studenten onderzoeken geen vrouwelijke patiënten en vice versa.

In Frankrijk is de scheiding van de geslachten sowieso verboden. De laïcisering is daar doorgedrongen tot in de kieren van de consultatiekamer. In de UK kregen de moslim studenten die aangepaste kleding wilden dragen nul op het rekest.

Ik stelde me de vraag of er binnen onze faculteiten wél geslachtsgebonden eisen worden gesteld. De richtlijnen van de faculteit geneeskunde van de VU zijn duidelijk: in beginsel is lichamelijk onderzoek (bloeddruk meten, beluisteren van hart en longen, meten van reflexen) op medestudenten voor iedereen verplicht, maar iedere individuele wens om te oefenen op iemand van hetzelfde geslacht kan worden gehonoreerd. «Mits goed gemotiveerd. Gewetensbezwaren kunnen allerlei achtergronden hebben en zijn niet per se religieus. Het is geen nieuw probleem. Zolang er meisjes medicijnen studeren, bestaan er dergelijke wensen. In de praktijk lost het zich vanzelf op: meisjes regelen het onderling», aldus een woordvoerster van de VU.

Bij andere faculteiten geneeskunde in Nederland is hetzelfde te horen: het mag, maar het is niet gewenst voor de opleiding, omdat iedereen zich dient te kunnen verplaatsen in de rol van patiënt en een beroepshouding moet ontwikkelen. Bij sommige handelingen wordt gewerkt met een (ingehuurde) simulatiepatiënt, zoals bij inwendig en genitaal onderzoek. Bij het assistentschap ligt dat anders. In de kliniek mag een sekseverschil tussen dokter en patiënt er nooit toe doen. Wensen in die richting krijgen geen enkele steun vanuit de opleiding.

Het standpunt van de opleiders is duidelijk. Dirk Devroey, hoofd van de Vakgroep Huisartsgeneeskunde aan de VUB: “Bij mijn weten zijn er aan onze universiteit hiermee weinig problemen en is er dus weinig regelgeving voor noodzakelijk. Er worden tijdens de opleiding geen geslachtsgebonden eisen bepaald, maar studenten die alleen iemand van hetzelfde geslacht willen onderzoeken in het kader van student/student leermomenten kunnen dit wel doen. Maar dit is niet gewenst voor de opleiding, omdat iedereen zich dient te kunnen verplaatsen in de rol van patiënt en een beroepshouding moet ontwikkelen. Tijdens de stages ligt dat anders. Dan mag een sekseverschil tussen dokter en patiënt er nooit toe doen. Wensen in die richting krijgen geen enkele steun vanuit de opleiding. ”

Professor Patrick Cras, voorzitter ethisch comité en voorzitter stagecommissie van het UZA is soepeler: “Wat het onderwijs betreft houden we enkel rekening met bepaalde gevoeligheden zoals bij de training van vaardigheden waarbij studenten bvb. elkaars hart beluisteren of elkaars buik betasten, dat met respect voor ieders integriteit te doen. Dus als een meisje niet wil onderzocht worden door een jongen, dan houdt men daar rekening mee. We houden ok voor zover dat mogelijk is rekening met het dragen van de hoofddoek en de indeling op de stageplekken (ziekenhuizen waar dragen van een hoofddoek toegelaten is en andere waar dat niet kan). Tijdens de opleiding als specialist gebeurt het soms dat een (meestal vrouwelijke) patiënt niet door een mannelijke arts wil onderzocht worden en dan houden we daar in de mate van het mogelijke rekening mee. In andere spoedeisende omstandigheden kan dat niet. We merken ook dat in sommige kraamklinieken waar vele moslima’s bevallen, het voor mannelijke studenten moeilijk wordt een bevalling bij te wonen. Daar hebben we niet onmiddellijk een oplossing voor. Verder wijken we niet af van de principes van de VU.”

Dr. Michel Deneyer, ondervoorzitter van de Orde refereert naar het advies van de NR 24-04-2008: “De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 26 april 2008 zijn goedkeuring gehecht aan de Gedragscode die hem werd voorgelegd door de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie en de Beroepsvereniging van Belgische Gynaecologen en Verloskundigen.

De vrije artsenkeuze is een essentieel recht van iedere patiënt. Elke patiënt mag onvoorwaardelijk beroep doen op een arts van zijn/haar keuze : zowel voor de diagnostiek als voor de behandeling. Dit recht is fundamenteel. Artikel 6 van de wet Patiëntenrechten zegt : “De patiënt heeft recht op vrije keuze van de beroepsbeoefenaar en recht op wijziging van deze keuze behoudens, in beide gevallen, beperkingen opgelegd krachtens de wet”. Wanneer beroep wordt gedaan op spoedgevallendiensten of georganiseerde wachtdiensten van de verschillende medische disciplines kan de toepassing van deze stelregel niet worden gegarandeerd.

Elke patiënt dient bij het eerste contact ervan op de hoogte gebracht te worden dat de organisatie van de spoedbehandeling en van de wachtdiensten beperkingen kan inhouden voor de integrale vrije keuze van een arts. De bestaffing van hoger genoemde diensten gebeurt op basis van medische competentie en kwaliteit van zorg. De organisatie van wacht- en urgentiediensten kan niet afhankelijk zijn van het geslacht van de zorgverstrekker (net zo min als van andere criteria die geen verband houden met de competentie voor medische zorg). De beschikbaarheid en aanwezigheid van artsen in het ziekenhuis in het kader van spoed- of wachtdiensten zijn vooraf vastgelegd en raadpleegbaar.

Overeenkomstig de wet betreffende de rechten van de patiënt en de deontologie heeft de patiënt steeds het recht zorg te weigeren. Deze in principe schriftelijke weigering wordt toegevoegd aan het dossier. Bij weigering of intrekking van toestemming wordt in functie van de urgentie binnen de perken van het mogelijke de nodige kwaliteitszorg toegediend, zonder evenwel dwang uit te oefenen.

De vrije keuze komt uitsluitend toe aan de patiënt zelf (of de wettig voor hem optredende persoon) en geenszins aan andere personen, ten opzichte van wie zo nodig de gepaste ordemaatregelen dienen te worden genomen. In dit verband wordt vanwege de patiënt of andere personen een correcte houding ten aanzien van de organisatie van spoedgevallendiensten en wachtdiensten gevraagd.”

Prof. Filip Staes, Program director Rehabilitation Sciences and Physiotherapy van dce KULeuven antwoordt: “In de opleiding revalidatiewetenschappen is er geen scheiding van mannen en vrouwen voor wat betreft praktijkonderwijs. Studenten moeten in staat zijn zowel mannelijke als vrouwelijke personen te beoordelen en te behandelen. Tijdens praktijk zijn studenten vrij te oefenen met wie ze dat wensen (mannen en/of vrouwen). Er wordt wel gevraagd zoveel mogelijk op verschillende personen te oefenen om de individuele variabiliteit te kunnen inschatten. Indien op basis van individuele redenen sommige studenten problemen hebben met bepaalde deelfacetten van het praktijkonderwijs kan hierover in gesprek worden getreden.”

Wij vroegen ook om een reactie bij de Franstalige faculteiten. Marco Schetgen, doyen de la faculté: “De ULB is hier heel duidelijk over. Genderbeleid is een van de belangrijkste aandachtspunten van onze universiteit. Op de medische faculteit is er geen verschil in theoretisch en praktisch onderwijs tussen de seksen (niet meer dan bijvoorbeeld op het gebied van culturele of religieuze afkomst).

Er is bijvoorbeeld geen sprake van dat op dit gebied de opleidingscursussen of -plaatsen worden aangepast. Studenten worden op gelijke voet geplaatst en studeren samen, zowel in het publiek als tijdens stages. Het spreekt voor zich dat ieders persoonlijke overtuigingen gerespecteerd worden, maar bijvoorbeeld in de ziekenhuizen van ons netwerk is elk ostentatief teken van politieke, filosofische of religieuze verbondenheid verboden om een zekere neutraliteit ten opzichte van patiënten te behouden. ”

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s